God heeft
gesproken, de
bijbel is het
geschreven woord
van God
God heeft
gesproken. (Zie
Hebr. 1:1) God
heeft met de mens
gecommuniceerd.
Hij heeft
gesproken. Hij
heeft onder meer
allerlei voor de
mens belangrijke
informatie
doorgegeven. God
wilde de mens iets
duidelijk maken.
Een belangrijk
deel van wat God
heeft gesproken,
heeft Hij neer
laten leggen in de
tekst van de
bijbel.
Via het proces van
inspiratie,
bewaring,
bevestiging en
verlichting heeft
God er voor
gezorgd dat zijn
boodschap ons ook
nu nog kan
bereiken. Via de
inspiratie van de
bijbel heeft God
gezorgd voor een
geschreven
goddelijke
boodschap. Hij
heeft er
vervolgens op
toegezien dat die
tekst, behoudens
een aantal
details,
ongeschonden is
gebleven. Hij
heeft er ook voor
gezorgd dat we
zijn geschreven
boodschap kunnen
herkennen als van
Hem afkomstig. Dat
heeft Hij, zoals
hierboven is
besproken, gedaan
door getuigenis te
geven aan de
boodschap, door
zijn boodschap op
allerlei manieren
te bevestigen.
Tenslotte zorgt
God er ook voor,
door met zijn
Geest ons verstand
te verlichten, dat
we zijn geschreven
boodschap kunnen
begrijpen.
De bijbel bevat
natuurlijk niet
alleen informatie
in de zin van
feiten. In de
bijbel vinden we
b.v. ook gebeden.
Echter om tot
geloof te komen
moeten we eerst
informatie over
Jezus krijgen (Zie
Rom. 10:14) Als we
in de goede
gezindheid de
bijbel benaderen
en lezen zal Gods
Geest ons
aanspreken en
allerlei dingen
duidelijk maken.
Vasthouden aan
propositional
truth, aan het
bijbelse
waarheidsbegrip.
Als christenen
houden wij alles
wat God ons in de
bijbel meedeelt
voor waar. Wat de
bijbel beweert is
waar, dat wil
zeggen het komt
overeen met de
werkelijkheid. Als
de bijbel zegt dat
Jezus is opgestaan
dan is dat zo, als
Jezus in het
Nieuwe Testament
bevestigt dat de
eerste vijf boeken
van de bijbel door
Mozes zijn
geschreven dan
geloven wij dat,
dan houden wij dat
voor waar. Als de
bijbel zegt dat er
bij de wonderbare
visvangst 153
vissen werden
geteld dan is dat
ook zo gebeurd,
als de bijbel zegt
dat wie in Jezus
gelooft vergeving
van zonden
ontvangt dan is
dat ook zo. Een
bewering is waar
als deze
overeenkomt met de
werkelijkheid.
Een propositie is
een bewering die
waar of niet waar
kan zijn. De
bijbel bevat
allerlei ware
beweringen,
allerlei ware
proposities, die
overeenkomen met
de werkelijkheid.
Jezus is opgewekt,
wie gelooft heeft
eeuwig leven, in
den beginne schiep
God de hemel en de
aarde, Jezus liep
over water,
enzovoorts. De
bijbel bevat dus
propositional
truth. Waarheid in
de bijbel betekent
echt (tegenover
onecht), het
betekent daarnaast
ook vast en
betrouwbaar, maar
het betekent ook
overeenkomst met
de werkelijkheid.
Het bijbelse
waarheidsbegrip
omvat de
correspondentiegedachte.
Dit is eenvoudig
aan de hand van
vele bijbelteksten
te bewijzen. Een
uitspraak is waar
als deze
overeenkomt,
correspondeert,
met de
werkelijkheid.
Met menselijk taal
kunnen ware
uitspraken over
God en de
onzichtbare wereld
worden gedaan.
Tegenover de
mystiek houdt de
bijbel en houden
wij als christenen
staande dat we met
menselijke taal
wel ware, met de
werkelijkheid
overeenkomende,
uitspraken over
God en de
onzichtbare wereld
kunnen doen.
