|
Christenen met een geest van armoede. Ik citeer Van der Steen: "Er zijn christenen die alleen maar tweedehand spullen hebben, alles ziet er goedkoop en sober uit. En zeker bij zendelingen zie je deze geest van armoede; zij lopen rond in tweedehands vodden, rijden in oude autootjes, zitten op doorgezakte banken en verplaatsen zich op doorgeroeste fietsen. Ik geloof dat God betere plannen heeft voor Zijn zonen en dochters. Hij is de koning der koningen en alles is aan Hem onderworpen. God wil ons vrijmaken van deze geest van armoede." (98,99)
Het goede nieuws volgens Van der Steen:"God wil ons vrijmaken van deze geest van armoede." (99)
Niet tweedehands, goedkoop en sober
Ik citeer: "Er zijn christenen die alleen maar tweedehand spullen hebben, alles ziet er goedkoop en sober uit" (98) Tweedehands, goedkoop en sober. Zo moet het volgens hem niet zijn. Dat is niet Gods bedoeling voor zijn kinderen. Hoe moet het dan zijn? Nieuw in plaats van tweedehands? Duur in plaats van goedkoop? Luxueus in plaats van sober?
Het is een teken dat je "een geest van armoede hebt" als je in een oude auto rijdt. Hoe erg moet het daarom, in zijn ogen, wel niet met een christen gesteld zijn die zelfs geen geld voor een klein oud autootje heeft. Dan is zo iemand wel helemaal in de greep van de armoedegeest.
Link naar een toepasselijk cartoon, klik hier .
Hoe onderbouwt hij deze beweringen?
Ten eerste gebruikt hij daarvoor Deuteronomium 28. In dit hoofdstuk staan de zogenaamde verbondszegen en de verbondsvloek. De verbondszegen en de verbondsvloek zijn een onderdeel van het verbond met Mozes. Het verbond van Mozes is het verbond dat God, bij de Sinai, via bemiddeling van Mozes, sloot met het volk Israël (Ex 19,20). Als de Israëlieten het verbond braken, en niet naar de wet van Mozes leefden, zou God zijn vloek zenden. Als ze wel gehoorzaamden zou God hen zegenen. Het gaat bij de vloek en zegen om allerlei aardse zegeningen: vruchtbaarheid (veel kinderen), vruchtbaarheid van het vee, overvloedige oogsten, overwinning in de (letterlijke) oorlog, gezondheid.
Van der Steen past dit zonder omwegen op zichzelf en op alle christenen toe. Ik citeer: "We lezen Deuteronomium 18:1-15 in de ik-vorm, omdat dit voor ons is geschreven, door Jezus heb jij deel gekregen aan al deze zegeningen." (99) Volgens Van der Steen heeft Jezus door zijn sterven aan het kruis de verbondsvloek weggenomen en de verbondszegen voor ons verdiend. Net als alle andere word-faith dwaalleraren, leert Van der Steen dat Jezus aan het kruis niet alleen de vergeving der zonden maar ook rijkdom, gezondheid en succes voor ons heeft verdiend. Van der Steen leert dat Jezus aan het kruis "de vloek van de armoede" heeft weggenomen (100). Een christen hoeft dus niet meer in armoede te leven. Hij moet de geest van armoede afleggen en in geloof rijkdom claimen en over zijn leven proclameren.
Van der Steen haalt de bedeling van de wet en de bedeling van de genade door elkaar. Het verbond met Mozes werd gesloten met het volk Israël. De gemeente is niet onder dat verbond. Deuteronomium 28 kun je daarom niet zomaar toepassen op de christenen.
- De zegeningen en vloeken die in Deuteronomium 28 worden beschreven betreffen aardse zaken: gezondheid, succes in de oorlog (letterlijk), vruchtbaarheid, goede oogsten, etc.
- De zegeningen van de gemeente zijn hemels. In Christus zijn wij met allerlei geestelijke zegeningen gezegend. "Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus." (Efeze 1:3)
In het Nieuwe Testament, in het onderwijs van de apostelen aan de christenen, wordt ons nergens welvaart, vruchtbaarheid, overwinning in letterlijke oorlogen, gezondheid en dergelijke zaken toegezegd.
Verder wijst Van der Steen op de Bijbeltekst waarin staat dat Jezus voor ons arm is geworden om ons rijk te maken (2 Kor. 8:9). Daar trekt hij de conclusie uit dat het nu al de bedoeling van Jezus is dat we rijk zouden zijn. God zal ons inderdaad rijk maken, we zullen straks met Christus op de troon zitten, we zijn erfgenamen van God (2 Tim. 2:12; Rom. 8:17). Maar we hebben deze erfenis nog niet, we hebben alleen nog maar een onderpand gekregen. (Rom. 8:18-25, 2 Kor. 1:22 en 5:5, Efeze 1:4). We zullen de erfenis pas ontvangen bij de wederkomst van Christus.
