De Bijbel is WAAR
 Stichting de Bijbel is waar
 
De gevaarlijke hedendaagse aanval op het Bijbelse Christendom (deel 1)
De mystieke visie op religie
Het Bijbelse christendom wordt langs verschillende wegen aangevallen. Denk bv. aan de schriftkritiek die nog steeds zijn duizenden verslaat. Een andere en veel subtielere aanval is het invoeren, in de evangelische en de orthodox-reformatorische wereld, van de mystieke visie op religie. De aanval via de mystiek is moeilijk te onderkennen omdat deze gepaard gaat met een soort superspiritualiteit, met prachtige ervaringen en (bedrieglijke) tekenen. Het gevolg is dat er langzamerhand van binnenuit in Bijbelgetrouwe kringen een paradigmawisseling plaats heeft. Een vervanging van de Bijbelse visie op religie door de mystieke.

Een omschrijving van de mystieke visie op religie
De grote lijn komt op het volgende neer:
  • Er is een werkelijkheid achter de zichtbare werkelijkheid.

  • Deze werkelijkheid heeft allerlei namen gekregen. God, de godkracht, de wereldziel, brahman, de macht, enzovoorts.

  • Er is contact mogelijk tussen de mensen en deze hogere werkelijkheid. Dit levert een werkelijke "godservaring" op. Een transcendente ervaring, dat wil zeggen een ervaring die de wereld van het zintuiglijk waarneembare overstijgt. Het is een authentieke, een werkelijke, een echte, "gods"ervaring.

  • Deze authentieke godservaringen zijn niet rationeel te begrijpen, zelfs niet gedeeltelijk. Ze zijn niet in taal weer te geven. Ze zijn in feite onuitsprekelijk. Toch hebben mensen over hun ervaringen met het goddelijke gesproken en geschreven. Dat heeft de zogenaamde heilige boeken van de wereldreligies opgeleverd.

  • De schrijvers van de heilige boeken hebben wel een authentieke godservaring gehad, maar ze hebben die op gebrekkige wijze, gekleurd door hun beperkte wereldbeschouwing, geïnterpreteerd en uitgelegd. In de heilige boeken wordt een persoonlijke verwerking en neerslag gegeven van een authentieke godservaring. De heilige boeken geven daarom geen openbaring, geen ware met de werkelijkheid overeenkomende informatie over het goddelijke. Het zijn slechts getuigenissen (oorkonden) van het feit dat mensen godservaringen hebben gehad. Op zijn hoogst kunnen ze bemiddelen bij het zelf verkrijgen van een authentieke godservaring.

  • De fout nu is dat de mensen de heilige boeken, waarin de stichters en aanhangers van de grote godsdiensten hun authentieke maar beperkte godservaringen hebben weergegeven, zijn gaan verabsoluteren. Ze zijn ze gaan objectiveren. Dit is, zo stelt men, de zondeval van de religie. Ze zijn gaan denken dat in de heilige boeken ware, met de werkelijkheid overeenkomende, informatie over het goddelijke is gegeven. Ze zijn gaan beweren dat er propositional truth in staat.

  • Het gevolg hiervan is dat men dogmatisch is geworden. De aanhangers van deze godsdiensten spreken met stelligheid over het goddelijke: "Zo is het". Men weet het. Daarom denken ze ook antithetisch. Ze gaan er van uit dat als godsdiensten elkaar tegenspreken ze niet beiden gelijk kunnen hebben. Want twee tegenovergestelde stellingen kunnen niet tegelijkertijd waar zijn. Men verwerpt van daaruit ook de andere godsdiensten. Men is intolerant geworden. Dit heeft weer geleid tot allerlei vormen van agressief fundamentalisme. De wortel van intolerantie op godsdienstig gebied is, zo stelt men, de idee dat in de heilige boeken waarheid, dat is informatie die overeenkomt met de werkelijkheid, propositional truth, wordt gegeven.

  • Leerstellingen, dogma's, die worden "verabsoluteerd" verstikken het leven. Het gevolg van leer en leerstellingen is dat ze het echte geestelijke leven (de echte godservaringen) opsluiten in een verstikkend harnas van dogma's. Echte godservaring is echter dynamisch en niet statisch. Ware informatie, propositional truth, over het goddelijke is niet mogelijk, je kunt alleen waarheidsbelevingen hebben, je kunt waarheidsmomenten beleven.

