|
Pas toen ze door de Rode Zee waren heengegaan, waren ze ook
bevrijd uit Egypte. In de Rode Zee kwamen alle vijanden van Israël om. De Rode
Zee is een beeld van de doop. Als ik dat op mijzelf toepas (en jij op jezelf)
betekent het dit: ik ben pas van de wereld bevrijd, als ik me heb laten dopen.
In de dood van Christus is alles wat mij gevangen hield, omgekomen. Zonde,
wereld en dood hebben voor mij hun macht verloren. Immers, toen Christus stierf,
stierf ik ook. Door mij te laten dopen erken ik dat alle vroegere machten geen
gezag meer over mij kunnen uitoefenen omdat ik bij Christus in zijn dood hoor.
Wat voor gezag kan iemand over een dode hebben? Je kunt er tegen praten, roepen,
schreeuwen, er komt geen enkele reactie. Een dode kun je niet verleiden. Elke
opdracht die je hem zou geven, zou met doods stilzwijgen worden beantwoord. Dat
is mijn positie als ik mij door de doop bij Christus voeg. Egypte is een beeld
van de wereld. Nu ik op aarde bij een dode Christus hoor, ben ik vrij van de
wereld. De doop is een beeld van de dood die een totale scheiding aanbrengt
tussen mij en alles wat in de dood van Christus is weggedaan. Op dezelfde manier
bracht de Rode Zee een totale scheiding tussen de Israëlieten en de Egyptenaren.
Met het beeld van de Rode Zee in je achterhoofd begrijp je
nu ook de vermaning van Paulus aan de gelovigen in Rome: ‘Hoe zouden wij, die
ten opzichte van de zonde gestorven zijn, nog daarin leven?’ (Rom. 6:2). Als
de gelovige van de zonde is bevrijd, is het toch te gek dat hij daar weer in
gaat leven? Dat zou het zelfde zijn als wanneer Israël weer terugkeerde
naar Egypte om daar weer slavendienst te gaan doen. In de doop heeft de gelovige
erkend dat Gods oordeel over de zonde terecht was en op grond daarvan is hij
gedoopt.
Wat vervolgens moet gebeuren is een wandelen ‘in
nieuwheid van leven’ (Rom. 6:4). De dood van Christus, waartoe iemand wordt
gedoopt, maakt een scheiding tussen de gelovige aan de ene kant en de macht van
de zonde, het vlees en de wereld aan de andere kant. Door weer de wereld en de
zonde te gaan dienen, zou gedaan worden alsof die scheiding er niet was. |