De Bijbel is WAAR
 Stichting de Bijbel is waar
 
De gelijkenis van de vijgenboom (Mattheus 24:32-35)

Mattheüs 24:32-35

Markus 13:28-31

Lukas 21:29-33

De gelijkenis van de vijgenboom - Boodschap voor Israël

32 En leert van de vijgeboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak nu teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is. 33 Alzo ook gij, wanneer gij al deze dingen zult zien, zo weet, dat het nabij is, voor de deur. 34 Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn. 35 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.

28 En leert van de vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij, dat de zomer nabij is. 29 Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het nabij, voor de deur is. 30 Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen zullen geschied zijn. 31 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan; maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.

29 En Hij zeide tot hen een gelijkenis: Ziet de vijgeboom, en al de bomen. 30 Wanneer zij nu uitspruiten, en gij dat ziet, zo weet gij uit uzelf, dat de zomer nu nabij is. 31 Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet, dat het Koninkrijk Gods nabij is. 32 Voorwaar Ik zeg u, dat dit geslacht geenszins zal voorbijgaan, totdat alles zal geschied zijn. 33 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.

“Wanneer gij al deze dingen zult zien” vers 33 (klik hier voor de tekenen der tijd): zoals betoogd moet de Gemeente geen tekenen AFwachten, maar in alle tijden en omstandigheden haar Heer VERwachten: Tit 2:13; 1Thes 1:10; Fil 3:20. De Schriftplaatsen over de Opname spreken NOOIT over voorafgaande tekenen: Mat 24:36-44; Joh 14:1-3; 1Kor 15:51-55; 1Thes 1:9, 10. Deze gelijkenis heeft daarom weer niets van doen met de Gemeente.

De vijgenboom is Israël (vgl. Luk 13:6-9). Uit de vijgenboom-gelijkenis mag Israël leren, dat wanneer zij “al deze dingen” zullen zien gebeuren, de zomer nabij is, en dat betekent dat de komst van de Messias en zijn vrederijk “nabij is, voor de deur” (vs 33). Het uitlopen van de vijgenboom is in de eerste plaats een beeld van “deze dingen”, namelijk de ontwikkelingen die precies gebeuren zoals de Heer ze in zijn rede heeft voorzegd.

Zoals gezegd is de vijgenboom een beeld van Israël. Als de takken van de vijgenboom zacht worden en de bladeren uitlopen, dan betekent dit dat Israël aan een geestelijk ontwaken is begonnen. Dat zal niet gebeuren vóór maar wel ná de opname van de Gemeente. Het gaat hier over niets anders dan ontwikkelingen vlak ná het Gemeentetijdperk, wanneer God de draad met Israël weer opneemt en zij ‘ontwaken’ zullen als een vijgenboom in de lente.

In Lukas 21:29-31 spreekt de Heer niet enkel over de vijgenboom maar ook over alle bomen: ook de naties van de eindtijd komen tot ontwaken.

Wij zien in ònze tijd dat Israël aan een nationale heropstanding bezig is, sinds 1948, maar dat is niet de eigenlijke vervulling van Jezus’ woorden. De woorden van de Heer betreffen het Israël van de eindtijd, ná het Gemeentetijdperk, in de zeventigste jaarweek. In Jezus’ rede van de laatste dingen is eerder een geestelijk ontwaken bedoeld. Wij kunnen in de huidige nationale ontwikkelingen wel een voorbode zien, namelijk dat ook de geestelijke heropstanding niet meer veraf kan zijn, maar de tempel is nog niet herbouwd, de eredienst is nog niet hersteld en de Joden zijn nog steeds “verhard” (Rom 11:25). Als echter (een deel van) Israël geestelijk zal ontwaken dàn is de zomer nabij, en dat betekent dat de komst van de Messias en zijn vrederijk “nabij is, voor de deur” (vs 33).


“Dit geslacht”
“Dit geslacht” (vs 34) is het Joodse volk, zowel de tijdgenoten van Jezus als, in bredere zin, het Joodse volk tot aan de volledige vervulling van de profetie en de wederkomst van de Heer (vs 30).

“Dit geslacht” is niet een periode van één generatie, zoals sommige christenen denken (en ook sekten, zoals de Jehovah-getuigen). De Heer Jezus bedoelt hiermee de Christus-verwerpende Joden, die er altijd zouden zijn, doorheen de eeuwen, tot aan Zijn wederkomst. Zij blijven als volk bestaan totdat “AL deze dingen zullen geschied zijn” (vs 34). Dit is de hele periode van de verwerping van Israël en gelijk ook de tussenvoeging van de Gemeente (Rom 11). Al die tijd zou de Heer Israël bewaren: “Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen! (Rom 11:32-33).

Vergelijk voor de betekenis van “dit geslacht” ook Deut 32:5, 20; Ps 12:8. Zie ook de Appendix, om te zien dat er in de context van Jezus’ woorden geen periode wordt bedoeld maar een “verkeerd geslacht”, een ongelovig volk.

Geen berekeningen maken
Een belangrijk argument hierbij is hetgeen staat in Matt 24:36:

“Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen”

Deze Schriftplaats mogen we niet uithollen door te gaan beweren dat één geslacht gelijk staat aan één generatie, of nog erger : één geslacht = 40 jaar. Nu is het wel zo dat de verwoesting van Jeruzalem in 70 nC. binnen zo’n tijdvak is te plaatsen, achteraf bekeken, maar dat betekent niet dat wij zó mogen berekenen. Trouwens, in 70 nC. werd de profetie niet vervuld want “die dag”, of “de dag des Heren”, en “de wederkomst des Heren” is toen niet gebeurd.

Trouwens, wáár zouden wij de berekening van ‘één geslacht’ in de eindtijd moeten starten? 1948, 1967, 1973, 1980 ...? En ten aanzien van wie? De Joden? Maar die worden pas geestelijk hersteld IN de verdrukking en dan pas geldt de gelijkenis van de vijgenboom. De Gemeente? Die hoort niet naar tekenen te zien maar moet de Heer altijd verwachten. Er als we dan al ergens een startdatum (eigenmachtig) zouden gevonden hebben, dan laat het woord van de Heer in Matt 24:36 zeker niet toe van 30 of 40 jaar af te tellen tot alles zou zijn geschied. Neen, berekeningen maken is voor ons uit den boze! Slechts IN de verdrukkingstijd zullen de Joden twee keer 3,5 jaar of 1260 dagen kunnen aftellen, daarnaast geholpen door zichtbare tekenen. Tekenen en berekenen is voor de Joden, en de Joods bedelingen, maar de Gemeente heeft daar helemaal niets mee te maken.

Auteur: Marc Verhoeven, Update 28-01-2007
Redactie voor de Bijbel is Waar : A.J.W. Boonstra 

Tenzij anders aangegeven zijn  Bijbelteksten in deze uitgave ontleend aan de Statenvertaling 1977,  © Nederlands Bijbelgenootschap 1977.  Wij hebben gekozen voor een vertaling die zo dicht mogelijk bij de grondteksten ligt. Voor het verstaan van de schrift adviseren wij een ieder om tevens andere vertaling te gebruiken.

Dit artikel is met toestemming overgenomen en valt niet onder de copyright regeling van www.debijbeliswaar.nl.
Toestemming voor gehele of gedeeltelijke overname moet verkregen worden via Marc Verhoeven (
verhoevenmarc@skynet.be)

 

  Lees verder in het VOLGENDE deel

  Ga terug naar de inhoudopgave

 
 
 
Designed: Elegant Web Templates
Copyright © www.debijbeliswaar.nl. All rights reserved.