|
Er is een radicaal verschil tussen je ‘oude levenswandel’
en het ‘in nieuwheid van leven wandelen’ waarover het gaat in Romeinen 6. In
Romeinen 6:1-4 wordt over de doop gesproken tot christenen die zich al hadden
laten dopen. Sommigen waren vergeten wat de doop betekende. Ze hielden er
gedachten op na die in strijd waren met wat ze in de doop hadden laten zien.
Daarom herinnert Paulus hen aan hun doop. Zulke herinneringen heb ik nodig en
zul jij ook nodig hebben. Je zult je vast en zeker steeds meer gaan verbazen
over de geweldige overvloed aan genade die God door Christus aan jou heeft
bewezen. Hoe groter jouw besef van de zonde wordt, des te overvloediger zul je
gaan beseffen hoe groot zijn genade is. Maar dat zal toch niet betekenen dat je
dan maar in de zonde blijft voortleven? Als je zo zou denken, zou je niets
begrijpen van het werk van Christus en wat God met de zonde heeft gedaan. Weet
je nog wat God met de zonde heeft gedaan? Hij heeft de zonde, dat is de bron, de
wortel waaruit de boze daden voortkomen, in Christus geoordeeld. En jij bent in
Christus onder het oordeel van God gestorven. Net zo zeker als Christus in de
dood is gegaan, ben jij in zijn dood voor de zonde gestorven. Dan is het toch
eigenlijk onmogelijk om nog in zonde te blijven voortleven?
Om deze eenvoudige gedachtegang kracht bij te zetten, wijst
Paulus hier op de doop. Wie zich laat dopen, erkent en verklaart openlijk dat de
dood de enige oplossing was die God voor de zonde had. God kan met een mens die
in de zonde leeft, niets anders doen dan over hem het oordeel van de dood
vellen. Door je te laten dopen erken je dat en laat je je symbolisch met
Christus begraven. Het is net als in het leven van elke dag: wie gestorven is
moet begraven worden. Voor zo iemand is het leven op aarde afgelopen en na de
begrafenis is er ook niets meer van zo iemand te zien. Dat geldt ook voor jou
als jij je hebt laten dopen. Het is met je oude leven-in-de-zonde afgelopen.
De doop is dus de toegang tot een ‘wandelen in nieuwheid
van leven’. Dat je met Christus gestorven bent, heb je door je doop beleden.
Maar de Here Jezus is niet in de dood gebleven en jij niet in het watergraf. De
Here Jezus is opgestaan en van jou mag worden verwacht dat je na je doop leeft
in verbinding met Hem. Dan zullen de mensen zien dat je Christus hebt aangedaan
(Gal. 3:27). Het klinkt misschien wat oneerbiedig, maar het is te vergelijken
met het aantrekken van een nieuwe jas. De mensen zien dat je iets nieuws aan
hebt. Voor het vertonen van Christus is je nationaliteit, je sociale of
maatschappelijke status of je geslacht van geen belang. Iedereen die gedoopt is,
heeft Christus aangedaan en behoort nu Hem en niet zichzelf te laten zien. Er is
er maar Eén die gezien wordt. |