De grondstelling
van de mystiek is
dat het goddelijke
zo anders is dan
het menselijke, zo
anders dan het
aardse en
zichtbare, dat het
niet mogelijk is
om met menselijke,
binnenwereldse,
woorden en beelden
daar iets over te
zeggen. Niets van
het aardse komt
ook maar in de
buurt van het
goddelijke. Met
menselijke woorden
en beelden kun je
daarom niets
beginnen. De kloof
is absoluut. God
is der ganz
Andere. God is
niet de andere,
Hij is de volkomen
andere. De bijbel
stelt daar
tegenover dat God
niet de geheel
Andere (der ganz
Andere) is. Er is
tussen de mens en
tussen God een
bepaalde, zij het
beperkte,
overeenkomst in
zijn. (Een
analogia entis
(1) )
De mens is
geschapen naar
Gods beeld. De
mens lijkt in
bepaalde opzichten
op God en andersom
lijkt God in
bepaalde opzichten
daarom ook op de
mens. Zo heeft God
zichzelf in de
bijbel b.v.
geopenbaard als
een persoon, de
mens is dat ook.
God heeft
zelfbewustzijn, de
mens ook. God
denkt, voelt,
spreekt, heeft een
wil, de mens heeft
dat ook. De bijbel
spreekt over God
op antropomorfe
wijze, op
mensvormige
manier. Dat kan de
bijbel doen omdat
God en de mens in
bepaalde opzichten
op elkaar lijken.
Als de bijbel over
God op
antropomorfe wijze
spreekt dan
spreekt ze op
analoge wijze. Dat
wil zeggen in de
kern is er
overeenkomst. Al
is er niet altijd
volledige
overeenkomst. Door
studie van het
geheel van de
bijbel (door
schrift met
schrift te
vergelijken) zijn
de verschillen aan
te wijzen. Zo
blijkt uit studie
van de bijbel dat
we b.v. het
spreken over de
arm van God niet
letterlijk moeten
nemen, maar als de
bijbel spreekt
over b.v. de toorn
God weer wel. De
kern komt overeen,
al kunnen er
verschillen zijn.
Als de bijbel
stelt dat God
rechter is dan is
dat meer dan een
metafoor. God is
werkelijk rechter.
In het wezenlijke
komen het
rechterzijn van de
mens en het
rechterzijn van
God overeen. Als
de bijbel stelt
dat God liefde is
dan is dat meer
dan een metafoor,
God is werkelijk
liefde.
De bijbel geeft
ook geen grond
voor een
accommodatietheorie.
Men stelt dan dat
God zich in zijn
communicatie naar
de mens toe zo
heeft aangepast,
dat Hij in
metaforen is gaan
spreken. God is
dan niet werkelijk
rechter, dat lijkt
alleen maar zo,
Hij doet zich zo
voor. God is dan
niet werkelijk
liefde, zo doet
Hij zich alleen
maar voor. God
openbaart zich b.v.
in de bijbel als
een rationele God.
Daaruit besluiten
wij, als orthodoxe
christenen, dat
God een rationele
God is, maar de
accommodatietheorie
zegt dat God niet
rationeel is, Hij
doet zich alleen
maar als rationeel
voor. Hoe God dan
wel is, dat weet
men niet precies.
Men gebruikt soms
de term
bovenrationeel of
supra-rationeel
maar dit zijn
volledig lege
begrippen. Hier
herkennen we de
zogenaamde
negatieve
theologie en het
godsbegrip van het
neoplatonisme.
Waarom zouden we
de bijbel niet
nemen zoals het er
staat? Er is geen
enkele reden om
dat niet te doen.
Als je de
accommodatietheorie
accepteert dan
verdwijnt God in
het onbekende.
Want Hij zou dan
niet zijn zoals
Hij zich in de
bijbel
presenteert.
Maar nogmaals, hoe
is God dan wel?
-
De mysticus
zegt: "niemand
weet het, je
kunt er niets
rationeels over
zeggen".
-
Er is volgens de
bijbel, geen
onoverbrugbare
kloof. Met
menselijke
woorden kunnen
ware dingen over
God worden
gezegd. Als de
bijbel over God
spreekt dan gaat
het om meer dan
metaforen, dan
gaat het om meer
dan slechts een
verwijzing naar
een
werkelijkheid
achter de
woorden. Het
gaat om meer dan
een
werkelijkheid
waar we iets van
zouden kunnen
ervaren, maar
die we niet
adequaat zouden
kunnen
beschrijven. De
bijbel geeft een
met de
werkelijkheid
overeenkomende
beschrijving, al
is het geen
uitputtende
(volledige)
beschrijving.
