|
De zondvloed is zeer
belangrijk geweest
voor de vorming van
het geologische
landschap zoals wij
dat vandaag de dag
kennen. De zondvloed
en de gevolgen van
de zondvloed zijn
wellicht de grootste
‘steen des
aanstoots’ voor
evolutionisten. In
plaats van de
vorming van de
diverse aardlagen in
enkele weken of
maanden tijd
hanteren geologen
een ouderdom van
miljoenen en
miljarden jaren. Als
de zondvloed nooit
heeft plaats gehad,
dan zou de enige
logische verklaring
voor het ontstaan
van aardlagen,
wellicht een vorming
gedurende miljoenen
jaren op waarheid
kunnen berusten. Dat
is de reden waarom
evolutionisten het
zondvloedverhaal
aanvallen. Bewijs
uit diverse
geologische bronnen
toont echter aan dat
de zondvloed
werkelijk heeft
plaats gevonden. (1)
Volgens sommige
christenen was het
aantal weken dat
Noach aan boord van
de ark doorbracht
nooit voldoende tijd
om de geologische
aardlagen te vormen.
Is dat waar? Hoe
lang zat Noach aan
boord van de ark?
Diverse studies
geven daar antwoord
op. Laten we
beginnen met de
belangrijkste bron
van allemaal, de
Bijbel: In Noachs
zeshonderdste
levensjaar, in de
tweede maand, op de
zeventiende dag der
maand, op die dag
braken alle kolken
der grote
waterdiepten open en
werden de sluizen
des hemels geopend.
(Genesis 7:11)
Om discussies over
jaartellingen te
vermijden plaats ik
voor het gemak het
jaar 0 ten tijde van
de geboorte van
Noach (overbodig te
zeggen dat dit
natuurlijk in geen
enkele
archeologische bron
als het jaar 0 wordt
beschouwd).
Dan staat er
geschreven dat in
het jaar 600, in de
tweede maand op de
17e dag
de kolken der
waterdiepten open
braken. Natuurlijk
zijn de maanden pas
veel later, na Noach,
van de naam voorzien
zoals wij deze
vandaag de dag
kennen (januari,
februari, etc). Ook
is het de vraag of
Mozes (de schrijver
van Genesis) uitging
van een zonnecyclus
(365 dagen per
jaar), een
profetisch jaar (=
360 dagen) of een
maancyclus zoals
gebruikelijk is bij
veel volkeren in het
huidige
Midden-oosten. Voor
het gemak gaan wij
uit van de
zonnecyclus, en
gebruik ik de
benaming van de
maanden zoals wij
deze kennen. Ging
Mozes (en Noach) uit
van een maancyclus
dan zal dit een
kleine afwijking van
enkele dagen tot
gevolg hebben.
Gezien de periode
waarin Noach in de
ark zat is deze
afwijking te
verwaarlozen.
De conclusie is dan
als volgt: start van
de zondvloed was op
17 ‘februari’ van
het ‘jaar 600’.Noach
was echter met zijn
familie al 7 dagen
voor de start van de
zondvloed in de ark
aanwezig. Dus Noach
ging aan boord op 10
‘februari 600’.
We lezen verder in
de Bijbel: En in
de zevende maand, op
de zeventiende dag
der maand, bleef de
ark vastzitten op
het gebergte van
Ararat. (Genesis
8:4) In de tweede
maand (‘februari’)
was Noach aan boord
van de ark gegaan,
in de zevende maand
(‘juli’) liep de ark
vast op de berg
Ararat, dus vijf
maanden later. Dit
was echter niet het
moment dat Noach ook
van boord ging, dat
zou veel te
gevaarlijk zijn
geweest. (2)
En de wateren
namen tot de tiende
maand gestadig af;
in de tiende maand,
op de eerste der
maand, werden de
toppen der bergen
zichtbaar.
(Genesis 8:5)
Met andere woorden
werden de toppen van
de bergen zichtbaar
op 1 oktober van het
‘jaar 600’. (3)
Dit moet heel vreemd
zijn geweest voor
Noach en zijn
familie, omdat zij
nog nooit bergen
hadden gezien.
