|
De letterlijke betekenis
'Toen formeerde de HERE God de mens van stof uit de aardbodem en blies de
levensadem in zijn neus' (Genesis 2:7). Als wij de woorden in hun
letterlijke betekenis nemen, dan heeft God uit aarde een mens geformeerd en hem
door de neus leven ingeblazen. In dit schriftwoord is geen ruimte voor de
theorie dat de mens zich uit lage levensvormen heeft ontwikkeld tot wat hij nu
is. Niet één andere schriftplaats laat dat toe. Wel is er een zeer duidelijke
schriftplaats die het modelleren uit aarde bevestigt. Paulus zegt in 1 Timotheüs
2:13: 'Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva'. Hij gebruikt daarbij een
Grieks woord dat tot ons is overgekomen als 'plastiek' (= beeldwerk), wanneer
wij bijvoorbeeld horen, dat er ergens een plastiek is tentoongesteld. Adam is
dus uit aarde plastisch gemodelleerd.
Bovendien wordt de neus genoemd. Men moet de
Schrift wel heel erg geweld aandoen als men beweert dat hier helemaal niet
sprake is van een werkelijke neus, maar dat dit zinnebeeldig bedoeld is, daar
een mens normaal gesproken door zijn neus ademt en zonder adem niet leven kan.
Wij houden ons aan de eenvoudige betekenis van de woorden, wat ook in de geest
van Jesaja 64:8 is, waar wij lezen: ' Maar nu, HERE, Gij zijt onze Vader; wij
zijn het leem, Gij zijt onze Formeerder en wij allen zijn het werk van Uw hand'.
Mensvormig spreken van God (Het toekennen van
menselijke eigenschappen aan God)
Heeft God dan handen? Men moet dan verder vragen:
heeft God dan ogen, oren, enz.? God Zelf antwoordt in Psalm 94:8,9: 'Merkt op,
gij redelozen onder het volk! En gij dwazen, wanneer zult gij verstandig worden?
Zou Hij, Die het oor plantte, niet horen? Die het oog vormde, niet zien?' Wij
mogen hieraan toevoegen: Die de handen geschapen heeft, zou Hij ook niet zonder
handen plastisch kunnen vormen? Met wat gezegd wordt moet men niet proberen een
wonderdaad van God begrijpelijk te maken voor het verstand. Wonderen gaan altijd
ons verstand te boven. Wanneer God ons echter geopenbaard heeft hoe Hij bij een
wonder te werk gegaan is, dan mogen en moeten wij dat in vertrouwen op Zijn
onfeilbaar Woord van Hem aannemen en er mee instemmen.
Theologen beweren steeds weer, dat het in het
scheppingsbericht slechts gaat om het feit dat God de wereld geschapen heeft,
niet echter om hoe Hij dat heeft gedaan, zodat men alles wat over dat laatste
wordt gezegd, moet verstaan als beeldspraak. Het scheppingsbericht is dan in
feite geen bericht, maar een liturgisch stuk, zoals, volgens deze opvatting,
sommige psalmen een hymne op de schepping zijn. Men hoeft echter geen Hebreeuws
te kennen om het taalkundig verschil tussen het scheppingsbericht en
bijvoorbeeld Psalm 104 op te merken. En tegenover de bewering dat het niet gaat
om het hoe, staat het vijf maal herhaalde 'en het was alzo'. God bedoelt altijd
hetgeen Hij zegt.
Intelligent vanaf het begin
De mens was van het eerste ogenblik van zijn bestaan af een met hoge
intelligentie begiftigd wezen. Zijn intellect - zijn verstandelijk vermogen -
heeft zich niet pas langzaam vanuit dierlijk instinct ontwikkeld. De mens was
niet eerst een aapachtige, primitieve holbewoner, alvorens zich geleidelijk tot
cultuurwezen te ontwikkelen. De Bijbel spreekt geheel anders. God gaf aan de pas
geschapen mens de opdracht de Hof van Eden te bewerken, de aarde aan zich te
onderwerpen en heerschappij over de dierenwereld te voeren. Krachtens zijn
intelligentie zou hij de leefwijze der onderscheidene hem getoonde diersoorten
kennen en er dienovereenkomstige namen aan geven, wat duidt op een
hoogontwikkelde taal. Na de zondeval spreekt God tot de mens over brood, wat
wijst op het gebruik van vuur om te bakken. Adams eerste zoon was van beroep
landbouwer, zijn tweede zoon schaapherder. Beiden onderhielden een offercultus.