Dit is het grote
principiële
verschil tussen de
bijbelse
orthodoxie en
allerlei vormen
van mystiek zoals
b.v. de
protestantse
neo-orthodoxie.
De menselijke
ratio wordt door
God ingeschakeld
bij het verstaan
van zijn
openbaring.
In de bijbel
hebben we Gods
geschreven
openbaring. Bij
het recht verstaan
van de bijbel is
ons verstand
betrokken. Ons
verstand werkt
volgens bepaalde
principes (de
denkwetten). Zo
heeft God ons
geschapen. Als je
denkt volgens de
ingeschapen
denkwetten dan ben
je rationeel
bezig. In de
bijbel worden de
christenen
opgeroepen om hun
verstand te
gebruiken. (Zie
Matth. 22:37 en 1
Kor. 14:20) Voor
het verstaan van
de bijbel is wel
de verlichting van
Gods Geest nodig,
de Geest moet ons
verstand openen.
(Zie Luc. 24:45
en Efeze 1:17,18)
Die verlichting
gaat echter niet
buiten het actieve
en rationele
gebruik van het
verstand om. De
Here Jezus bewees
door logisch
redeneren, door
discursief denken,
soms dingen vanuit
de Schrift. Hij
wees op een
bepaald
schriftwoord en
trok daar dan
logische
conclusies uit. De
Joden in Berea
gingen dagelijks
in de schriften na
of de dingen die
Paulus doorgaf ook
zo waren (Zie
Hand. 17:11). Dit
is ook een
rationele
bezigheid, ze
werden daarvoor
geprezen. Mystiek
schuift altijd
weer het gebruik
van ons door God
gegeven verstand
opzij. Er wordt
geleerd om het
verstand stop te
zetten, te
ontledigen. Er
wordt geleerd dat
het gebruik van
het verstand ware
geestelijkheid
hindert. Er wordt
geleerd dat het
verstand, de ratio
slechts bij de
zichtbare wereld
hoort. Als het
gaat om goddelijke
dingen kun je
niets met het
verstand beginnen
(2).
Er zijn drie
mogelijke
benaderingen van
de rationaliteit:
-
De eerste is de
ratio te
verheffen tot de
hoogste
autoriteit. Dit
is rationalisme,
kenmerkend voor
de Verlichting.
De mens denkt
dat hij, los van
openbaring, met
zijn autonome
verstand alles
kan doorzien en
beoordelen.
-
De tweede
benadering is
het verwerpen
van de ratio.
Men stelt dat
het gebruik van
de ratio je bij
de diepste
levensvragen
niet verder
helpt, ja, het
staat zelfs in
de weg. Je moet
je naar binnen
keren, naar de
beleving, de
intuïtie. Dit is
kenmerkend voor
de Romantiek, de
geestesbeweging
die op de
Verlichting
volgde en ook
voor het
postmodernisme
en new age.
-
De derde
benadering is de
bijbelse weg. We
moeten ons
verstand
gebruiken bij
het onderzoeken
van Gods
openbaring, ook
bij apologetiek
wordt
gedeeltelijk een
beroep gedaan op
de rationaliteit
van de mens. We
moeten dit doen
in onderwerping
aan Gods
openbaring en in
afhankelijkheid
van Gods Geest.
Ook moeten we
ons wachten voor
speculatie.
In de leer (in
de dogma's) worden
bijbelse waarheden
weergegeven
De bijbel spreekt
over de leer.
Jezus bracht een
leer. Hij sprak
over "MIJN LEER
" (Joh. 7:16).
Er is de gezonde
leer (Titus 1:9).
Paulus spoort
Titus aan om
zuiver te zijn in
de leer, hij
spoort hem dus aan
om orthodox, om
recht in de leer,
te zijn (Titus
2:7).
De Farizeeën
brachten een leer,
waar de Here Jezus
tegen waarschuwde
(Matth. 16:12).
Er is allerlei
wind van leer (Efeze
4:14). Er zijn
demonisch
geïnspireerde
leerstellingen (1
Tim. 4:1).
Er zijn valse
leraren (2 Petrus
2:1 , Hand.
