De Bijbel is WAAR
 Stichting de Bijbel is waar
 
De Zoon des mensen komt op een onbekend tijdstip (Mattheus 24:36-44)

Mattheüs 24:36-44

Markus 13:32-34

Lukas 17:26-36 ;  21:34-35

Het tijdstip voor de komst van de Dag des Heren: dit is onbekend; waakt dan! - Boodschap voor Christenen

Dag en uur onbekend

36 Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen. 37 En gelijk de dagen van Noach waren, alzo zal ook zijn de toekomst van de Zoon des mensen. 38 Want gelijk zij waren in de dagen voor de zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot de dag toe, waarin Noach in de ark ging; 39 En bekenden het niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst van de Zoon des mensen. 40 Alsdan zullen er twee op de akker zijn, de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden. 41 Er zullen twee vrouwen malen in de molen, de ene zal aangenomen, en de andere zal verlaten worden.

Dag en uur onbekend

32 Maar van die dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in de hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader.

Dag en uur onbekend

17:26 En zoals het gebeurde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen. 27 Zij aten, zij dronken, zij namen ten huwelijk en zij werden ten huwelijk gegeven tot op de dag waarop Noach de ark binnenging en de zondvloed kwam en hen allen verdelgde.

28 Op dezelfde manier ook, zoals het gebeurde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. 29 Op de dag echter waarop Lot uit Sodom wegging, regende het vuur en zwavel uit de hemel en verdelgde hen allen. 30 Evenzo zal het zijn op de dag waarop de Zoon des mensen geopenbaard zal worden. (1)

 

 

31 Wie op die dag op het dak zal zijn en zijn huisraad in huis, moet niet naar beneden gaan om het mee te nemen. En wie op de akker is, moet evenmin terugkeren naar wat hij achterliet. 32 Denk aan de vrouw van Lot. 33 Wie zijn leven zal proberen te behouden, zal het verliezen. En wie het zal verliezen, zal het behouden. (2)
 

 

 

 

 

34 Ik zeg u: In die nacht zullen er twee op één bed zijn. De een zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. 35 Twee vrouwen zullen samen malen. De een zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. 36 Twee zullen er op de akker zijn. De een zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden.

Waakt dan

42 Waakt dan; want gij weet niet, in welke ure uw Heere komen zal. 43 Maar weet dit, dat zo de heer des huizes geweten had, in welke nachtwake de dief komen zou, hij zou gewaakt hebben, en zou zijn huis niet hebben laten doorgraven. 44 Daarom, zijt ook gij bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen.

Waakt dan

33 Ziet toe, waakt en bidt; want gij weet niet, wanneer de tijd is. 34 Gelijk een mens, buitenslands reizende, zijn huis verliet, en zijn dienstknechten macht gaf, en elk zijn werk, en de deurwachter gebood, dat hij zou waken; 35 Zo waakt dan (want gij weet niet, wanneer de heer des huizes komen zal, des avonds laat, of te middernacht, of met het hanengekraai, of in de morgenstond); 36 Opdat hij niet onvoorziens komt, en u slapende vinde. 37 En hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik allen: Waakt.

Waakt dan

21:34 En wacht uzelf, dat uw harten niet te eniger tijd bezwaard worden met brasserij en dronkenschap, en bekommernissen van dit leven, en dat u die dag niet onvoorziens over kome. 35 Want gelijk een strik zal hij komen over al degenen, die op de ganse aardbodem gezeten zijn. 36 Waakt dan te aller tijd, biddende, dat gij moogt waardig geacht worden te ontvluchten al deze dingen, die geschieden zullen, en te staan voor de Zoon des mensen.

Dit gedeelte kan onmogelijk op Israël van toepassing zijn. Hier is geen sprake meer van uitkijken naar tekenen, maar van een onbekend tijdstip waarop de Heer komt. Dit is de komst voor de Gemeente. Daarachter ligt er nog een BEKEND tijdstip waarop de Heer komt, voor Israël en de overblijvende volken, aan het eind van de grote verdrukking. Daartussen liggen de zeven jaren van de 70ste jaarweek of de ‘Dag des Heren’.

Van die onbekende dag waarop de Heer zijn Gemeente ophaalt en aanstonds de ‘Dag des Heren’ begint, staat er: “Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.” (Mat 24:36). Dit is niet Jezus’ zichtbare komst op het einde van de grote verdrukking, want dat is een bekende dag. Men kan na de opname zeven jaren op de kalender uitzetten. En als men dat toch nog te riskant vindt: als de “gruwel der verwoesting” (Mat 24:15) in de tempel komt te staan, dan kan men beslist 3,5 jaar (Dan 7:25; 12:7; Op 12:14), of 1260 dagen (Op 11:3; 12:6), of 42 maanden (Op 11:2; 13:5) op de kalender uitzetten om precies te weten wanneer de Heer komt.

Het ONBEKENDE tijdstip van Jezus’ komst (Mat 24:36), is niet alleen onbekend voor ongelovigen maar ook voor gelovigen, ja zelfs voor de Zoon des mensen. Dit moeten we goed onderscheiden van Jezus’ komen “als een dief” (1Thes 5:2; 2Pet 3:10; Op 3:3; 16:15), namelijk voor degenen die niet waakzaam zouden zijn of in ongeloof vertoeven. Voor dezen komt de Heer altijd als een dief, maar gelovigen zijn altijd waakzaam: zij houden er altijd rekening mee dat de Heer vandaag nog kan komen, en zij leven er helemaal naar toe, ook al weten zij “dag nog uur”.

