|
In het koninkrijk der hemelen is de Here Jezus de Koning,
de Gezaghebber. Hij oefent zijn gezag niet uit door met zijn vuist op tafel te
slaan! Hij dwingt ons tot niets. Dat is het bijzondere van Hem. Hij werkt van
binnenuit. Maar wij willen ons vrijwillig onder zijn gezag plaatsen.
Als je van iemand houdt, wil je graag doen wat die ander
van je verlangt, wat het je ook zou mogen kosten. Als je er dan ook nog van
overtuigd bent dat die ander nooit dingen van je vraagt die schadelijk voor jou
zouden zijn, maar die je integendeel alleen maar voordeel opleveren, doe je het
extra graag. In Johannes 14:21 zegt de Here Jezus: ‘Wie mijn geboden heeft en
ze bewaart die is het die mij liefheeft.’ En twee verzen verder zegt Hij:
‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren’. Het nieuwe leven
dat je hebt gekregen bij je bekering, wil niets liever dan Hem gehoorzaam zijn.
Dat is geen zware last, maar een vreugde. ‘Zijn geboden zijn niet zwaar’
schrijft de apostel Johannes (1 Joh. 5:3).
De problemen die wij ondervinden bij het doen van de wil
van God liggen in onszelf. Wij moeten leren onze wil volkomen te onderwerpen aan
Gods wil. Soms staan onze belangen en de belangen die God op het oog heeft
tegenover elkaar. Hoe meer wij ons in de praktijk afstemmen op de wil van God,
des te meer zullen wij zijn bevelen begrijpen en uitvoeren. Wie zich laat dopen
geeft daarmee te kennen dat zijn eigen wil niet meer telt, maar alleen de wil
van de Here Jezus. Je komt, zoals gezegd, door je te laten dopen in een rijk
waarover een Koning regeert en wie zich heeft laten dopen is een onderdaan van
Hem. Hij heeft gezag over zijn onderdanen. |