De
atheïstische formule voor evolutie is:
-
Evolutie =
materie + evolutionaire factoren (toeval en noodzaak + mutatie + selectie +
isolatie + dood) + erg lange tijdsperioden.
In de
theïstische evolutionaire zienswijze wordt God toegevoegd:
-
Theïstische
evolutie = materie + evolutionaire factoren (toeval en noodzaak + mutatie +
selectie + isolatie + dood) + erg lange tijdsperioden + God.
In het theïstische evolutionaire systeem is God niet de almachtige Heer van alle
dingen, wiens Woord door alle mensen serieus moet genomen worden, maar Hij wordt
geïntegreerd in de evolutionaire filosofie. Dit leidt tot 10 gevaren voor
Christenen.(1)
Gevaar Nr. 1 ... Onjuiste voorstelling van Gods natuur
De
Bijbel openbaart ons God als onze Vader in de Hemelen die volstrekt volmaakt is
(Matt 5:48), heilig (Jes 6:3) en almachtig (Jer 32:17). De apostel Johannes zegt
ons “God is liefde”, “licht” en “leven” (1 Joh
4:16;
1:5; 1:1-2).
Wanneer deze God iets schept wordt Zijn werk beschreven als zijnde “zeer goed”
(Gen 1:31) en “volkomen” (Deut 32:4).
Theïstische
evolutie geeft een valse interpretatie van Gods natuur, omdat ze aan de Schepper
dood en gruwel toeschrijft als principes van de schepping vóór de zondeval. (Ook
“progressief creationisme” voorziet in miljoenen jaren van dood en gruwel vóór
de zonde).
Gevaar Nr. 2 ... God wordt een “god van de hiaten”
De
Bijbel zegt dat God de volstrekte Oorzaak is van alle dingen. Wij hebben “maar
één God, de Vader, uit Wie alle dingen zijn … en maar één Heere,
Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn, en wij door Hem” (1 Kor
8:6).
Maar in theïstische evolutie is de enige werkruimte die God wordt toegewezen
slechts dat gedeelte van de natuur dat de evolutietheorie niet kan verklaren met
de middelen die ze heeft. Op deze manier wordt God gereduceerd tot een “god van
de hiaten” voor die fenomenen waarover men twijfelt. Dit leidt tot de filosofie:
“God is niet absoluut, Hijzelf is geëvolueerd - Hij is evolutie”.(2)
Gevaar Nr. 3 ... Ontkenning van de voornaamste Bijbelse leringen
De hele
Bijbel getuigt ervan dat wij te maken hebben met een bron van waarheid die haar
gezag van God betrekt (2 Tim 3:16), met het Oude Testament als de onmisbare
“oprit” die leidt naar het Nieuwe Testament, zoals een oprit naar een
autosnelweg leidt (Joh 5:39). Het bijbelse scheppingsverslag hoort niet
beschouwd te worden als een mythe, een parabel of allegorie, maar als een
historisch verslag, omdat:
-
Biologische,
astronomische en antropologische feiten in didactische (onderrichtende) vorm
werden gegeven.
-
In de Tien
Geboden baseert God de zes werkdagen en de ene rustdag op dezelfde tijdsspanne
als beschreven in het scheppingsverslag (Exodus
20:8-11).
-
In het
Nieuwe Testament verwijst Jezus naar feiten van de schepping (b.v.
Matt 19:4-5).
-
Nergens in
de Bijbel zijn er enige indicaties dat het scheppingsverslag enigszins anders
moet begrepen worden dan als een feitelijk verslag.
De doctrine van theïstische evolutie
ondermijnt deze fundamentele manier van Bijbelinterpretatie, zoals door Jezus,
de profeten en de apostelen werd voorgestaan. Het verslag van de gebeurtenissen
in de Bijbel wordt gereduceerd tot mythische verbeelding, en het begrip van de
bijbelse boodschap, als zijnde waar in woord en betekenis, gaat verloren.
