|
Los van ijdele
nieuwsgierigheid, of een echte poging om uit te vissen hoe u een christen kunt
worden, of los van enig ander motief, kunt u ooit de Bijbel hebben genomen en
bent u gaan lezen bij het eerste hoofdstuk van Genesis. Heel waarschijnlijk bent
u erin geslaagd enkele bladzijden te lezen, en dat was dan alles. Wat u las leek
weinig relevant te zijn voor uw persoonlijke situatie. Maar u hebt het helemaal
fout. Laten we de Bijbel eens openen bij het eerste hoofdstuk, vers 26:
“En God
zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis” (Genesis
1:26).
Dit kleine
stukje Schrift belichaamt een waarheid die met u persoonlijk te maken heeft, de
sleutel die de nieuwe geboorte zal uitleggen.
Klaar en duidelijk
-- Voordat wij verder gaan met deze zaak van de Bijbel, moeten wij zeggen, dat
wij niet in diepe details zullen treden -- daartoe hebt u de rest van uw leven.
Wij beperken ons nu enkel tot de fundamentele essenties.
U kunt reeds
ten slachtoffer zijn gevallen aan de verkeerde praktijk van een van de vele
evangelisten en predikers. In hun goedbedoelde ijver zijn zij dikwijls, voor een
uur of zo, tegen hun toehoorders uitgevaren en hebben zij hen berispt en
vermaand en daarbij een korte opsomming gegeven van het Evangelie. Daarna wordt
de verbijsterde en oningelichte zondaar opgeroepen om “voorwaarts” te komen om
vervolgens de beslissing te maken om gered te worden … zelfs voordat hij/zij
er zich van bewust is dat hij/zij verloren is!
Om
bovenstaande tekortkoming te verhelpen stellen wij hier voor om de waarheden
over de redding voor u klaar en duidelijk te maken. Men heeft het recht de
waarheid duidelijk te ontvangen, opdat er ook een duidelijke beslissing gemaakt
kan worden.
Gods doel
-- Met dit in gedachte willen wij nu inhaken op de eerder genoemde
Schriftplaats:
“En God zei:
Laten Wij mensen maken naar Ons beeld”.
Dat is precies
wat God deed.
“De
eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel” (1 Korinthiërs 15:45).
God is liefde,
en liefde moet een subject hebben waar het zich op kan richten. Vandaar dat God
de eerste mens maakte naar Zijn beeld om hem Zijn liefde te geven, en om,
andersom, liefde van de mens te ontvangen.
Gods beeld
-- Adams gelijkenis met God was niet van fysieke maar van persoonlijke
aard. God is een Persoon en een mens is een persoon. De mens is begiftigd met de
vermogens van intellect, emotie en wilskracht, zodat God met hem Zijn leven,
liefde en doel kon delen. Zij zouden dus genieten van persoonlijke gemeenschap.
God is
oneindig, ongeschapen, hemels, de bron van alle leven; Gods eerste mens was
eindig, geschapen, aards. God existeert op het goddelijke domein; Adam werd
geschapen op het menselijke domein. Vandaar dat zij onmetelijk van elkaar
afstaan in wezen, maar gelijk in de vermogens van persoonlijkheid. Dit
“beeld en gelijkenis”-vers heeft dus te maken met u persoonlijk, dus houdt uw
oog op Adam en u bent halverwege uw doel!God maakte Adam om de bron, het
prototype, het hoofd, de representatieve mens te zijn van het gehele menselijke
ras. Alle menselijke families moesten afstammen van Adam en Eva. De
persoonlijkheid en menselijke karakteristieken van Adam zouden in het mensenras
doordringen wegens de overgeërfde eenheid van natuur. De initiële fase van Gods
eeuwig doel voor de mensheid was, dat deze representatieve mens Adam zou groeien
naar Zijn moreel beeld, en dat hij daarbij in toenemende mate zou gaan lijken op
God. Hierdoor zou het volk dat afstamde van Adam vooruitgaan in de gemeenschap
met God, en God met de mens.
Gods voorwaarde
-- God was de Schepper, en Adam het schepsel; daarom was God Soeverein, en Adam
subject. Terwijl Adam complete vrijheid bezat zich op alle manieren te
ontwikkelen in de lijn van Gods eeuwig doel en voor zijn eigen eeuwige voordeel,
moest hij binnen de contouren of sfeer blijven van Gods liefdevolle wil. Om de
sfeer van Zijn wil voor Adam af te bakenen, stelde God één enkele voorwaarde.
Hij zei tot Adam:
“Van alle bomen van deze hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van
goed en kwaad mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker
sterven” (Genesis 2:16-17).
Opdat Adam zou
kunnen ontwikkelen tot een verantwoordelijke en liefdevolle metgezel van God, en
niet zomaar een automaat of slaaf, was het noodzakelijk dat God hem voor een
keuze zou stellen:
·
het aanvaarden van
Gods wil -- de weg van het eeuwig leven;
·
of het afwijzen van
Gods wil -- de weg naar de eeuwige dood.
Elke afwijking
van Gods wil is wetteloosheid; en is zonde. En, noodzakelijkerwijs:
“de
bezoldiging der zonde is de dood” (Romeinen 6:23).
God
is zo uitermate heilig en zuiver dat het gevolg van de zonde de eeuwige
verbanning uit Zijn tegenwoordigheid moet zijn.
Aanvankelijk zou men geneigd kunnen zijn te denken dat God extreem hard en
onredelijk was voor Adam. De dood voor slechts één (de eerste de beste)
ongehoorzaamheid? Zou God die ene keer niet door de vingers kunnen zien? Het
antwoord is eenvoudig en duidelijk: neen! God is Heilig en rein. Hij kan het
kwade niet zien. Als men zich dit realiseert en kijkt naar de enig mogelijke
relatie tussen Schepper en schepsel, en de ongelooflijke gevolgen van
schepselrebellie, dan was er geen andere keus voor God. Hij moest wel de meest
ultieme straf op de zonde stellen.
“Zijt
Gij niet van ouds af de HEERE, mijn God, mijn Heilige? …Gij zijt te rein van
ogen, dan dat Gij het kwade zoudt zien, en de kwelling kunt Gij niet
aanschouwen” (Habakuk 1:12-13).
|