|
We beginnen met het bekende en belangrijke Markus 16:16
waar het verband tussen bekering en doop duidelijk blijkt: ‘Wie gelooft en
gedoopt is, zal behouden worden.’ Voordat ik ga vertellen wat deze tekst
betekent, is het nodig eerst te zeggen wat hij niet betekent. Er is namelijk
gebleken dat dit vers aanleiding geeft tot misverstand.
Op het eerste gezicht lijkt deze tekst te zeggen dat geloof niet voldoende is
om behouden te worden. Er staat immers dat je, om behouden te zijn, niet alleen
moet geloven, maar ook nog gedoopt moet zijn: ‘Wie gelooft én gedoopt is’. Om
dit misverstand uit de weg te ruimen, is het goed te bedenken dat het woord
‘behouden’ in meerdere betekenissen voorkomt. Als Paulus tegen de
gevangen-bewaarder in Handelingen 16:31 zegt: ‘Geloof in de Heer Jezus en u
zult behouden worden’ wil dat zeggen dat geloof in de Here Jezus genoeg is
om gered te worden voor de eeuwigheid. Hij rept met geen woord over de doop. Het
is zoals het in Johannes 3:36 staat: ‘Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig
leven.’ Eén van de rovers die naast de Here Jezus was gekruisigd, is een
prachtig voorbeeld van iemand die voor eeuwig behouden is, zonder gedoopt te
zijn. Hij beleed vlak voor zijn dood zijn geloof in de Here Jezus, toen hij tot
Hem zei: ‘Jezus, denk aan mij, wanneer U in uw koninkrijk komt.’ Het
schitterende antwoord dat hij van de Here Jezus te horen kreeg, maakt
ondubbelzinnig duidelijk dat deze man behouden was: ‘Voorwaar, Ik zeg u:
vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn’ (Luk. 23: 42, 43).
Dus wie bekeerd is, hoeft er nooit aan te twijfelen waar hij of zij in de
eeuwigheid zal zijn! |