Gevaar Nr. 4 ... De
weg naar het vinden van God gaat verloren
De
Bijbel beschrijft de mens als helemaal verstrikt in de zonde na Adams val (Rom
7:18-19). Enkel die personen die zich realiseren dat zij zondig en verloren
zijn, zullen een Verlosser zoeken die gekomen is “om
te zoeken en zalig te maken, wat verloren was” (Lukas 19:10).
Maar de
evolutietheorie weet van geen zonde in bijbelse zin, namelijk van het doel
missen met betrekking tot God. Zonde wordt betekenisloos gemaakt, en dat is
precies het tegenovergestelde van wat de Heilige Geest doet: Hij overtuigt
mensen van zonde en zondig zijn. Als de zonde wordt gezien als een onschuldige
evolutionaire factor, dan is men de sleutel verloren om God te vinden, en dat
wordt niet opgelost door “God” toe te voegen aan het evolutionaire scenario.
Gevaar Nr. 5 ... De
leer van Gods vleeswording wordt ondermijnd
De
vleeswording van God door Zijn Zoon Jezus Christus is een van de fundamentele
leringen van de Bijbel. De Bijbel stelt: “En
het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond” (Joh 1:14),
“Christus Jezus … door
de gestalte van een dienstknecht aan te nemen en de mensen gelijk te worden” (Fil
2:5-7).
Het idee van evolutie ondermijnt deze grondslag voor onze redding. Evolutionist
Hoimar von Ditfurth spreekt zich uit over de onverenigbaarheid van Jezus’
vleeswording en de evolutionaire gedachte: “De beschouwing van evolutie dwingt
ons onvermijdelijk tot een kritische herziening … van christelijke
formuleringen. Dit geldt duidelijk voor het centrale christelijke concept van de
‘vleeswording’ van God …”.(3)
Gevaar Nr. 6 ... De
Bijbelse basis van Jezus’ verlossingswerk gemythologiseerd
De
Bijbel leert dat de zondeval van de eerste mens een ware gebeurtenis was en dat
dit de zonde in de wereld tot direct gevolg heeft: “Daarom, gelijk door één mens
de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood
tot alle mensen doorgegaan is, in welke allen gezondigd hebben” (Rom 5:12).
Theïstische
evolutie erkent Adam niet als de eerste mens, noch dat hij direct
geschapen werd “uit
het stof der aarde”
(Gen 2:7). De meeste theïstische evolutionisten zien het scheppingsverslag
eerder als een mythisch verhaal, zij het dan met een bepaalde geestelijke
betekenis. Maar, de zondaar Adam en de Redder Jezus Christus worden in de Bijbel
met elkaar verbonden: Romeinen 5:16-18. Dus, elke zienswijze die Adam en zijn
directe schepping enigszins mythologiseert die ondermijnt de bijbelse grondslag
van Jezus’ werk van de verlossing.
Gevaar Nr. 7 ...
Verlies van Bijbelse chronologie
De
Bijbel voorziet ons van een tijdsschaal voor de geschiedenis en die is nodig
voor een goed begrip van de Bijbel. Deze tijdsschaal houdt in:
-
De
tijdsschaal kan niet onbepaald worden uitgerokken in het verleden, noch in de
toekomst. Er is een goed gedefinieerd begin in
Genesis 1:1,
zowel als een moment waarop de fysische tijd zal eindigen (Matt 24:14).
-
De totale
duurtijd van de schepping was zes dagen (Exodus
20:11).
-
De ouderdom
van het universum kan geschat worden op grond van de genealogie in de
Bijbel (maar weet wel dat dit niet exact kan uitgerekend worden). Het gaat
hier om verscheidene duizenden jaren, maar niet miljoenen jaren.
-
Galaten
4:4 wijst op de bijzonderste gebeurtenis
in de menselijke geschiedenis: “Maar wanneer de volheid des tijds
gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden”.
Dit gebeurde bijna 2000 jaar geleden.
-
De
wederkomst van Christus, in kracht en heerlijkheid, is de belangrijkste
toekomstige gebeurtenis.
