|
Er is dus niet het geringste schakeltje in ‘de eerste mens’
waardoor hij nog aan God verbonden zou zijn. Dat klopt ook met wat de Bijbel op
andere plaatsen zegt, zoals: ‘Er is niemand die goed doet, er is er zelfs
niet één’ (Rom. 3:12). Dit laat geen uitzondering toe.
Jij valt dus ook onder dit getuigenis. Wie daarvan niet ten
volle overtuigd is, kan niet worden gedoopt. Als jij je laat dopen, stem je
namelijk in met dit radicale oordeel over jou. De doop betekent dat je dit
oordeel van God over ‘de eerste mens’ van harte erkent. Dat wil zeggen dat jij
zonder tegenwerpingen aanvaart en belijdt dat jij de dood verdiende. Tegelijk
weet je dat Christus, ‘de tweede mens’, in jouw plaats de dood van de zondaar is
gestorven. In genade heeft Hij alles op Zich genomen wat jij verdiende.
Door je te laten dopen ‘rechtvaardig je God’, dat wil
zeggen dat je God gelijk geeft dat Hij jou als zondaar moest oordelen. Je legt
daarvan door middel van de doop op een voor iedereen zichtbare manier getuigenis
af. Natuurlijk getuig je ook door je manier van leven van je geloof in de Here
Jezus. Je zult niet meer na schooltijd met je medestudenten de kroeg in duiken.
Maar of je nu student, werknemer, huisvrouw, chef, directeur of wat dan ook
bent, je veranderde ‘lifestyle’ zal vragen oproepen. Juist door de doop getuig
je, zonder woorden, maar o zo indringend, dat het oude voorbij is en dat je een
nieuw leven leidt. Je getuigenis begint met de doop. Ik zei al dat de doop
onlosmakelijk aan de bekering is verbonden. Dat verzin ik niet, dat wordt
duidelijk uit de teksten die we nu samen gaan bekijken.
|