Men redeneert verder:

  • De opvatting dat in heilige boeken zoals b.v. de bijbel ware kennis over de werkelijkheid staat (propositional truth) en de idee dat in leerstellingen (dogma's) de waarheid wordt nagesproken en weergegeven, moet gezien worden als een vorm van rationalisme, als een uiting van menselijke hoogmoed.  De mens denkt in zijn grote hoogmoed het goddelijke te kunnen grijpen.

  • De mens ziet de producten van zijn eigen geest (dat zijn de heilige boeken en de daarop gebaseerde leerstellingen) aan als goddelijke openbaring, als goddelijke waarheid, die ware informatie over de totale werkelijkheid zou geven.

  • In feite is dit, zo stelt men,  afgoderij want de mens vereert de producten van zijn eigen geest als van God afkomstig.

De leer is, zo luidt de theorie, in werkelijkheid niet meer dan een ladder, een methode, een weg, om te komen tot een authentieke godservaring. Als je die ervaring (verlichting) hebt bereikt dat werp je de ladder weg. Om verder te komen op de weg van persoonlijke groei kun je het ene moment een bepaalde leer gebruiken om vervolgens weer een andere te gebruiken, ook als deze in strijd is met de eerste.

Aan de basis van alle wereldgodsdiensten ligt dus een gemeenschappelijke religieuze oerervaring.

De vijf grote wereldgodsdiensten worden daarom ook wel de vijf zusters genoemd. Ze hebben allen de gemeenschappelijke religieuze oerervaring als moeder, als bron. Naast het feit dat deze oerervaring zich niet in menselijke taal laat weergeven is de oerervaring zo overweldigend dat beperkte mensen die niet volledig, doch slechts ten dele, kunnen ondergaan. Dit laatste is de tweede reden waarom de mensen in hun verschillende heilige boeken tot een soms tegenstrijdige verwerking van de oerervaring zijn gekomen. Om dit te illustreren wordt vaak het beeld van de olifant en de vijf blinde mannen gebruikt. Op een gegeven moment komen vijf blinde mannen een olifant tegen. Ze gaan alle vijf tastend op onderzoek uit. De eerste loop tegen een poot op. Hij betast die, omarmt de poot en zegt: een olifant lijkt op een boomstam. De volgende loopt tegen de buik van de olifant aan, betast die en zegt: Een olifant is enorm breed en zweeft. De volgende loopt tegen de slurf aan en zegt: een olifant is flexibel en zo dik als mijn arm. Enzovoorts. Alle vijf hebben ze iets van de olifant getast en geven ze hun eigen verslag. Ze hebben allemaal contact gehad met die ene olifant (met die ene goddelijke werkelijkheid) terwijl hun beschrijving van de olifant verschilt. De olifant staat voor het goddelijke. De vijf blinde mannen staan voor de stichters en volgelingen van de vijf grote wereldgodsdiensten.

De wereldgodsdiensten staan daarom niet tegenover elkaar maar naast elkaar, het zijn evenzoveel verwerkingen van aanrakingen met het goddelijke. Geen van hen is groot genoeg om de totale ervaring te kunnen vatten. De wereldgodsdiensten vullen elkaar aan. De aanhangers van de verschillende religies moeten bescheiden worden, elkaar als authentieke ervaringen van het goddelijke erkennen en van elkaar leren. Als ze dat doen zullen ze elkaar verrijken en samen zullen ze meer en meer van de grote volheid van het goddelijke kunnen ervaren. De godsdiensten kunnen daarom ook samen een mondiale wereldethiek formuleren en zo de gerechtigheid en de wereldvrede bevorderen.

In de mystieke visie op religie wordt het verstand (de rationaliteit) van de mens eerder gezien als een hinderpaal dan als een hulp bij het vinden van authentieke godservaringen. Er heerst een antiverstand stemming. (Het verstand als de grote hoer.)

De goddelijke ervaringen kunnen langs allerlei wegen worden opgeroepen. Via meditatieve lezing van heilige boeken, via rituelen, via ascese, via meditatie (ontlediging), via het houden van wetten, heilige dans, magie, iconen, enzovoorts.

Er moet openheid komen voor het goddelijke. Dat betekent dat de intuïtieve zijde moet worden ontwikkeld. De zogenaamde vrouwelijke kant van de mens. Het verstand moet worden stilgezet (ontledigd) en het innerlijk oor en oog moeten worden geopend en ontwikkeld.