(4)
In
de tweede maand, op
de zevenentwintigste
dag der maand, was
de aarde droog . En
God sprak tot Noach:
Ga uit de ark,
(Genesis 8:14-16)
Aangekomen in het
nieuwe jaar Er wordt
voor de tweede keer
gesproken over de
tweede maand) zijn
we dus beland in het
‘jaar 601’, de
tweede maand noemde
ik voor het gemak
‘februari’, we zijn
dus aanbeland op 27
‘februari 601’,
precies 1 jaar en 17
dagen later. Noach
en zijn familie
hebben dus een lange
tijd doorgebracht op
de ark, niet zomaar
een paar weken, maar
een jaar.
.JPG)
De
geologische
tijdschaal van
creationisten,
gemaakt door Tas
Walker van CMI, laat
inderdaad zien dat
de zondvloed van
Noach 1 jaar en 10
dagen duurde,
daarbij opgeteld de
7 dagen die Noach in
de ark aanwezig was
– 1 jaar en 17
dagen!
Creationistische
studies tonen aan
dat deze periode
ruim voldoende was
voor de vorming van
de verschillende
aardlagen, om
hiermee duizenden
jaren later geologen
helemaal in de war
te brengen, omdat
die geologen
gewoonweg niet
willen geloven wat
in het woord van God
geschreven staat.
Overigens was dit
reeds wat Petrus
tweeduizend jaar
voor de ‘uitvinding’
van de geologische
tijdschaal heeft
voorspelt: Want
willens en wetens
ontgaat hun, dat
door het woord van
God de hemelen er
sedert lang geweest
zijn en de aarde,
die uit en door het
water bestaat,
waardoor de
toenmalige wereld is
vergaan, verzwolgen
door het water.
(2 Petrus 3:5,6)
Petrus profeteerde
hier van iets wat
wij vandaag de dag
om ons heen zien
gebeuren. Er staat
echter meer in Gods
Woord: Want zoals
zij in [die] dagen
vóór de zondvloed
waren, etende en
drinkende, huwende
en ten huwelijk
gevende, tot op de
dag, waarop Noach in
de ark ging, en zij
niets bemerkten, eer
de zondvloed kwam en
hen allen wegnam, zo
zal ook de komst van
de Zoon des mensen
zijn. (Mattheüs
24:38-39) Het is
voor christenen dus
van groot belang te
geloven in de
waarheid van het
verhaal over de
zondvloed, en dit
met alle mensen om
ons heen te delen.
De toekomst in de
eeuwigheid kan er
voor alle medemensen
vanaf hangen (5).
Auteur:
A.J.W.
Boonstra
Bronnen & noten:
Aanhalingen vanuit
de Bijbel: NBG51
Geologische
tijdschaal, used
with permission
Creation Ministries
International (www.creationontheweb.com).
Gebruik van deze
tekening is
beschermd door
middel van
copyright.
(1)
Onder andere
archeologische
vondsten zoals: de
lijst van koningen
van Sumer (gevonden
in 1923 in
Mesopotamië) en de
kleitabletten uit
Elba (gevonden in
Noord-Syrië)
bevestigen het
zondvloedverhaal uit
Genesis.
(2)
Waarom bleef Noach
nog meer dan zeven
maanden aan boord
van de ark, na het
vastlopen op de berg
Ararat? Simpel: het
water is nog niet
geheel verdwenen;
bodem is modderig;
er groeit niets dus
niets te eten & geen
materialen om huizen
te bouwen
(3)
Voor de zondvloed
waren er geen
bergen, ten minste
niet hoger dan 2000
meter anders zou de
gehele aarde niet
bedenkt kunnen zijn
door water en zouden
bergtoppen boven het
water uitstijgen.
(4)
Bergen zijn gevormd
tijdens de
zondvloed, getuige
onder andere Psalm
104:8.
(5)
Mits men
naast het
zondvloedverhaal ook
het verzoenoffer van
Christus heeft
aanvaard en zonden
heeft beleden.
|