De Bijbel is WAAR
 Stichting de Bijbel is waar
 
De zonde van vlijerij

Weinig mensen weten dat de zonde van vleierij erg prominent is in het Woord van God.

Vleiende lippen is een uitdrukking van het corrupte en bedrieglijke hart van de mens. Over de goddelozen staat geschreven:

“Met hun tong vleien zij” (Psalm 5:10).

Het is op zijn best een vorm van liegen:

“Maar zij vleiden Hem met hun mond en bedrogen Hem met hun tong” (Psalm 78:36).

Het boek Spreuken wijst herhaaldelijk op vleierij.

Een man, die zijn naaste vleit, spreidt een net uit voor diens gangen (Spreuken 29:5).

Omdat vleiende woorden de trots van de mens voeden, produceert vleierij in ’t algemeen dié trots en zelfverheffing welke God moet aanpakken bij Zijn kinderen. Vleierij kan een tijdje succes kennen, maar uiteindelijk zal haar vies en walgelijk karakter aan het licht komen:

Die een mens bestraft, zal achterna gunst vinden, meer dan die met de tong vleit (Spr. 28:23).

Daarom de waarschuwing:

vermeng u dan niet met hem, die met zijn lippen verlokt [1] [vleit, KJV] (Spr. 20:19),

en meer dan dat:

een gladde [2] [vleiende, KJV] mond maakt verderving (Spr. 26:28).

Bovendien lezen we dat vleierij een van de belangrijkste zonden van de laatste dagen zal zijn en een prominente karakteristiek van de afvalligen. Hierover spreekt de twaalfde Psalm profetisch:

     “Breng verlossing, HEERE! Want goedertieren mensen zijn er niet, onder de mensen zijn er nog maar weinig trouw. Leugen spreekt men, eenieder tegen zijn naaste, met vleiende lippen en dubbelhartig spreekt men. Laat de HEERE alle vleiende lippen afsnijden en de tong vol grootspraak” (Psalm 12:1-3).

Hoe juist sprak Elihu tot Job toen hij zei:

    Och, dat ik … voor de mens geen toenamen[3] [vleiende titels, KJV] gebruik! (Job 32:21).

De komende “Mens der Zonde” zal vooreerst vleierij gebruiken, en zoals Antiochus Epiphanes ontvangt hij het koningschap door vleierijen - zie Daniël 11:21, 34 [4] Maar uiteindelijk zal alle vleierij door de Heer bestraft worden, want er staat geschreven:

    “de HEERE zal alle vleiende lippen afsnijden en de tong vol grootspraak” (Psalm 12:3)[5].

Vleiende lippen zijn Satans meest subtiele vergif. Men spreekt in de volksmond van een “giftige pen”, waarmee men de pen bedoelt die valse berichten verspreid. Maar de vleiende pen is duizend keer erger. De wereld die in het boze ligt, houdt van vleierij, zoekt ze, geniet ervan. Maar een kind van God, als hij wandelt in de Geest, haat en veracht alle vleierij, en keert zich daarvan af met afschuw.

Het gebruik van vleierij is een christen onwaardig. In de mooie schildering van de modeldienaar, die onophoudelijk en in nederigheid dient, lezen we de grote bekentenis van de apostel:

Want wij hebben nooit vleiende woorden gebruikt, zoals u weet” (1 Thess 2:5).

Het grootste kwaad dat tegen een dienaar van de Heer Jezus Christus kan begaan worden, is hem in zijn aangezicht te vleien en te prijzen. Lang geleden hebben wij dit gevaar onderkend, en menige brief die flatterende woorden bevatte werd in de prullenmand gegooid en niet beantwoord. De bruikbaarheid van een ware dienaar van de Heer Jezus Christus hangt af van zijn nederigheid. Zodra hij van zichzelf denkt een groot man te zijn, en opgeblazen is, wordt de Geest bedroefd en de echte kracht van zijn bediening zal weggaan.

Velen zijn in deze val getrapt! Wij hebben ook de afgelopen jaren weer een aantal voorbeelden gezien. Van sommigen hebben wij de neerwaartse val gezien, door vleiende lippen. Het erkennen van de zegen, ontvangen op bediening, de Heer te danken voor Zijn genade en voor Zijn gaven, dat is een heel andere zaak. Maar tot een evangelist zeggen (zoals wij regelmatig horen en zien) dat hij zo groot is als bijvoorbeeld de apostel Paulus, is even ridicuul als boos. Deze grootspraak over mensen is de belangrijkste eigenschap van onze Laodiceaanse dagen.

Hij die wandelt in Filadelfische afscheiding,

  • Bezit Eén;

  • Verheft Eén boven al het andere;

  • Hij belijdt enkel zijn zwakheid;

  • Is tevreden met niets te zijn;

  • Evenmin zoekt hij het applaus van anderen (Openbaring 3:7-10).

Moge de Heer Zijn volk, en in het bijzonder Zijn dienaren, vasthouden op het pad van de nederigheid en afhankelijkheid van Hem, en ons allen hoeden voor trots en zelfverheffing.

Auteur: Arno C. Gaebelein [6]  (Our Hope, mei 1920) Overgezet naar het web door Cobblestone Road Ministries
Vertaling en voetnoten: Marc Verhoeven
Bewerking en toevoegingen: W Boonstra

Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling (1977 of  HSV)

Dit artikel valt niet onder de copyright regeling van www.debijbeliswaar.nl. Toestemming voor gehele of gedeeltelijke overname moet verkregen worden via Marc Verhoeven.
Met toestemming overgenomen van Marc Verhoeven.

Noten:

[1] KJV: “meddle not with him that flattereth with his lips”.

[2] KJV: “and a flattering mouth worketh ruin”.

[3] KJV: “neither let me give flattering titles unto man”.

[4] Dan 11:21, 34: “doch hij zal in stilheid komen, en het koninkrijk door vleierijen bemachtigen”, “velen zullen zich door vleierijen tot hen vervoegen”.

[5] KJV: “The LORD shall cut off all flattering lips, and the tongue that speaketh proud things”.

[6] Arno Clemens Gaebelein (1865-1945) kwam als jonge immigrant in 1879 in de Verenigde Staten aan. Bekend is hij om zijn werk onder de in New York wonende Joden, maar ook om de vele bijbelconferenties die hij hield en door een reeks boeken die hij schreef. Hij was een intieme vriend van C. I. Scofield, en daardoor nauw betrokken bij de totstandkoming van de bekende Scofield Bijbel. Oorspronkelijk methodistisch predikant, voelde hij zich sterk aangetrokken tot de leer van ‘de broeders’, wat ertoe leidde dat hij zich in 1899 losmaakte van alle kerkelijke verbindingen (hoewel hij zich nooit bij ‘de broeders’ gevoegd heeft).

  Ga naar APOSTASIE

 
 
 
Designed: Elegant Web Templates
Copyright © www.debijbeliswaar.nl. All rights reserved.