De Bijbel is WAAR
 Stichting de Bijbel is waar
 
Dominionisme Tussentijdse objectieven

Er wordt een goed ontworpen strategie gevolgd om in verscheidene landen Gods koninkrijk op te richten. Ze heeft zowel lokale, regionale als nationale toepassingen die zich richten op het openbaren van de weldadige natuur van Gods koninkrijk. Geestelijk is de beweging sterk gebaseerd op Gods liefde en zegeningen voor alle mensen. Ze is daarom geschikt voor de meeste denominaties, niettegenstaande hun specifieke leerstellige overtuigingen.

A.    Sociaal gezien is ze zo gebruikersvriendelijk als mogelijk om als werktuig te dienen voor de sociale transformatie naar een beter leven.

B.    Economisch gezien is ze erop gericht de armoede te bestrijden.

C.    Politiek gezien is ze gericht op samenwerking met de overheden, met een zienswijze om een type van koninkrijksbestuur te promoten dat beter de noden van alle mensen in de maatschappij zal dienen.

De volgende tussentijdse objectieven worden nagestreefd:

1.     Eenheid. Kerken zouden hun inherente christelijke eenheid moeten demonstreren door zich te associëren met elkaar binnen de context van een oecumenisch lichaam. Tijdens de afwezigheid van zulk een lichaam zouden zij gemeenschappelijke structuren moeten creëren en elkaar de hand moeten reiken om hun gemeenschappen beter te kunnen dienen. Zij zouden elkaars doctrines niet in vraag mogen stellen maar zich richten op de taken die voorhanden zijn; ondertussen kunnen zij de richtlijn van de Wereldraad van kerken volgen, namelijk dat “doctrine verdeelt maar dienst verenigt”.

2.     Publieke demonstraties. Alle christenen van een bepaalde gemeente of stad zouden occasioneel massameetings moeten bijwonen op openbare plaatsen zoals sportstadiums, om hun eenheid, kracht, overgave aan sociale verheffing en potentiële dominantie te demonstreren en dat men ten volle verenigd is. Zij zouden ook optochten moeten organiseren tegen onrechtvaardigheden en om bepaalde veranderingen af te dwingen. Beweging moeten demonstreren en de nobele objectieven van sociale verbetering.

3.     Kerkgroei. Individuele congregaties en denominaties zouden de Kerkgroeibeweging moeten aanhangen met de bedoeling de invloed van de kerk uit te breiden. Op die manier kan de kerk uiteindelijk haar dominantie in de maatschappij laten gelden. De nadruk in de prediking zou niet moeten gericht zijn op de zaak van het Evangelie maar op een gemakkelijke toegang tot de kerk. Kerken zouden meer gebruikersvriendelijk moeten zijn en relevant voor de moderne maatschappij.

4.     Gebed. Gemeenschappelijk gebed volgens een geregelde wekelijkse of maandelijkse agenda wordt gezien als een manier om zich van Gods zegeningen te verzekeren op de transformatie-agenda en de realisering van Zijn koninkrijk op aarde. De samenkomsten moeten oecumenische van natuur zijn, waaraan zij zich wijden.

5.     Organisatie. Op het vlak van organisatie zouden er nationale structuren moeten gevormd worden om steun te verlenen aan de hulpbehoevenden en voor het promoten van verandering door een levendig proces van sociale transformatie. Deze structuren zouden geleid moeten worden door bekwame mensen die activiteiten kunnen organiseren, door het mobiliseren van zoveel mogelijk vrijwilligers.

6.     Netwerking. Het succes van de beweging hangt af van extensieve netwerking met sleutelfiguren en organisaties in de overheids- en zakensectoren om zo ondersteuning en terugkoppeling te krijgen voor de transformatieprogramma’s. Het verenigende netwerk zou moeten functioneren in alle lokale gemeenschappen maar moet zich ook uitbreiden tot het nationale niveau om daar de verandering te vergemakkelijken.

7.     Hulpprogramma’s en counseling. Elke lokale gemeenschap zou comités moeten oprichten die geleid worden door bekwame mensen om hulpprogramma’s te organiseren en om counseling te voorzien voor zieken, getraumatiseerde en geteisterde personen. Een helpende hand moet uitgestoken worden naar allen die in nood verkeren, ongeacht hun omstandigheden.

8.     Opleiding. De vroegere nadruk op “geletterde” opleiding moet spoedig vervangen worden door “oraliteit”. Dit is een benadering waarbij eerder beelden en het gesproken woord gebruikt worden in plaats van het aanleren van het geschreven Woord. Het is een deconstructieproces waarbij geletterde opleiding wordt verklaard te moeilijk te zijn voor de meesten van de ongeschoolde mensen in onderontwikkelde gebieden. Bovendien moet er beroepsopleiding aangeboden worden voor het uitoefenen van allerlei vaardigheden. Ook moet voorzien worden in de opleiding van pastors voor de snel uitbreidende kerk want zij zijn de belangrijkste bewerkers van de verandering.

9.     Reiniging. De maatschappij zou moeten gereinigd worden van al haar kwalen en besmettingen zoals criminaliteit en het lijden door ziekte, armoede, werkloosheid, onderdrukking en exploitatie van mensen. De nodige sociale, economische, psychologische en religieuze counseling zou op een geregelde basis moeten verleend worden.

10.  Verheffing. De kwaliteit van het persoonlijke en gemeenschappelijke leven zou zodanig moeten opgetrokken worden dat negatieve attitudes en de neiging tot misdaad significant gereduceerd zullen worden om uiteindelijk te verdwijnen uit de maatschappij. Alle mensen zouden moeten gemotiveerd worden om een eerbare levensstijl in acht te nemen waardoor andere mensen worden aangespoord in plaats van een bedreiging voor hen te vormen. Er zijn redenen voor serieuze bezorgdheid over een aantal punten van de dominionistische hervormingen op de lokale en nationale niveaus, zoals het smeden van oecumenische banden, de toepassing van humanistische methoden van kerkgroei, en de omschakeling van de kerk naar een focus op socio-economische zaken. Echter, sommige van de activiteiten zijn zeer nobel en erg nodig, en kunnen niet per sé in diskrediet gebracht worden. Maar vooraleer een evaluatie te maken van de lokale manifestaties en activiteiten van deze beweging, zou men ze moeten beschouwen in het licht van haar uiteindelijke objectieven. Er moeten dan Bijbelse verklaringen geciteerd worden om de validiteit van de hele beweging te toetsen.

 

Bron: http://www.bibleguidance.co.za/
Auteur: prof. Johan Malan
Vertaling en voetnoten door Marc Verhoeven.

Tenzij anders aangegeven zijn  Bijbelteksten in deze uitgave ontleend aan de Statenvertaling 1977,  © Nederlands Bijbelgenootschap 1977.  Wij hebben gekozen voor een vertaling die zo dicht mogelijk bij de grondteksten ligt. Voor het verstaan van de schrift adviseren wij een ieder om tevens andere vertaling te gebruiken.

Redactie voor de Bijbel is Waar : Willem Boonstra 

Deze studie is met toestemming overgenomen en valt niet onder de copyright regeling van www.debijbeliswaar.nl. Toestemming voor gehele of gedeeltelijke overname moet verkregen worden via Marc Verhoeven (verhoevenmarc@skynet.be)

  Ga naar APOSTASIE

 
 
 
Designed: Elegant Web Templates
Copyright © www.debijbeliswaar.nl. All rights reserved.