20:28-30). Vals,
dat wil zeggen
pseudo, namaak, ze
doen zich voor als
echte leraren,
maar ze zijn het
niet. Bepaalde
leringen mogen in
een christelijke
gemeente niet
gebracht worden en
sommige leringen
zijn reden voor
afscheiding ook al
presenteren
degenen die zo'n
leer brengen zich
als medechristenen
(1 Tim 1:3 ; 2
Johannes :10). Er
zouden dagen komen
dat de mensen de
gezonde leer niet
meer verdragen (2
Tim. 4:3). De
bijbel heeft heel
veel over de leer
te zeggen en
onderstreept
telkens het grote
belang van de
gezonde leer.
Leer komt het
werkwoord leren.
Met de leer wordt
de inhoud van het
bijbelse onderwijs
over een bepaalde
zaak bedoeld. De
bijbel zegt b.v.
allerlei dingen
over Christus. Als
we die dingen
samen nemen dan
hebben we de
bijbelse "leer
over Christus''.
De "leer over
Christus" is dus
de inhoud van het
bijbelse onderwijs
over Christus. De
bijbel spreekt
over "de leer van
Christus" (2 Joh.
1:9), de "leer der
godsvrucht" (1 Tim.
6:3), een "leer
over dopen,
oplegging der
handen, opstanding
der doden, eeuwig
oordeel" (Hebr.
6:2).
We vinden de
bijbelse leer over
een bepaalde zaak
door alle direct
relevante
bijbelgedeelten
bij elkaar te
zoeken, vervolgens
kijk je bij elke
bijbeltekst welk
licht die tekst op
de zaak werpt, en
tenslotte haal je
de grote lijnen
uit de door de
exegese verkregen
gegevens. De aldus
verkregen grote
lijnen vormen de
bijbelse leer. Het
dogma, een
leerstelling,
geeft dus als het
goed is een
bijbelse waarheid
weer. Het is de
samenvatting van
het bijbelse
onderwijs over een
bepaalde zaak. Zij
het dat die
samenvatting vaak
wordt gegeven in
eigen woorden. Dat
is op zich geen
bezwaar als het
dogma maar wordt
uitgelegd vanuit
de bijbelteksten
waar het een
samenvatting van
bedoelt te geven.
Het is mogelijk om
bij de formulering
van dogma's, van
leerstellingen,
fouten te maken.
Eén van de grote
gevaren is dat men
verder gaat dan de
Schrift, dat men
speculeert. Daarom
moeten we elk
dogma, elke
leerstelling
toetsen aan de
bijbel (Hand.
17:11). Maar als
een dogma de
toetsing aan de
Schrift doorstaat,
dan moet deze ook
als waar aanvaard
worden.
Als protestanten
geloven we in de
doorzichtigheid
(de
begrijpelijkheid)
van de Schrift,
het is dus
mogelijk de door
God bedoelde
betekenis van de
bijbeltekst te
vinden (3).
Het is ook
mogelijk om daar
vervolgens een
nauwkeurige
samenvatting van
te gegeven. Dit
bedoelden de
orthodoxe
protestanten als
ze zeiden dat in
het dogma, in de
belijdenis, de
Schrift wordt
nagesproken
(4). Onder
invloed van onder
meer het
postmodernisme
wordt dit
tegenwoordig door
W.J. Ouweneel en
vele anderen
ontkend. Het dogma
wordt gezien als
slechts een
menselijke
theorie,
gebrekkig, niet
als de
samenvatting van
een bijbelse
waarheid.
Transcendente
ervaringen kunnen
uit twee bronnen
komen.
Volgens de bijbel
is contact met de
onzichtbare wereld
mogelijk. Het is
mogelijk om
contact te hebben
met God, maar het
is ook mogelijk om
contact te hebben
met boze geesten.
Boze geesten
kunnen zich
voordoen als
engelen van het
licht (2 Kor.
11:14).
Als christenen
moeten we dus
rekening houden
met namaak, met
pseudo-ervaringen
op geestelijk
gebied. Met "pseudo"
wordt niet bedoeld
dat het geen echte
evaringen zouden
zijn. Het zijn wel
degelijk echte
ervaringen, het
zijn echter
namaakervaringen,
namaak van het
echte, een
demonische
immitatie van het
werk van de
Heilige Geest of
van heilige
engelen. Het doet
zich voor als
goddelijk terwijl
het in feite
demonisch van
oorsprong is. Ik
moet denken aan
wat ik persoonlijk
meegemaakt heb in
een gemeente. Daar
trad een "profeet"
op, het werd
serieus genomen.
