|
In 2005 verscheen
het boek:
Schitterend ongeluk
of sporen van
ontwerp? – Over
toeval en
doelgerichtheid in
de evolutie. Een
boek onder redactie
van Cees Dekker,
Ronald Meester en
René van Woudenberg.
Dit boek geeft
inhoud aan de
Intellegent Design (ID)-gedachte,
vorm gegeven door
(vooraanstaande)
Nederlandse
wetenschappers,
ieder op hun eigen
terrein. Het boek:
Schitterend
ongeluk of sporen
van ontwerp? kan
misschien wel gezien
worden als de
ID-bijbel van
Nederland. De ID
gedachte lijkt
nieuw, maar bestaat
al geruime tijd.
Grote aandacht kreeg
de ID-gedachte in
1996 na het
verschijnen van het
boek: Darwin’s Black
Box, door Micheal J.
Behe (vertaald in
het Nederlands in
1997 en uitgegeven
door uitgeverij Ten
Have in Baarn).
De ID-gedachte in
het kort.
Wat is nou precies
de gedachte die ID
wil verwoorden. Om
dit te illustreren
een citaat uit het
boek: Schitterend
ongeluk of sporen
van ontwerp?:
‘Gedurende lange
tijd in de
geschiedenis van de
mensheid is de idee
van ontwerper die de
wereld gemaakt moest
hebben bijna
vanzelfsprekend
geweest…Hierin kwam
verandering tegen
het eind van de 19e
eeuw, nadat Charles
Darwin zijn boek
over de oorsprong
van soorten had
gepubliceerd…In dit
boek willen we
onderzoeken in
hoeverre dit (door
Darwin geschapen*)
beeld terecht is
…Geeft de structuur
van het heelal
werkelijk de indruk
dat er voor een
ontwerpgedachte geen
plaats meer is? Wij
menen van niet...(1).’
Dit klinkt
hoopgevend voor
creationisten, of
toch niet?
Creationisten worden
al decennia niet
serieus genomen
onder
wetenschappers. Om
wetenschappelijk
geaccepteerd te
worden dient men
artikelen in
wetenschappelijke
bladen te
publiceren. Echter
geen enkel
wetenschappelijk
tijdschrift wenst
creationistische
artikelen te
publiceren. Die
enkele keer dat dit
toch gebeurd worden
bevindingen
belachelijk gemaakt,
dan wel als ‘kleine
onduidelijkheid in
de evolutietheorie’
gezien of genegeerd.
Een sprekend
voorbeeld is het
onderzoek van Dr.
Robert Gentry. Dr.
Gentry heeft
overtuigend bewijs
tegen evolutie
onderzocht, bewezen
en gepubliceerd in
wetenschappelijke
tijdschriften,
betreffende zijn
onderzoek naar
radiohalo’s. Het
gaat te ver om in
dit artikel in te
gaan op radiohalo’s,
echter tot op heden
heeft niemand kans
gezien de uitkomsten
van Dr. Gentry
wetenschappelijk te
weerleggen. Krijgt
het creationistische
kamp nu eindelijk
steun van
professoren en
onderzoekers uit de
‘seculiere’
wetenschap? Helpt de
ID-gedachte
creationisme als
wetenschap ‘op de
kaart te zetten’?
Helaas moet het
antwoord op deze
vraag met NEEN
beantwoord worden.
Schepping is voor ID
niet voorbehouden
aan de almachtige
God van de Bijbel,
ID neemt geen
standpunt in over de
schepper of geeft de
schepper geen naam.
Met andere woorden,
de schepper kan God
zijn, allah, aliëns,
of iedere andere
‘kracht’.
Geen creationisme
Arie van den Beukel
wordt toch wel
gezien als
grondlegger van ‘de
Nederlandse
ID-gedachte’. Anders
gezegd was Arie van
den Beukel met zijn
boek: De dingen
hebben hun geheim
één van de
eerste, zo niet de
eerste, die de
ID-gedachte
bespreekbaar maakte
en publiceerde in
Nederland. Binnen de
korste keren werd
van den Beukel als
creationist
bestempeld. In het
artikel, door van
den Beukel
geschreven in het
boek: Schitterend
ongeluk of sporen
van ontwerp,
gaat hij echter in
tegen het label:
creationist.
‘Daarmee distantieer
ik mij van de
zogenaamde
creationisten,
wetenschappers die
uit
fundamentele-christelijke
hoek, die aan een
letterlijke lezing
van de bijbel, met
name het boek
Genesis, gegevens
ontlenen die
voorrang hebben
boven de feiten die
door de
natuurwetenschap
worden aangedragen…’(2)
De grondlegger van
de ‘Nederlandse ID’
distantieert zich
van creationisten.
Duidelijker kan men
het niet stellen. De
overige schrijvers
(professoren,
onderzoekers en
docenten) in het
boek Schitterend
ongeluk of sporen
van ontwerp?
geven blijk de
mening Arie van den
Beukel te
onderschrijven
betreffende
creationisme.
Evolutie is
onderdeel van
ontwerp
De meeste aanhangers
van de ID-gedachte
gaan ervan uit dat
een ‘schepper’ in
ieder geval de
ontwikkeling van het
heelal, sterren,
planeten en leven op
aarde heeft gestuurd
door middel van
evolutie. Met andere
woorden de
‘schepper’ van de
ID-ers heeft
evolutie nodig voor
ontwikkeling.
