|
Ik hoor nogal eens over mensen die zich willen laten dopen.
Regelmatig heb ik zelf ook mensen mogen dopen. Ik vind dat een voorrecht. Het is
fijn om te merken dat er nog steeds (jonge) mensen zijn, die willen getuigen dat
zij de Here Jezus willen volgen. Want dat is eigenlijk wat iemand met de doop
zegt: Ik ben een discipel (dat is: leerling, volgeling) van de Here Jezus. Uit
de gesprekken die ik met ‘doopkandidaten’ heb, blijkt vaak dat er best nog een
aantal vragen leven, dingen die nog niet zo duidelijk voor hen zijn. Dat is
helemaal niet erg. Een gesprek vooraf heeft niet de betekenis van het afleggen
van een soort toelatingsexamen. Het gaat niet om ‘de goede antwoorden’. Nee, het
is juist goed om erover na te denken wat je doet. Vragen zijn vaak een bewijs
dat iemand nadenkt over wat hij doet of wil doen. Zeker als je pas bekeerd bent,
zul je nog een hoop vragen hebben. Een christen is iemand die weet wat hij / zij
doet. Hoe beter je weet wat je doet, des te beter ook kun je verantwoording
afleggen aan ieder die je er naar vraagt.
Maar voor ik op een aantal vragen inga die vaak in verband
met de doop worden gesteld, is de eerste vraag waarop een ondubbelzinnig
antwoord gegeven moet worden deze: Ben je bekeerd?
Pas daarna kunnen we praten over de doop. Bekering en doop
liggen in elkaars verlengde en zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Op de
bekering móet de doop volgen. Vandaar eerst mijn vraag aan jou: Ben je bekeerd?
|