Paulus schrijft over christenen die zich nu al koning hebben gemaakt (1 Kor. 4:8-13), dit is precies wat Trin doet. "Reeds zijt gij verzadigd, reeds zijt gij rijk geworden, zonder ons hebt gij u koning gemaakt." (4:8) Paulus stelt daar zijn eigen situatie tegenover: "Als ten dode gedoemden …. tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven, wij verrichten zware handenarbeid" (4:9-12)
Van der Steen redeneert vanuit het kindschap Gods. God is in Christus onze vader. God is koning en daarom zijn wij koningskinderen. Tot zover klopt de redenering, maar daarna gaat hij fout.
Hij zegt: een koningskind kan niet in armoede leven. Daarom behoort een christen in plaats van een oude doorgeroeste fiets een mooie topklasse auto te hebben. Wat hij zegt heeft geen grond in de Bijbel. God belooft alleen in onze basisbehoeften te voorzien (Matth. 7:6-11) en zelfs op dat gebied kan hij ons ook af en toe beproeven (Deut. 8:3). Paulus had in zijn bediening als apostel geregeld te maken met honger, dorst en naaktheid (1 Kor. 4:11).
Van der Steen wijst ook nog op het geven van tienden. Als jij tienden geeft dan krijg je materiële voorspoed van God. Echter, ook dit was weer tot het volk Israël gezegd. De opdracht tot het geven van tienden is een onderdeel van de wet van Mozes. In het onderwijs van de apostelen, zoals we dit in de brieven van het Nieuwe Testament vinden, wordt het geven van tienden niet geleerd.
Als je in armoede leeft ligt dat aan jezelf
De consequentie van de leer van Van der Steen is dat het uiteindelijk aan jezelf ligt als je in armoede leeft. Ik citeer: "Om in de zegen te wandelen moeten we letterlijk de vloek haten!. We zullen een beslissing moeten nemen die kwaliteit aan ons leven zal geven, namelijk de zonde te haten … en zaken als geestelijke en lichamelijke ziekte ….en rampen en armoede te haten." (100)
Armoede is volgens hem je eigen schuld. Ik citeer: "Hij, Jezus, geeft ons de macht om vermogen te verwerven." (101) En "God geeft ons de kracht, de mogelijkheid om welvaart en rijkdom te verwerven." (97) Dus als je in armoede leeft dan komt dat omdat je de macht om rijkdom te verwerven, die Jezus je gegeven heeft, niet gebruikt.
In de bijbel lezen we over christenen die in armoede leefden.
Er waren in Judea en Jeruzalem vele armen in de gemeenten. Jakobus en de apostelen Petrus en Johannes hebben Paulus daarom speciaal op het hart gedrukt om deze armen te gedenken. " ….alleen moesten wij de armen blijven gedenken, en ik heb mij daarom ook beijverd om dat vooral te doen." (Gal. 1:9,10) Daarom organiseerde Paulus collecten voor hen (1 Kor 16:1-4).
Jammer dat Jakobus, Petrus, Johannes en Paulus niet het geestelijke inzicht van Mattheus van der Steen hadden. Als ze dat hadden gehad dan hadden ze geen collecten voor de armen hoeven te organiseren. Dan hadden ze het probleem van de armoede op een andere manier kunnen oplossen. Het enige wat zij, als de welvaartsleer van Van der Steen waar zou zijn, hadden moeten doen is de armen te leren om in geloof Gods beloften van rijkdom over hun leven te proclameren. Als je de armen dat leert doen, dan heb je een structurele "oplossing" voor het armoede probleem onder de christenen gevonden.
Zie voor een uitgebreide bespreking van deze valse leer de studie over het boek "Vloek of Zegen" van Derek Prince, klik hier.
Een valse leer die de zwakken beschadigt
De onbijbelse welvaartsleer van Van der Steen beschadigt de zwakken onder ons. En dat is een zeer kwalijke zaak. Denk b.v. aan de chronisch zieken en de gehandicapten, velen van hen hebben niet veel inkomen. Dat zij het financieel moeilijk hebben ligt echter, volgens deze leer, aan henzelf.
Overigens geldt dat natuurlijk, volgens de gebruikelijke word-faith leer, ook voor hun chronische ziekte of handicap. Ook dat is, volgens de word-faith leraren, Gods bedoeling niet. Ze moeten ook op dit gebied Gods beloften over hun leven proclameren. Ze moeten in geloof genezing over henzelf proclameren. |