|
RELIGIE
|
CHRISTENDOM
|
|
Redding is iets wat ik moet
doen. Ik moet op een of
andere manier mijn redding
verdienen, of verwerven,
door de manier waarop ik
leef.
|
Redding is iets wat enkel
God kan doen. “Het heil is
des Heeren”!
(Efeziërs 2:8-9; Jona 2:9b). |
|
Religie kan samengevat
worden in één woord: DOEN,
mensen die verschillende
dingen willen DOEN om God te
behagen en Zijn gunst te
verdienen.
|
Christendom kan samengevat
worden in één woord: GEDAAN,
Christus stierf aan het
kruis om de zondige mens te
redden … “Het is
volbracht” (Johannes 19:30). |
|
De religieuze mens is bezig
met “werken” (goede werken
doen) om gered te worden.
|
De geredde mens “werkt niet”
(Romeinen 4:5) maar RUST in
het volbrachte werk van een
Ander. |
|
PROBEREN.
|
GELOVIG VERTROUWEN (Hand.
16:31) |
|
|
|
|
De mens hoopt zich te
redden.
|
God redt de hopeloze mens (1
Tim. 1:15) |
|
|
|
|
Religie is de mens die
vertrouwt op zijn eigen
goede werken (Titus 3:5). |
Christendom is de mens die
vertrouwt op het goede werk
dat de Heer Jezus deed aan
het kruis (Romeinen
3:22-26). |
|
Een religieus ritueel.
|
Een echte relatie (Johannes
17:3). |
|
Het volgen van regels. |
Het genieten van een
christelijk leven (Johannes
6:47-48; 10:10). |
|
Ik moet een nieuwe bladzijde
beginnen en mijn leven
hervormen.
|
Ik moet opnieuw geboren
worden (Johannes 3:7). |
|
|
IETS KENNEN (Johannes
17:3) |
|
De mens probeert God op de
verkeerde manier te behagen
(Romeinen 8:8: “Zij die in
het vlees zijn, kunnen God
niet behagen”).
|
|
|
Gods gunst trachten te
verdienen door werken.
|
Gods gunst ontvangen in
genade door geloof (Efeziërs
2:8, en zie Efeziërs 1:6). |
|
Ik kan mij naar de hemel toe
werken en mijn redding
verdienen (Romeinen 6:23
leert dat wij onze weg naar
de hel verdiend hebben:
“Want het loon van de zonde
is de dood”).
|
Ik kan nooit goed genoeg
leven om de hemel te
verdienen. Christus moest de
prijs betalen voor mijn
redding (1 Korinthiërs 6:20;
1 Petrus 1:18-19). |
|
Redding is iets wat een
persoon moet verdienen. |
Redding is de vrije gave op
geloof (Romeinen 6:23;
Efeziërs 2:8-9; Johannes
4:10). |
|
De zondaar ziet zichzelf als
goed (Lukas 18:11-12).
|
De zondaar ziet zichzelf als
zondig (Lukas 18:13). |
|
De religieuze mens
vergelijkt zich met anderen
(Lukas 18:11). |
De gerede mens ziet zichzelf
zoals God hem ziet (1
Samuël16:7; Psalm 53:1-3;
Romeinen 3:10-12). |
|
VERTROUWEN OP UZELF (Lukas
18:9).
|
VERTROUWEN OP CHRISTUS
(Efeziërs 1:12, 13). |
|
Roemen IN zichzelf (Lukas
18:11-12).
|
ROEMEN IN DE HEER (1
Korinthiërs 1:29-31;
Efeziërs 2:9) |
|
Ik heb Gods wet gehouden! Ik
heb gedaan wat God van mij
eist (Mattheüs 19:16-20). |
Ik heb Gods wet overtreden,
maar ik vertrouw op Degene
die in deze wereld kwam om
schuldige wetsovertreders te
redden
(1 Timotheüs 1:15). |
|
Een religieus mens die zijn
weg naar de hemel wil
verdienen door werken, kan
vergeleken worden met een
mens die in eigen kracht
probeert te zwemmen van New
York naar Londen. Hij zal
het nooit halen!
|
Een persoon die door geloof
gered is, kan vergeleken
worden met een mens die de
boot neemt van New York naar
Londen. Hij stelt zijn
vertrouwen gewoon op die
boot om al het werk te doen.
|
|
De religieuze mens zoekt
zijn eigen gerechtigheid tot
stand te brengen (Romeinen
10:3). |
De geredde mens werd voldaan
door de volmaakte
gerechtigheid van Jezus
Christus
(2 Korinthiërs 5:21). |
|
Religie wordt in Genesis 3
afgebeeld door
vijgenbladeren die Adam en
Eva voor zichzelf maakten -
een armzalige bedekking
(Genesis 3:7 en zie Jesaja
64:4). |
Redding wordt in Genesis 3
afgebeeld door kleren van
huiden, die God Zelf
verschafte middels het
storten van bloed - een
perfecte bedekking (Genesis
3:21; Openb. 19:18). |
|
DE RELIGIE VAN KAÏN: “Kaïn
bracht van de opbrengst van
het land aan de HEERE een
offer” - het product van de
mens zijn eigen handen
(Genesis 4:3).
|
HET GELOOF VAN ABEL: “En
Abel bracht een offer van de
eerstgeborenen van zijn
kleinvee” - een onschuldig
substituut moest sterven om
de mens te redden (Genesis
4:4). |
|
Men hoopt gered te worden
door goede werken
(een valse hoop).
|
Men wordt gered
tot het doen van
goede werken, door Gods
genade (Efeziërs 2:10). |
|
Religie leert dat goede
werken de
oorzaak zijn van
redding.
|
De Bijbel leert dat goede
werken het GEVOLG zijn van
redding. |
|
Religie zegt: Goede werken
zijn de dingen die een
persoon doet
om gered te worden.
|
De Bijbel zegt: Goede werken
zijn de dingen die een
gered persoon doet
(Jak. 2:14-26). |
|
Christus is mijn Voorbeeld
en Leraar. Ik tracht Hem te
volgen en te leven zoals Hij
leefde om gered te worden.
|
Christus is mijn Redder en
Plaatsvervanger. Ik vertrouw
op Hem en ENKEL op Hem om
gered te worden (Lukas
23:40-43). |
|
Ik HOOP dat ik gered zal
worden.
Ik DENK dat ik gered zal
worden.
Ik VOEL dat ik gered zal
worden. |
Ik WEET dat ik hier en nu
gered ben (1 Johannes 5:13:
“Deze dingen heb ik
geschreven aan u die gelooft
in de Naam van de Zoon van
God, opdat u weet dat u het
eeuwige leven hebt en opdat
u gelooft in de Naam van de
Zoon van God”). |