|
Als je spijt hebt van bepaalde daden of gedachten, wil dat
nog niet zeggen dat je je hebt bekeerd. Het kan zijn dat je baalt van de
gevolgen van wat je hebt gedaan en dat je daarom spijt hebt. Maar in je hart
heb je eigenlijk geen hekel aan dat wát je gedaan hebt. Als je op een leugen
wordt betrapt, dan kun je zeggen dat je spijt hebt van die leugen. Maar die
spijt kan heel gemakkelijk te maken hebben met het feit dat je betrapt bent.
Daardoor ben je bang dat anderen je niet meer vertrouwen. Je vindt de schade die
jouw eigen persoon heeft opgelopen erger dan de daad die je hebt gedaan. Bij
spijt denk je meer aan jezelf dan aan dat wat je God ermee hebt
aangedaan.
|