Achter de mystieke visie op religie zit in grote lijn een volledig wereldbeeld. Men heeft een eigen kijk op de diepste structuur van de werkelijkheid (de ontologie), op de mens, op kennis, op waarheid, op openbaring. Ook kent de mystiek vaak een eigen verlossingsweg. Daarbij gaat het niet, zoals in het bijbelse christendom het geval is, om behoud door het geloof, door het in geloof rusten op Gods beloften, op het volbrachte werk van Christus. Het gaat dan veeleer om het door allerlei ervaringen heen opstijgen tot het goddelijke. De ervaring bevrijdt en maakt zalig.

De mystieke visie op religie, met het daar achter liggende mystieke wereldbeeld, vormt de grote structuur, het raamwerk, waar allerlei filosofische en religieuze, mystiek georiënteerde, bewegingen onder vallen. Dit geldt onder meer voor het platonisme, het neoplatonisme, de gnostiek, het hindoeïsme, new-age, het existentialisme, het postmodernisme,  maar ook de rooms-katholieke mystici, de protestantse neo-orthodoxie en de harde kern van de charismatische beweging. Zelfs vele moderne evangelicals gaan, meer en meer, uit van de uitgangspunten van de mystieke visie.

Het bijbelse antwoord op de mystieke visie op religie
Door de eeuwen heen hebben de christenen zich moeten verdedigen tegen het mystieke wereldbeeld en de mystieke visie op religie. Tegenover het mystieke wereldbeeld hebben zij een aantal, op de bijbel gebaseerde, leerstellingen en standpunten geformuleerd. Die leerstellingen vormen de stenen van een muur die de mystiek buiten de bijbelse gemeente en de christelijke theologie houdt. Je kunt deze leerstellingen ook vergelijken met sloten die de deur voor de mystiek dicht houden.


De absolute waarheidsclaim.
De bijbel stelt zonder enige nuancering dat Jezus de weg, de waarheid en het leven is. Hij is niet een weg MAAR  DE WEG. Niet slechts de beste weg maar de enige weg.  Zie Joh. 14:6 en  Hand. 4:12

Na de zondeval willen de zondige mensen de ware God niet erkennen. In plaats daarvan hebben ze hun eigen (af)goden en godsdiensten bedacht. Zie Rom 1:18-32

Achter de afgoden zitten de boze geesten.  Zie 1 Kor. 10:19,20  Daardoor werkt er toch vaak een beperkte bovennatuurlijke invloed door die religies heen. Zie b.v. wat de tovenaars van Egypte in de confrontatie met Mozes konden. God laat verkondigen dat alle mensen, dat alle aanhangers van andere godsdiensten, zich moeten bekeren van de afgoden tot de levende God.  Zie Hand. 17:

Geen dialoog maar oproep tot bekering.
Zij worden opgeroepen zich af te keren van hun ijdel bedrijf. Zie Hand. 14:15  De bijbel spreekt niet over anders gelovigen maar over ongelovigen. Een ongelovige is, bijbels gezien, niet alleen een atheïst. Een ongelovige is een ieder die de ware God niet erkent. Wat heeft de tempel van de levende God gemeen met de afgoden? Niets.  Zie 2 Kor. 6:14-18


Verantwoording van de waarheidsclaim.
De bijbel geeft een verantwoording van haar eigen waarheidsclaim en van de waarheidsclaim van Jezus. Op de vraag "hoe weet je dat het waar is?" wordt een duidelijk antwoord gegeven. God heeft in de bijbel zijn boodschap voor ons gegeven, maar daar zouden we niet veel aan hebben als we de bijbel niet als van God afkomstig zouden herkennen. Wij kunnen de bijbel als van God afkomstig herkennen omdat God op allerlei manieren getuigenis aan zijn woord heeft gegeven. Hij heeft dat vroeger gedaan en Hij doet dat nog steeds. God bevestigt zijn woord en daarmee zijn Zoon die in het woord wordt verkondigd.