Toen Kaïn van voor het aangezicht van God was weggegaan - d.w.z. toen hij zich
had losgemaakt van hen die in de beloofde Verlosser geloofden - , stichtte hij
na de geboorte van zijn eerste zoon een versterkte stad en woonde dus met de
zijnen niet meer in tenten. Uit de zevende generatie na Kaïn stamt de eerste ons
uit de Bijbel bekende literatuur, die van Lamech over diens moorddaad. Een zoon
van Lamech werd de voorvader van veeteelt bedrijvende nomaden, een andere
stamvader van de uitvinders van snaar- en blaasinstrumenten, weer een andere van
metaalbewerkers. Dat alles binnen de eerste negen generaties. Van bijzondere
betekenis echter is het werk van de zending. Toen Adams zoon Seth, zijn vader
diens kleinzoon, Enos verwekt had, begonnen de gelovigen onder de ongelovigen de
naam des Heren te verkondigen. (Bewijsplaatsen voor al deze bijzonderheden zijn
in het tweede hoofdstuk de verzen 15 en20; in het derde de verzen 15 en19; in
het vierde de verzen 2-4, 16,17, 20,23 en 26).
Tijdsberekening volgens de Bijbel
Het vijfde hoofdstuk van het boek Genesis bevat het geslachtsregister van
Adam tot Noach. Deze stamboom wordt niet alleen in de vijf boeken van Mozes,
maar ook in andere boeken van het Oude Testament voortgezet. Mattheüs hoofdstuk
1 vat hem dan van Abraham af samen en Lucas 3 telt van Jezus af terug tot Adam.
In beide richtingen komen we voor de leeftijd van de mensheidsgeschiedenis op
rond 4000 jaar. Een nauwkeurige berekening is om een bepaalde reden niet
mogelijk en die reden verklaart ook de verschillen tussen de oud- en
nieuwtestamentische chronologieën. Het Hebreeuwse woord voor 'zoon' (ben) is
net zo min voor slechts één uitleg vat- baar als het Griekse woord voor broeder (adelphos),
dat ook neef kan betekenen. Het Hebreeuwse 'ben' kan 'zoon' of eenvoudig
'nakomeling' betekenen. Daardoor vallen er onontkoombaar chronologische hiaten.
Die hiaten laten evenwel - dit zij met nadruk gezegd - geen onevenredig grotere
tijdsruimten voor het verloop van de mensheidsgeschiedenis toe. Volgens de
bijbelse chronologieën is de wereld zeer beslist geen 10.000 jaar oud. Daar leg
ik mij zonder enige restrictie op vast.
Tegenstrijdigheden in het Darwinistische model
De uit de aardkorst tevoorschijn gebrachte vondsten zijn toch
niet te rijmen met een wereldouderdom van nog geen 10.000 jaar! De sauriërs b.v.
hebben toch 140 miljoen jaren geleden geleefd en toen waren er nog geen mensen,
ook in hun vroege ontwikkeling voor ongeveer 700.000 jaar niet.
'Helaas' wil het geval dat zich in de bedding van
een Noord-Amerikaanse rivier op een en dezelfde plaats voetsporen van
dinosaurussen en mensen naast elkaar bevinden, zelfs een voetspoor van een mens
in een voetspoor van een dinosaurus. Zouden er tussen die twee bijna 140 miljoen
jaren verlopen zijn, dan zou het voetspoor van de dinosaurus reeds zijn
weggespoeld lang voordat er zich sporen van mensen hadden kunnen vormen. Indien
echter boven beide sporen in het weke materiaal de watermassa's van de zondvloed
met hun reusachtige druk zijn opgestuwd, dan is de weke bodem verhard en zijn
beide sporen er in bewaard gebleven. Wat nu te zeggen van de tijdschattingen der
onderzoekers? Toen een geleerde van deze sporen hoorde, meende hij, minzaam
lachend: 'in het reptielentijdperk bestond er geen mens'. Voor evolutionisten
kunnen deze voetsporen van mensen er niet zijn omdat ze er niet mogen zijn.