Later ben ik
betrokken geweest
bij het uitdrijven
van demonen bij
deze zogenaamde
profeet. Na het
uitdrijven van
demonen was de
aandrang om te
profeteren ook
weg. De bijbel
spoort niet voor
niets telkens aan
om toch vooral
alles te toetsen.
Nog enkele andere
waarheden die
beschermen tegen
de verleiding van
de mystiek.
-
De canon is
afgesloten.
-
De bijbel
heeft absoluut
gezag, wat de
bijbel zegt is
beslissend.
-
De bijbel
heeft alleen
gezag, geen
andere bronnen
voor
geestelijke
waarheid naast
de bijbel,
sola scriptura.
-
De bijbel is
noodzakelijk,
zonder de
bijbel zouden
we niets van
Christus en
Gods
verlossingsplan
weten.
-
De bijbel is
onfeilbaar,
inerrant.
-
De bijbel is
begrijpelijk,
doorzichtig,
er is wel
opening van
het verstand
nodig.
-
De Geest
gebruikt het
woord, geen
scheiding
tussen woord
en Geest.
-
De bijbel legt
zichzelf uit
(Schrift met
Schrift
vergelijken).
-
De bijbeltekst
moet genomen
worden in de
normale
betekenis van
de woorden,
tenzij er
duidelijke
aanwijzingen
uit de bijbel
zelf zijn om
dat niet te
doen. (anti-allegorie)
-
De teksten
moeten in hun
verband worden
uitgelegd
Alle hierboven
genoemde
leerstellingen
zijn gebaseerd op
de bijbel. Soms
worden ze
uitdrukkelijk,
rechtstreeks, in
de bijbel genoemd,
soms zijn ze
impliciet in de
tekst van de
bijbel gegeven.
Het meest
fundamenteel in
het afschermen
tegen de mystieke
visie op religie
zijn de stellingen
over het
waarheidsbegrip,
over religieuze
taal en over
rationele
apologetiek. In
de volgende studie
wordt beschreven
hoe juist deze
drie het felst
worden
aangevallen.
Auteur:
A.P.Geelhoed
Bewerking: W.
Boonstra
1
Aan de term
analogia entis
wordt niet door
allen een
eenduidige
betekenis gegeven.
Met analogia entis
wil ik alleen
naspreken wat de
bijbel in Genesis
1:26 zegt over de
gelijkenis tussen
God en mens. Ik
heb het dus over
een gelijkenis in
zijn en niet over
een deelname van
de mens aan het
zijn van God.
2
Zie voor een meer
uitgebreide
bespreking van de
rol van de
rationaliteit in
de verdediging van
de waarheidsclaim
van het
christendom: "De
invloed van
postmodernisme,
barthianisme en de
wijsbegeerte der
wetsidee op de
theologische
standpunten van W.J.
Ouweneel", met
name hoofdstuk 8.
En appendix A.
punt a.6.9 van het
rapport "Wat is er
aan de hand in de
evangelische
wereld?" van
A.P.Geelhoed.
Beide documenten
zijn te vinden op
zijn website (http://www.solcon.nl/apgeelhoed).
Het eerste staat
onder de link
"overige
documenten", het
document "Wat is
er…?" kan direct
in het linkerframe
aangeklikt worden.
3
De denkwetten
waarlangs het
logisch denken
verloopt. Het
beginsel van
identiteit (een
ding is identiek
aan zichzelf), het
beginsel van
contradictie of
eigenlijk
non-contradictie
(geen ding kan in
strijd zijn met
zichzelf) en het
beginsel van het
uitgesloten midden
of derde (iets kan
niet gelijk waar
en niet waar
zijn). Zowel de
mens als God
denken volgens
deze wetten.
Althans zo
openbaart God zich
in de bijbel. De
rationaliteit van
de mens is een
weerspiegeling van
de rationaliteit
van God, het hoort
bij het beeld Gods
(in ruime zin) in
de mens. Er zijn
mensen die de
algemene
geldigheid van
deze wetten
ontkennen, maar al
uit het feit dat
ze die ontkenning
uiten in zinnen,
die volgens
dezelfde wetten
die ze ontkennen
zijn geformuleerd,
toont de dwaasheid
van hun standpunt
aan.
4
Zie b.v. 2 Petrus
1:20. Deze tekst
impliceert dat het
mogelijk is om
onderscheid te
maken tussen de
goede door God
bedoelde uitleg
van een
Bijbeltekst en
tussen allerlei
menselijke
interpretaties.