De bijbel spreekt over aanwijzen, zegel drukken, getuigen, bewijs, bewijzen, bevestigen. Het voornaamste woord is getuigenis (getuigenis geven). Dat wordt in bepaalde schriftgedeelten gebruikt in juridische zin. De bijbel zegt herhaaldelijk dat je met behulp van twee of drie getuigen een zaak kan bewijzen, vast doen staan. Er zijn de objectieve bewijzen die voor ieder te controleren zijn. Zoals het feit van de opstanding. Het is mogelijk om het historische bewijs aangaande de opstanding te onderzoeken. De bijbel legt zelf veel nadruk op het historisch bewijs (de ooggetuigen) van de opstanding. Verder is er het feit van de profetie. De profetie die reeds vervuld is in het leven van Jezus, maar ook de profetie over de eindtijd. In de bijbel wordt allerlei informatie over de situatie vlak voor de wederkomst van Christus gegeven. Als je die informatie bij elkaar neemt ontstaat er een vrij gedetailleerd en omvangrijk beeld. We zien langzaam de situatie in de wereld zich bewegen in de richting van de in de bijbel geschetste eindtijdsituatie. De profetie was en is bij uitstek Gods methode om Zijn woord (Zijn profeten, Zijn boodschap) te bevestigen.

Daarnaast is er het subjectieve bewijs. Allereerst het innerlijke getuigenis van Gods Geest, er is iets in je dat zegt dat het waar is. Ook is er de kracht die je tegemoet komt in het woord van God, levenwekkend ontdekkend, vermanend, troostend. Daarnaast is er de voortdurende ervaring dat "het werkt", er gebeurt wat de bijbel zegt dat zal gebeuren. Er staan vele concrete beloften in de bijbel, gericht tot de christenen. God bevestigt zijn woord door die beloften aan de christenen te vervullen, als ze daar in geloof aanspraak op maken en als ze, als de bijbel die aangeeft, aan de voorwaarden voldoen. "Lees wat er staat, geloof wat er staat, doe wat er staat, dan zul je ook ervaren wat er staat" placht evangelist Johannes de Heer te zeggen. God zegt in Maleachi 3:10 "Beproeft Mij daarmede". Dit was Gods uitdaging richting de Israëlieten: "Als jullie de tienden brengen, dan zal ik jullie zegenen, probeer het maar uit." In zekere zin kun je Gods woord, Gods beloften dus op de proef stellen, uittesten. Hudson Taylor antwoordde op de vraag waarom hij geloofde dat de bijbel Gods woord is, dat hij vele tientallen jaren lang de beloften uit Gods woord had beproefd en dat God de bijbel altijd had bevestigd in zijn ervaring door de beloften te vervullen. Hudson Taylor leefde rond het begin van de twintigste eeuw. Hij was de oprichter van de eerste interkerkelijke zendingsorganisatie. Hij deed b.v. niet actief aan fondswerving. Hij vroeg nooit om financiële hulp, de noden op dat gebied werden zelfs niet genoemd. In antwoord op gebed bewoog God de harten van de christenen om te geven. Zo werd een organisatie met honderden zendelingen vele tientallen jaren gerund.

Er zijn allerlei beloften, b.v. van wijsheid (Zie Jak. 1:5), van vrede die alle verstand te boven gaat

(Zie Filp 4:6,7). Een christen die met God wandelt kan telkens weer opnieuw in de kantlijn van zijn bijbel bij allerlei beloften schrijven: beproefd en waar bevonden. Beloften aangaande het gebed. Beloften dat in Jezus naam de demonen wijken. Je kent de beloften, je hoort hoe anderen de vervulling van Gods beloften hebben beleefd, je ziet het bij anderen en tenslotte ervaar je het zelf ook. Je beleeft dat het waar is.

Samenvattend:

  • Er is iets in me dat zegt dat het waar is, het innerlijk getuigenis van Gods Geest,  speciaal  door het woord van God heen.

  • Ik ervaar de kracht van het woord in mijn eigen leven. De levensveranderende kracht.

  • Ik ervaar dat het waar is, ik leef erin, er gebeurt wat er staat, het werkt.

  • De feiten bevestigen dat het waar is b.v. het feit van de profetie.

  • De combinatie van deze dingen geeft zekerheid.

Niet één van de andere zogenaamde heilige boeken van andere religies hebben het getuigenis van de vele vaak zeer gedetailleerde profetieën en de vele concrete beloften, dat de bijbel wel heeft. Daarin zijn Jezus en de bijbel uniek. Alleen Jezus en de bijbel hebben betrouwbare identiteitspapieren.

De mystieke visie op religie heeft geen bevestiging of bewijs. Het is niet meer dan een onbewezen theorie.

Auteur: A.P.Geelhoed
Bewerking: W. Boonstra

  Ga naar APOSTASIE

 
 
 
Designed: Elegant Web Templates
Copyright © www.debijbeliswaar.nl. All rights reserved.