De Bijbel is WAAR
 Stichting de Bijbel is waar
 
Hoe moeten wij Lukas 23:47-49 verstaan?

“En al de scharen, die voor dit schouwspel samengekomen waren, keerden terug toen zij aanschouwd hadden, wat er geschied was, en sloegen zich op de borst.” (Lukas 23:48)

Bij het besturen van deze tekst kwam ik al snel tot de conclusie, dat wij ook hier snel vervallen in ons Grieks/Romeins denken (De rede als uitgangspunt/vanuit ons zelf geredeneerd), waarbij wij tot de conclusie kwamen, dat het om trots/tevredenheid ging. Helaas hebben wij ons hier vergist. De Bijbel leert ons m.b.t. dit gegeven iets anders. Dat bleek mij direct uit Jesaja 32:12  “Slaat u rouwklagend op de borst om de kostelijke velden, om de vruchtbare wijnstok.”  Uit het gehele Bijbel gedeelte blijkt, dat het hier over berouw gaat. Men nam de zaak zeer ter harte en zijn zagen dat zij fout zaten. Dit wordt ook in de kleine profeten bevestigd. In Nahum 2:7 staat:  “En het is beslist: zij wordt ontbloot, weggevoerd en haar slavinnen klagen als met duivelstem, terwijl zij zich slaan op de borst.” Ook hier is sprake van een rouwklacht.

In het Nieuwe Testament komen wij deze uitdrukking (gebruik) ook tegen. In Mattheus 24:30 staat: “En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid.” Ook hier is sprake van een rouwklacht.

En in Lukas 18:13: “ De tollenaar stond van verre en wilde zelfs zijn ogen niet opheffen naar de hemel, maar hij sloeg zich op de borst en zeide: O God, wees mij, zondaar, genadig!”

in Lukas 23:27  staat: ”En Hem volgde een grote menigte van volk en van vrouwen, die zich op de borst sloegen en over Hem weeklaagden.”  Ook in deze gevallen is er sprake van (be)rouw.

Al deze teksten lijken te bevestigen wat in Lukas 23:48 bedoeld wordt, namelijk: zij namen de zaak zeer ter harte en waren onder de indruk dat Hij ter dood was gebracht. Uit niets blijkt echter, dat zij een teken van eerbied voor Christus toonden (zoals de hoofdman uit vers 47) en schijnt deze eerste verslagenheid van voorbijgaande aard te zijn. De commentaren van Matthew Henry (1) geven hier ook een duidelijke beschrijving van hetgeen in Lukas 23:48 beschrevene staat.

Matthew Henry’s commentaar op de Bijbel.

Dit gedeelte zouden wij ook kunnen noemen, het nut en voordeel van Christus sterven door de indruk, die het teweegbracht op hen, die er getuigen van waren.

  1. De hoofdman over honderd, die het bevel voerde over de wacht, was zeer getroffen door hetgeen hij zag, (vers 47). Hij was een Romein, een heiden, een vreemdeling voor de vertroostingen Israëls, en desniettemin verheerlijkte hij God. Nooit had hij zulke treffende voorbeelden gezien van Goddelijke macht, en daarom heeft hij er aanleiding in gevonden God te aanbidden als den Almachtige. En hij getuigde voor de geduldige lijder: Waarlijk, deze mens was rechtvaardig, en is onrechtvaardiglijk ter dood gebracht. Gods tentoonspreiding Zijner macht om Hem eer te doen was een duidelijk bewijs Zijner onschuld. Bij Mattheus en Markus gaat zijn getuigenis nog verder: Waarlijk, deze was Gods Zoon. Maar voor hem komt dit op hetzelfde neer; want indien Hij rechtvaardig was, heeft hij volkomen terecht gezegd, dat Hij Gods Zoon was, en daarom moet dit getuigenis omtrent Hem aangenomen worden; want indien dit vals was, dan zou Hij ook niet rechtvaardig zijn.
     