Supporters van
de theïstische evolutieleer (en ook die van progressieve schepping)
veronachtzamen de in de bijbel gegeven tijdsaanduidingen, ten voordele van
evolutionistische tijdsschalen met hun miljarden jaren in zowel verleden als
toekomst (waarvoor geen overtuigende natuurkundige bewijzen bestaan). Dit kan
leiden tot twee dwalingen:
-
Niet alle
gegevens van de Bijbel moeten serieus genomen worden.
-
De
waakzaamheid aangaande de tweede komst van Christus kan verloren gaan.
Gevaar Nr. 8 ...
Verlies van scheppingsconcepten
Er
worden enkele essentiële scheppingsconcepten geleerd in de Bijbel. Deze houden
in:
-
God schiep materie zonder het gebruik van enige
beschikbaar materie
(4).
-
God schiep
de aarde eerst, en op de vierde dag de maan, het zonnestelsel, ons eigen
melkwegstelsel, en alle andere sterrenstelsels. Deze gebeurtenissen komen in
botsing met alle ideeën over “kosmische evolutie”, zoals de “big bang”
kosmologie.
Theïstische
evolutie negeert al deze bijbelse scheppingsprincipes en vervangt ze door
evolutionistische noties, en daarbij staan zij Gods almachtige daden van
schepping tegen.
Gevaar Nr. 9 ...
Onjuiste voorstelling van de realiteit
De
Bijbel draagt het zegel van waarheid, en al zijn verklaringen zijn
gezaghebbend - of ze nu handelen over vragen van geloof en redding, dagelijks
leven, of zaken van wetenschappelijk belang.
Evolutionisten vegen dit alles van tafel. Zo zegt b.v. Richard Dawkins: “Bijna
alle volken hebben hun eigen scheppingsmythe ontwikkeld, en het Genesisverhaal
is gewoon datgene dat aangenomen werd door één bepaalde Midden-Oosterse stam van
herders. Het bezit geen hogere status dan het geloof van een bepaalde
West-Afrikaanse stam, dat de wereld geschapen werd vanuit de uitwerpselen van
mieren”. (5)
Als de
evolutietheorie vals is, dan hebben talrijke wetenschappen een vals getuigenis
omarmd. Waar ook deze wetenschappen overeenkomen met de evolutionistische
zienswijze, geven zij een valse voorstelling van de realiteit. Hoeveel meer dan
een theologie die van de Bijbel afwijkt en met de evolutietheorie in zee gaat!
Gevaar Nr. 10 ...
Het doel missen
In geen
enkel historisch boek vinden wij zovele waardevolle uitspraken over het doel van
de mens als in de Bijbel. Bijvoorbeeld:
-
De mens is
Gods doel van de schepping (Genesis
1:27-28).
-
De mens is
het doel van Gods verlossingsplan (Jesaja
53:5).
-
De mens is
het doel van de zending van Gods Zoon (1
Johannes 4:9).
-
Wij zijn
het doel van Gods erfenis (Titus 3:7).
-
De hemel is
onze bestemming (1
Petrus 1:4).
Maar de ware gedachte van doelgerichtheid is
anathema (banvloek) voor evolutionisten. “Evolutionaire aanpassingen volgen
nooit een doelgericht programma; ze kunnen dus niet aanzien worden als
teleonomisch”.(6
& 7)
Dus, een geloofssysteem zoals theïstische evolutie, dat een huwelijk is van
doelgerichtheid met niet-doelgerichtheid, is een contradictio in terminis
(8).
CONCLUSIE
De doctrines van schepping en evolutie zijn zo sterk divergent(9)
dat hun verzoening totaal uitgesloten is. De theïstische evolutionisten proberen
de twee doctrines te integreren, maar zulk een syncretisme
(10)
reduceert de boodschap van de Bijbel tot iets onbeduidends. De conclusie is
onvermijdelijk: er is voor theïstische evolutie geen ondersteuning vanuit de
Bijbel.