Vragen en antwoorden
Tegen een nog geen 10.000 jaar oude wereld
wordt ook ingebracht dat de aanwezigheid van steenkool, aardolie en druipsteen
veel grotere tijdsruimten vergt. Als dat nog steeds wordt beweerd, dan slechts
onder verdoezeling van een paar feiten. Druipsteenvormsels kunnen per jaar
enkele kubieke centimeters groeien, zoals een Frans grotonderzoeker bij
tunnelaanleg heeft vastgesteld. Aanzienlijke hoeveelheden olie vormen zich
vandaag nog in afzettingen die op zekere afstand van kusten gevonden worden. En
steenkool? Circa 100 jaar geleden onderzocht men houten palen die tijdens de
bouw van een spoorbrug in de buurt van Freiburg i.B. in de grond geheid waren.
Men constateerde, dat het hout van buiten naar binnen achtereenvolgens
geelachtige, donkerbruine, naar het zwart neigende en in het centrum zwarte
kleur vertoonde. Het hout met de naar het zwart neigende kleur geleek op
bruinkool, het zwarte hout op antraciet. In het Bochumer mijnbouwmuseum wist men
van niets toen ik 20 jaar geleden daarnaar vroeg. Mogen zulke feiten niet in de
openbaarheid komen?
Onder gunstige omstandigheden - grote druk en
vochtigheid - kan uit hout in korte tijd steenkool ontstaan. Wanneer waren de
omstandigheden hiervoor gunstiger dan in de zondvloed? Ach ja, de zondvloed - zo
zegt men in kringen van natuurkundigen en theologen - dat was toch die
overstroming tussen de rivieren de Eufraat en de Tigris in het tegenwoordige
Irak. Ze beseffen niet wat ze zeggen. Wat betreft het zondvloedbericht in de
Bijbel zijn er maar twee mogelijkheden: men houdt het voor een sage die zich aan
mateloze overdrijvingen te buiten gaat, of men neemt het zo als het er staat,
als het Woord van God. De Bijbel zegt: 'alle hoge bergen onder de ganse hemel
werden overdekt' (Genesis 7:19); zeven en een halve meter (15 el) hoog stond het
water boven de bergen (vs. 20), zodat Noachs zwaarbeladen ark (150 m lang, 25 m
breed en 15 m hoog) voldoende diepgang vond. Honderdvijftig dagen lang stond het
water onveranderd op deze hoogte en het daalde weer in een tijdsbestek van 160
dagen. Kunt u zich de druk die het gedurende die lange tijd uitoefende
voorstellen? Bij 1000 meter hoogte per cm2 100 kg. bij 5000 meter een halve ton.
Het water van de vloed kwam van drie kanten: het regende vanuit de atmosfeer, de
kolken der waterdiepte braken open en de sluizen des hemels werden geopend. Het
laatste doelt op het neerkomen van de watermassa's die God op de tweede
scheppingsdag door de atmosfeer van het water onder haar had gescheiden. Men
moet de tekst geweld aandoen, wil men de woorden 'het regende' en 'de sluizen
des hemels werden geopend' onder één noemer brengen. In hoofdstuk 8:2 staat
namelijk duidelijk: 'de kolken der waterdiepte en de sluizen des hemels werden
toegesloten en de regen uit de hemel hield op'. De ontketende watermassa's
speelden met rotsblokken als een beek met kiezelsteentjes. Tijdens een
natuurramp in het gebied van Assam (India) werd geconstateerd dat het opgestuwde
water een ca. 350 ton wegend rotsblok rond 50 meter had verplaatst. Welke enorme
veranderingen moet dan een natuurramp als de zondvloed hebben teweeggebracht.
Over de gehele aarde verspreid worden stille getuigen daarvan gevonden, o.a.
schelpkalkafzettingen in hooggebergten. Maar men wil niet toegeven dat de
zondvloed een de gehele aarde omspannend gebeuren is geweest.
Waar kwam het water vandaan?
De beste verklaring daarvoor is deze, dat voor
de zondvloed er niet slechts wolken waren, maar dat een dikke water(-damp)laag
de aarde omringde,vgl. Gen. 1: 6: 'God maakte scheiding tussen de wateren die
onder het uitspansel waren (de zee) en de wateren die boven het uitspansel waren
(water(-damp)laag). De aarde was een soort broeikas. Dat verklaart de
paradijselijke temperatuur waarbij Adam en Eva bloot konden lopen, zonder te
verbranden. Wanneer God de 'sluizen van de hemel' openzet (Gen. 7: 11) dan zou
dat kunnen betekenen dat deze water(-damp)laag naar beneden kwam. Een verklaring
hiervoor is dat een grote massa (planeet) langs de aarde scheerde, de dampkring
verstoorde, de aardse verdraaide (waardoor de seizoenen ontstonden, waarvan pas
na de zondvloed melding gemaakt wordt: Gen. 8: 22).
