|
Om een indruk te geven van de omvang (aantal) eerst iets over een Romeins legioen (Latijns legio, van legere = "verzamelen"). Dit was de militaire basiseenheid in het Romeinse leger. De eenheid bestond uit circa 5000 tot 6000 (later 8000) infanteriesoldaten en meerdere honderden ondersteunende cavalerie, boogschutters en lichte infanterie in de rol van verkenner. Jezus zegt: “ Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen bijzetten” en zou men dus kunnen denkenen aan een getal van boven de twee en zeventig duizend engelen.
Dan iets over Mattheus 26:53. Om dit gedeelte goed te kunnen verstaan, moet deze tekst in zijn verband gelezen worden. Wij zouden dan ook Mattheus 26 in zijn geheel moeten lezen. Waar het om gaat is het gedeelte in Mattheus 26:53-56 “Of meent gij, dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal meer dan twaalf legioenen engelen bij Mij stellen? Hoe zouden dan de Schriften vervuld worden (Ps 22:7; Ps 68:2, 10; Luk 24:25), die zeggen, dat het alzo geschieden moet? Ter zelfder ure sprak Jezus tot de scharen: Gij zijt uitgegaan als tegen een moordenaar, met zwaarden en stokken, om Mij te vangen; dagelijks zat Ik bij u, lerende in de tempel, en gij hebt Mij niet gegrepen; Doch dit alles is geschied, opdat de Schriften der profeten zouden vervuld worden. (Job 19:13; Ps 88:9)Toen vluchtten al de discipelen, Hem verlatende.”
Jezus zegt: Ik kan Mijn Vader bidden, en Hij zal Mij hulp zenden. De grondtekst zou men ook kunnen vertalen met: “Ik kan (parakelesai) deze hulp eisen van Mijn Vader. Onze Heer en Heiland Jezus Christus bad als gezaghebbende. Dit mag een grote vertroosting zijn voor Zijn bruid (De Gemeente). Wanneer wij van alle zijden omringd zijn door vijanden, dan staat voor ons altijd de weg naar de hemel, via onze Hogepriester, open. Want er staat immers geschreven, dat Hij voor ons bid en pleit.
Wanneer men verder goed leest dan valt op, dat de Here Jezus niet slechts zegt dat God hem zulk een aantal van engelen zou kunnen zenden, maar dat Hij, zo Hij - Jezus Christus - er op aandrong, ze ook zou zenden. Hoewel Hij het werk onzer verlossing op zich had genomen, zou toch de Vader - naar hetgeen hieruit blijkt - Hem er niet aan gehouden hebben, indien Hij er van ontslagen had willen zijn. Hij zou nog vrij van dien dienst hebben kunnen uitgaan, maar Hij wilde niet (Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiedde). De Here Jezus werd gedreven door Zijn liefde voor de Vader en de wereld verloren in schuld of zoals iemand ooit schreef: “ De Here Jezus was slechts op het altaar gebonden door de koorden Zijner eigen liefde. (Ook dit gegeven kwam tijdens het kringgesprek even naar voren en heb er daarom kort aandacht aan geschonken).
Met betrekking tot het aantal engelen zou men nog het volgende kunnen opmerken:
- Er is een talloos gezelschap van engelen (Hebr. 12:22)
- Deze talloze engelen zijn allen ter beschikking van onze hemelse Vader en doen Zijn welbehagen (Ps. 103:20, 21)
- Dit heier van engelen was bereid onze Here Jezus te hulp te komen in Zijn lijden, indien Hij dit nodig had of begeerde, (Hebr. 1:6, 14)
- Onze hemelse Vader moet gezien en erkend worden in al de diensten van de hemelse heerscharen. Hij zal ze Mij bijzetten; daarom moeten de engelen niet aangebeden worden, maar wel de Heer der engelen, (Ps. 91:11)
Nadrukkelijk dienen wij ons te realiseren, dat Hij die de heerscharen des hemels tot Zijn dienst heeft, kan doen wat Hem behaagt met de inwoners der aarde. Hij zal ze Mij bijzetten. Zie, hoe bereid Zijn Vader was om Zijn gebed te verhoren en hoe bereid de engelen zijn om Zijn bevelen op te volgen. Er is nog veel meer over te schrijven maar ik zal het hier voorlopig bij laten.
Auteur: W. Boonstra
In dit artikel is gebruik gemaakt van de NBG51 |