________________________
WAT HOUDT
THEÏSTISCHE EVOLUTIE IN?*
* Overgenomen
van Did God Use Evolution?, Werner Gitt, pp. 13-16, 24.
-
Het
onderliggende principe, evolutie, wordt vanzelfsprekend geacht.
-
Men gelooft
dat evolutie een universeel principe is.
-
Zover het de wetenschappelijke wetten betreft, is
er geen verschil tussen de oorsprong van de aarde en alle leven, en zijn
daaropvolgende ontwikkeling (het principe van het uniformalisme
(11).
-
Evolutie
vertrouwt op processen die toename van organisatie toelaten, van het
eenvoudige tot het complexe, van niet-leven tot leven, en van lagere naar
hogere vormen van leven.
-
De
aandrijvende krachten van evolutie zijn mutatie, selectie, isolatie, en
vermenging. Toeval en noodzaak, lange tijdperken, ecologische veranderingen,
en dood zijn additionele, onmisbare factoren.
-
De tijdslijn
wordt zo uitgetrokken dat ieder zoveel tijd kan krijgen als hij/zij nodig
vindt voor het proces van evolutie.
-
Het heden is
de sleutel tot het verleden.
-
Er was een
langzame, geleidelijke overgang van niet-leven naar leven.
-
Evolutie zal
blijven voortduren tot in de verre toekomst.
In toevoeging
aan deze evolutionaire veronderstellingen zijn er nog drie bijkomende geloven
die op theïstisch-evolutionaire grond staan:
-
God
gebruikte evolutie als middel tot scheppen.
-
De Bijbel
bevat bruikbare of relevante ideeën die kunnen toegepast worden in de
hedendaagse evolutionaire leer van de oorsprongen.
-
Evolutionistische verklaringen hebben prioriteit over bijbelse verklaringen.
De Bijbel moet geherinterpreteerd worden waar en wanneer het de hedendaagse
evolutionaire wereldbeschouwing tegenspreekt.
Auteur:
Werner Gitt,
Creation Magazine,
sep-nov 1995, Vol. 17, Nr. 4, pp. 49-51.
Vertaling: Marc Verhoeven.
Overgenomen met toestemming van Marc Verhoeven.
Dit artikel valt niet
onder de copyright regeling van www.debijbeliswaar.nl. Toestemming voor
gehele of gedeeltelijke overname moet verkregen worden via Marc Verhoeven.
Alle
Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling 1977
_____________________________
PROFESSOR
WERNER GITT
received his doctorate summa cum laude, together with the prestigious Borchers
Medal, from the Technical University of Aachen, Germany, in 1970. He is now
Director and Professor at the German Federal Institute of Physics
(Physikalisch-Technische Bundesanstalt). He has written numerous scientific
papers in the field of information science, numerical mathematics, and control
engineering, as well as several popular books, some of which have been
translated into Bulgarian, Czech, English, Finnish, French, Hungarian, Italian,
Polish and Russian.
REFERENTIES
-
This
article has been adapted from chapter 8, “The Consequences of Theistic
Evolution”, from Dr. Werner Gitt’s book, Did God use Evolution?,
Christliche Literatur-Verbreitung e.V., Postfach 11 01 35 .
33661,
Bielefeld, Germany.
-
E. Jantsch,
Die Selbstorganisation des Universums, Munchen, 1979, p. 412.
-
Hoimar von
Ditfurth, Wir sind nicht nur von dieser Welt, Munchen, 1984, pp.
21-22.
-
-
Richard
Dawkins, The Blind Watchmaker, Penguin Books, London, 1986, p. 316.
-
Teleonomie:
doelgerichtheid, met name die van aanpassingsvormen van planten en dieren
(Van
Dale).
-
H. Penzlin,
Das Teleologie-Problem in der Biologie, Biologische Rundschau, 25
(1987), S.7-26, p. 19.
-
Contradictio in terminis:
tegenstrijdigheid in de woorden, innerlijke tegenspraak (Van Dale).
-
-
-