  2. Ook de overigens onverschillige toeschouwers kwamen onder den indruk van hetgeen gebeurd was. Hiervan wordt nota genomen in vers 48. Al de scharen, die samengekomen waren om dit te aanschouwen, zoals dit altijd is bij zulke gelegenheden, ziende de dingen, die geschied waren, konden niet anders dan in een ernstige stemming komen voor het ogenblik, wat zij dan ook daarna mochten zeggen of doen. Zij keerden wederom, slaande op hun borsten.

    Voor het ogenblik namen zij de zaak zeer ter harte. Zij beschouwden het als een boze zaak, dat Hij ter dood was gebracht, en zij konden niets anders denken, of er zou deswege een oordeel Gods over hun volk komen. Waarschijnlijk waren het wel dezelfde lieden, die kruis hem,  kruis hem! hadden geroepen, en Hem, toen Hij aan het kruis werd genageld, hadden bespot en gelasterd; maar nu waren zij zo ontsteld en verschrikt door de duisternis en de aardbeving en de buitengewone wijze van Zijn sterven, dat niet alleen hun mond gestopt was, maar ook hun geweten wakker geschud werd; en in naberouw over hetgeen zij gedaan hadden, hebben zij, evenals de tollenaar, zich op de borst geslagen als mensen, die vertoornd waren op zich zelve. Sommigen denken dat dit een gelukkige schrede was in de richting van het goede werk, dat later in hen werd gewrocht, toen zij verslagen werden in het hart, Hand, 2:37. Toch schijnt het dat de indruk nu spoedig voorbijging, zij keerden wederom slaande op hun borsten. Zij toonden geen verder teken van eerbied voor Christus, hebben niet meer naar Hem gevraagd, of een onderzoek nopens Hem ingesteld, maar gingen naar huis; en wij hebben reden te geloven dat zij in luttel tijd de zaak hadden vergeten. Zo zijn velen, aan wie Christus voor de ogen geschilderd is in het woord, als onder hen gekruisigd  zijnde, een weinig aangedaan, maar het is niet van lange duur; zij slaan zich op de borst en keren weer. Zij zien Christus gelaat in den spiegel der inzettingen, en bewonderen Hem, maar zij gaan heen, en vergeten terstond hoedanig Hij was, en welke reden er voor hen is om Hem lief te hebben.
     

  3. Zijn eigen vrienden en volgelingen waren verplicht op een afstand te blijven, maar naderden toch zoveel zij konden en durfden, om te zien wat er geschied was (vers 49). Al Zijn bekenden, allen die Hem kenden en door Hem gekend werden, stonden van verre, uit vrees dat zij, zo zij nabij Hem kwamen, gevangen zouden worden genomen als Zijne begunstigers. Dit was een deel van Zijn lijden, zoals het ook een deel was van het lijden van Job (Job 19:13). Mijne broeders heeft Hij verre van mij gedaan; en die mij kennen, zeker zij zijn van mij vervreemd. Zie ook Psalm 88:19. Ook de vrouwen, die Hem tezamen gevolgd waren van Galilea, zagen dit aan, niet wetende wat zij er van denken zouden; niet zo gereed als zij behoorden te wezen, om ze als stellige voortekenen van Zijne opstanding te beschouwen. Thans was Christus gesteld tot een teken, dat wedersproken zal worden, zoals voorzegd werd door Simeon, opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden; Hoofdst. 2:34, 35.’  

In onze Heer en Heiland Jezus Christus verbonden,

Auteur: W. Boonstra


In dit artikel is gebruik gemaakt van de NBG51

(1) De commentaren van Matthew Henry worden door vele theologische opleidingen gebruikt. Zij kunnen ons tot hulp zijn bij het verstaan van de schriften, maar uitsluitend de Bijbel moet gezien worden als het gezaghebbende Woord van God.

 

  Ga naar BIJBELSTUDIE

 
 
 
Designed: Elegant Web Templates
Copyright © www.debijbeliswaar.nl. All rights reserved.