Na de zondvloed moet dit water aan de dampkring
ontsnapt zijn door de verzadiging van de atmosfeer in het proces van het
herwinnen van een evenwicht en vochtbalans op de getroffen aarde. De
betrekkelijk snelle daling van de waterspiegel door de wind veroorzaakte
verdamping, bracht een even snelle afkoeling in de door de zon slechts zwak
beschenen poolstreken teweeg en vormde daar enorme ijsmassa's van deels enige
kilometers dik. De plotselinge vloed en de daarop volgende ijsvorming verklaart
merkwaardige vondsten in het noordelijke ijs. Ik bedoel de ingevroren mammoets
met nog onverteerde plantenresten in hun maag, ja zelfs in hun bek. Zij kwamen
om in de vloed en werden toen ingevroren. Daar het overigens restanten van
tropische planten zijn, wordt het bovengenoemde vermoeden bevestigd dat de
aardas vóór de Zondvloed niet dwars lag, zodat de aardbreedten het hele jaar
door gelijkmatig door de zon beschenen werden, en wel met een soort
broeikaswarmte, veroorzaakt door het boven de atmosfeer aanwezige water. De
schrijfruimte laat niet toe nog meer vondsten te noemen die alleen door een de
gehele aarde omspannende zondvloed te verklaren zijn.
Vooroordelen van wetenschappers
Waarom wijzen de meeste onderzoekers deze verklaring van de hand? Wel, zij
hebben zich a priori vastgelegd op een door geen catastrofe onderbroken
bestaansgeschiedenis van de aarde door miljoenen en miljarden jaren heen. Laat
ons echter eens luisteren naar wat één van hen, de Britse geoloog Argyll (19de
eeuw) met betrekking tot een grote overstroming zegt: 'Niet dat wij opzettelijk
feiten ten onder willen houden om een theorie overeind te houden; maar één feit
dat niet met andere te rijmen valt is eenvoudig een verontrustende factor voor
ons, een verlegenheid waarvoor wij graag onze ogen willen sluiten.' Maar de
Canadese geoloog Dawson (geb. 1842) tekent bij het zondvloedbericht aan: 'het te
verwerpen omdat het toevallig in een eerbiedwaardig boek staat waaraan vele
generaties van mensen hun leer hebben ontleend, betekent de laakbare houding van
de middeleeuwen omkeren. Het is onverstandig een verhaal geloof te onthouden
omdat het in de Bijbel staat.'
De Bijbel is duidelijk
De zondvloed heeft zo plaatsgehad als Mozes
beschreven heeft en heeft alle vlees dat op de aarde leefde aan vogels, aan vee,
aan wilde dieren en aan alle mensen vernietigd (hfdst.7:21). Christus zegt in
Mattheüs 24:39: 'de zondvloed kwam en nam hen allen weg', met uitzondering van
de acht mensen in de ark, zoals het in 1 Petrus 3:20 staat.
