|
De drie gelijkenissen laten nog iets heel moois zien: in de
bekering van een zondaar is de drie-enige God aan het werk.
In gelijkenis 1 zie je de Here Jezus als de goede Herder,
die zijn schaap opzoekt. En als Hij het heeft gevonden is Hij blij. Ook er is
blijdschap in de hemel. Deze blijdschap ontstaat ‘over één zondaar die zich
bekeert’ (Luk. 15:7).
Gelijkenis 2 toont de moeite die de Heilige Geest doet om
het verlorene te zoeken en te vinden, hoe Hij bezig is een dode zondaar terug te
brengen op de plek waar deze hoort. Ook hier is het gevolg dat er blijdschap is
‘over één zondaar die zich bekeert’ (Luk. 15:10).
De vreugde in de hemel is niet over jouw behoudenis, niet
over het feit dat jij in de hemel zult komen, maar over jouw bekering.
Natuurlijk betekent jouw bekering dat jij behouden bent en in de hemel zult
komen, maar dat is niet wat hier als oorzaak van de blijdschap in de hemel wordt
gegeven. De bekering staat centraal. Wat bekering inhoudt, weet je: het houdt in
dat jij je zonde hebt beleden, dat jij jezelf veroordeelt en dat jij God
rechtvaardigt (‘gelijk geeft’). Dat is nu precies wat in de derde gelijkenis zo
prachtig tot uiting komt. |