Bioloog Jan Lever
laat in zijn artikel
in het boek:
Schitterend ongeluk
of sporen van
ontwerp?
duidelijk optekenen
dat evolutie bestaat
en de schepper
hiervan gebruik
heeft gemaakt.
Daarnaast stelt Jan
Lever de mens en
dier op gelijke
hoogte. ‘Wij, en
vele dieren met
ons…’(3)‘Alle planten en
dieren (dus wij ook)
hebben…’(4)
De Bijbel is
hierover echter
duidelijk: En
God zeide: Laat Ons
mensen maken, naar
Ons beeld, naar Onze
gelijkenis; en
dat zij heerschappij
hebben over de
vissen der zee, en
over het gevogelte
des hemels, en over
het vee, en over de
gehele aarde, en
over al het kruipend
gedierte, dat op de
aarde kruipt”.
(Genesis 1:26).
De Bijbel maakt
onderscheid tussen
mens en dier, en
stelt de mens zelfs
aan boven de dieren,
een duidelijke
hierarchie. Op z’n
minst gaan de
uitspraken van Jan
Lever uit van sterke
verbondenheid met de
denkwijze van
evolutionisten,
namelijk dat mens en
dier dezelfde
oorsprong hebben. Er
zijn ook wel verschillende ID
aanhangers die
hierover overigens
een andere mening
hebben. Jan Lever
eindigt met de
volgende conclusie:
‘De Mysterieuze
oorsprong van dit
ons overweldigende
universum, het
vormen van concepten
en van het
allesomvattende
evolutieproces,
en dus de zin van
dit alles inclusief
die van ons eigen
tijdelijk bestaan,
zijn vragen die de
grenzen van de
mogelijkheden van
onze
natuurwetenschappelijke
analyse principieel
overschrijden.
Achter deze grenzen
en dan ook achter de
concepten van deze
werkelijkheid en
achter haar
ontwikkeling kan de
mens met ontzag,
eerbied en een
gevoel van evidentie
en dus emotioneel,
de scheppende
Onzienlijke en
geheel andere wereld
vermoeden, ja zelfs
geloven!’(5)
Leeftijd van de
aarde
Daar waar
creationisten
uitgaan van een
jonge aarde
(ongeveer 6000 jaar
oud) gaan ID-ers uit
van de gangbare
evolutie-gedachte
dat de aarde
miljarden jaren oud
is. Cees Dekker
gaat duidelijk uit
van een leeftijd van
4,6 miljard jaar
oud.(6) Jan
Lever gaat uit van
een miljarden jaren
oude aarde: ‘Dit
gaat terug op hun
gemeenschappelijke
oorsprong
(evolutionistische
denkwijze – mijn
toevoeging), enkele
miljarden jaren
geleden.(7) Dit citaat geeft
aan dat Jan Lever
misschien wel denkt
dat ontwerp een rol
speelde bij de
vorming van leven op
aarde, echter
gelooft hij wel in
een miljarden jaren
oude aarde, terwijl
vele creationisten
ondertussen
aannemelijk (zo niet
bewezen) hebben
dat de aarde
jong is.
Nieuw theïstisch
evolutie model
ID kan dan ook niet
anders getypeerd
worden als een nieuw
‘theistisch-evolutie-model’.
Een scheppaer heeft
wel geschapen, maar
evolutie heeft
invloed gehad. De
god van de ID is
niet slim genoeg
alles in één keer
juist te scheppen,
en heeft evolutie
nodig om tot
ontwikkeling te
komen. ID is dus
niet de juiste
weergave van de
schepping zoals deze
staat opgetekend in
de Bijbel, en met
name Genesis. Wat
dat betreft heeft
van den Beukel wel
gelijk als hij zegt
dat creationisten
Genesis letterlijk
nemen en de aarde
6000 jaar oud is,
echter jammer dat
van den Beukel dit
zelf niet kan
geloven. ID brengt
een goddelijke
schepper in de
wetenschap. De
wetenschap
accepteert ID
overigens in geringe
mate (eigenlijk
niet), echter vele
(twijfelende)
christenen geeft de
ID-gedachte houvast.
Men heeft
onvoldoende kennis
van creationisme en
is geïndoctrineerd
door evolutie op
school. ID geeft dan
duidelijk handvatten
om het ontstaan van
leven te begrijpen
zonder God en/of de
(op school geleerde)
evolutietheorie, aan
de kant te schuiven.
Echter de god van ID
is niet de God van
de Bijbel, zoveel is
wel duidelijk. ID
trekt christenen weg
van de waarheid en
is dus gevaarlijk.
Auteur:
A.J.W.
Boonstra
Noten:
1
Schitterend ongeluk
of sporen van
ontwerp? – Over
toeval en
doelgerichtheid in
de evolutie. Cees
Dekker, Ronald
Meester
en Rene van Woudenberg (red.).
ISBN 9025954839.
Uitgeverij Ten Have
te Baarn. Pagina 9 &
10.
2
idem, bladzijde 102.
3
idem, bladzijde 72.
4
idem, bladzijde 72.
5
idem, bladzijde 78.
6
idem, bladzijde
82/83.
7
idem, bladzijde 73.
* Toevoeging van de
auteur
|