De Bijbel is WAAR
 Stichting de Bijbel is waar
 
Doop - Israël in Egypte

Nu we toch even een uitstapje hebben gemaakt naar het Oude Testament, kunnen we ook uit de geschiedenis van Israël nog iets leren over de doop. De doortocht door de Rode Zee wordt namelijk door Paulus in 1 Korinthiërs 10:1-3 ook met de doop in verband gebracht: ‘Want ik wil niet, broeders, dat u onbekend is, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee zijn heengegaan, allen tot Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee.’ Aan het ‘ik wil niet’ kun je zien dat Paulus het heel belangrijk vindt dat de Korinthiërs - en dus ook jij en ik - dit zullen weten.

Paulus verwijst hier naar de uittocht van het volk Israël (‘onze vaderen’) uit Egypte. Deze gebeurtenis vind je in Exodus 12-14. Zolang Israël zich in Egypte bevond, waren ze in slavernij. Maar God ging hen daaruit bevrijden. Hij liet zijn plagen over het land Egypte gaan, maar Farao bleef hardnekkig weigeren het volk te laten gaan. Toen kwam de laatste plaag: de dood van alle eerstgeborenen. God ‘sloeg alle eerstgeborenen in hun land, de eerstelingen van hun ganse kracht’ (Ps. 105:36).  Dit oordeel ging aan Israël voorbij, omdat ze beschermd werden door het bloed aan de deurposten. Het bloed was een bewijs dat het oordeel “een ander” had getroffen die de dood was ingegaan. Dat was het lam. Dit is een prachtig beeld van het bloed van Christus. Achter zijn bloed is ieder veilig die zijn zonden heeft beleden. ‘Zonder bloedstorting is er geen vergeving’ (Hebr. 9:22). ‘Het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde’ (1 Joh. 1:7). Het bloed van Christus beschermt ieder die gelooft tegen het oordeel van God. Toch was Israël nog steeds in Egypte.

Ga naar het volgende hoofdstuk van deze studie

 
 
 
Designed: Elegant Web Templates
Copyright © www.debijbeliswaar.nl. All rights reserved.