Poging tot harmonisatie
Wij moeten tenslotte nog nagaan waar- om ook conservatieve theologen
overeenstemming proberen te construeren tussen de bijbelse informatie en de
evolutietheorie. Om die vraag te beantwoorden is het van belang op te merken,
dat de evolutietheorie in bijna alle scholen, leerboeken en massamedia van bijna
alle landen onderwezen wordt. Zuivere wetenschapsgelovigheid heeft nu ook
behoudende theologen er toe verleid deze theorie als exacte wetenschap,
berustend op onweerlegbare bewijzen, te zien. Op het laatste kom ik straks nog
even terug. Is de evolutie bewezen, dan - zo menen genoemde theologen - mag men
de bijbelse gegevens niet letterlijk nemen. Men zou anders geschoolde christenen
vooral de academici onder hen, in onnodige moeilijkheden brengen. Zij moeten
immers beslissen of zij de Bijbel of de natuurkundigen willen geloven. Hun
vertrouwen in de betrouwbaarheid van het Woord van God zou al bij het lezen van
de eerste bijbelhoofdstukken een knauw krijgen. Men mag in geen geval een offer
op het stuk van intellect van hen verlangen. Heeft men hen echter over de eerste
hoofdstukken van het Oude Testament heen geholpen, wat wil men hun met
betrekking tot het eerste hoofdstuk van het Nieuwe Testament zeggen? Daar wordt
immers onder verwijzing naar Jesaja 7 van de geboorte van Jezus uit een maagd
gewaagd. Wil men hun vertellen - vrijzinnige theologen doen dat - dat dit niet
zo moet worden verstaan, maar als beeld van diepe vroomheid? Bij zulk een
interpretatie zou onze Verlosser van Zijn Goddelijke afkomst en zondeloosheid
worden beroofd en zou Hij geen verlosser zijn. Ik geloof niet dat behoudende
theologen dat doen. Zij zullen veeleer de hun toevertrouwde zielen de geboorte
van Jezus uit een maagd als onomstotelijk geloofsartikel op het hart binden;
onomstotelijk omdat Gods Woord het zegt. Waarom wordt dit standpunt ook niet
ingenomen daar waar het gaat om Gods openbaring over de schepping? Wat zou er
van de Heilige Schrift overblijven als men haar overal de maatstaf van het
menselijk verstand zou willen aanleggen! Paulus vermaant 'de redeneringen en
elke schans die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, te slechten en elk
bedenksel als krijgsgevangene te brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus'
(2 Corinthe 10:5) Christus zegt: 'de Schrift kan niet gebroken worden' (Johannes
10:35).
De Bijbel is vooral bron van heilszekerheid
Waarom eist Gods Woord zo'n overtuigd-zijn in de op de betrouwbaarheid
ervan? Omdat de Bijbel Jezus Christus en onze heilszekerheid tot hoofdinhoud
heeft. Hier gaat het om! Hier hangt het eeuwige leven vanaf.
Andere zaken in de Bijbel moeten dienen ter
onderbouwing van deze hoofdinhoud. Deze dingen (waaronder veel valt wat hier is
aangehaald) zijn van minder belang en zijn deels ook gebaseerd op niet te
bewijzen veronderstellingen. Wat ik hier probeer is te laten zien dat de
scheppingsgedachte even geloofwaardig is als de evolutiegedachte. Uiteraard ben
ik volledig overtuigd van mijn gelijk, en probeer ik u/jou te overtuigen. Laat
ik hierbij wel duidelijk mogen zijn: je mag met mij van mening verschillen en
zwakke punten in mijn betoog aanwijzen. Graag ga ik in discussie en wanneer iets
niet meer houdbaar is, dan geef ik het op!
Ik wil niet graag vallen in dezelfde fout als mijn
opponenten. Van 'onafwijsbare bewijskracht' heeft prof. H.v.Dithfurt gesproken
toen hij in een ZDF-programma zijn evolutiegedachten uiteenzette ('Querschnitt'
van 1-3-78). En wanneer de evolutietheorie op onweerlegbare bewijzen rust, dan
moet iedere andere verklaring foutief zijn. Dan is ook het bijbelse
scheppingsbericht weerlegd. Zover is het echter na 150 jaar evolutietheorie niet
gekomen. En de kans daarop neemt met het verstrijken van de tijd niet toe.
Integendeel! Er zijn sterke bewijzen voor het scheppingsbericht.
Wat betreft het ontstaan en de ouderdom van de
wereld en het leven daarin, is er geen tegenstrijdigheid tussen wat de Bijbel
zegt en wat bijbelgelovige exacte wetenschappers zeggen. De Noord-Amerikaanse
theoloog Th. Grabner schreef in 1921: 'Niet de wetenschap, maar wetenschappers,
niet de geologie, maar geologen, niet de fysica, maar fysici spreken de
christelijke theologie tegen.'
Auteur: Drs. E.J. van der Linde
Bron:
http://www.dlinde.nl/woordenboek/God%20en%20de%20evolutie.htm
Overgenomen met
toestemming van Drs. van der Linde. Dit artikel valt niet
onder de copyright regeling van www.debijbeliswaar.nl. Toestemming voor
gehele of gedeeltelijke overname moet verkregen worden via
Drs. E.J. van der Linde. |