De wereld zal erg verrast worden door de plotselinge opname van de Gemeente. In die tijd zullen zij hun gewone gangetje gaan en eten, drinken, huwen … alsof er niets aan de hand is. Er is in de passage geen sprake van een grote verdrukking maar eerder van een relatieve vrede! Niemand had ermee gerekend dat er zo’n ingrijpende gebeurtenis zou plaatsvinden. Als gevolg daarvan worden zij nu verrast door de plotselinge wegname (opname) van vele mensen, waarbij zelfs familieleden. Daarop komt de hele wereld in beroering en de verdrukkingstijd begint.

Voor alle duidelijkheid, in Mt 24:40-41 staat er (tweemaal): “de een zal aangenomen (Gr. paralambanetai: weggenomen) en de ander zal verlaten worden (Gr. afietai: gelaten)”. Dit wegnemen betekent de opname, en de overige mensen worden gelaten waar zij zijn. Sommige uitleggers menen nu dat dit ‘wegnemen’ een oordeelsvoltrekking is, en dat de achter-‘gelaten’ mensen behouden blijven. Zij baseren zich hiervoor op de vloed die “allen wegnam” (Gr. èren apantas, Matt 24:39), en ‘dus’ moet het ‘wegnemen’ in Mt 24:40-41 (Gr. paralambanó) daarom óók een oordeel zijn. Deze redenering heeft geen reden van bestaan: het oordeel in Noachs tijd was het overspoeld worden door vloedwater - het oordeel in Mt 24:40-41 is het overgeleverd worden aan de verdrukkingstijd. (3)

De dag des Heren begint dus wanneer Hij Zijn gemeente onverwachts opneemt (1Kor 15:51-52), vóór alle oordelen die over de wereld komen. De opame op zich is reeds een oordeel, voor de naamchristenen en ongelovigen die achtergelaten worden. De Heer redt zijn Gemeente echter van de komende toorn (1Thes 1:10; 5:9), de grote verzoeking (Op 3:10,11). In Op 4 en 5 zien we de opgenomen Gemeente vertegenwoordigd in de 24 oudsten. Wanneer in Op 6 de verdrukkingstijd losbarst is er geen sprake meer van de Gemeente. In Op 1 tot 3 komt de naam “Gemeente” 19 maal voor; daarna niets meer, dan is alles terug kenmerkend Joods: het Gemeentetijdperk is voorbij.

Deze komende “toorn” is niet de hel. Van de hel waren de Thessalonikers reeds gered; daartoe hadden zij zich bekeerd (Joh 5:24; Rom 8:1). De “toorn” is hetgeen beschreven staat in Jes 61:2; Rom 2:5; 1:18, 24-28; 5:9; Op 6:17;11:18; 15:1. De toorn begint met het verbreken van de zegels van het oordelenboek (zie Op 5) vanaf Op 6. Wanneer die verbroken worden zien we in Openbaring de uitbarsting van het ene oordeel na het andere, steeds krachtiger. Voortdurend is er sprake van Gods toorn. Het verschijnen van de Antichrist is een van de grootste uitingen van Gods wraak (Dan 9:27; 2Thes 2:9-12; Op 6:1, 2). Deze toorn duurt de volle zeven jaar, de zeventigste jaarweek. Dit alles is de “Dag des Heren” (2Thes 2) en dat wordt de Gemeente bespaard.

De opname van de Gemeente  (2Thes 2), de tempel van de Heilige Geest, geeft aanleiding tot het uitbreken van de verdrukkingstijd die overeenkomt met de laatste jaarweek in Daniël 9. God neemt dan de draad weer op met Israël (Rom 11). Israël zal geestelijk opstaan en alle gebeurtenissen voltrekken zich zoals de Heer die heeft voorzegd. Uit die vervullingen kan Israël opmaken dat de Messias en Zijn vrederijk nabij is, voor de deur. Met het boek Daniël of Openbaring kunnen zij dan zelfs precies berekenen wanneer hun Heer komt.

Auteur: Marc Verhoeven, Update 28-01-2007
Redactie voor de Bijbel is Waar : A.J.W. Boonstra 

Tenzij anders aangegeven zijn  Bijbelteksten in deze uitgave ontleend aan de Statenvertaling 1977,  © Nederlands Bijbelgenootschap 1977.  Wij hebben gekozen voor een vertaling die zo dicht mogelijk bij de grondteksten ligt. Voor het verstaan van de schrift adviseren wij een ieder om tevens andere vertaling te gebruiken.

Dit artikel is met toestemming overgenomen en valt niet onder de copyright regeling van www.debijbeliswaar.nl.
Toestemming voor gehele of gedeeltelijke overname moet verkregen worden via Marc Verhoeven (
verhoevenmarc@skynet.be)


(1) Lot werd, evenals Henoch, bevrijd vóór een Godsoordeel losbrak. Lot is dan ook een type van de Gemeente en de “dagen van Lot” staan voor de verdorven laatste dagen van de Gemeente, zoals Lukas 17:26-36 aangeeft, namelijk de tijd vóór de komende verdrukking, of de verschrikkelijke Dag des Heren, de tijd van Gods Toorn.

De waarschuwing van Lukas 17:31-33 geeft daarbij aan dat blijkbaar eveneens de Gemeente niet achterom (naar wereldse belangen) mag zien, zoals de vrouw van Lot deed, wanneer de Heer Jezus komt en ons naar boven roept. Vergelijk dit met Matt 24:17-18 waar speciaal voor de Joden een soortgelijke waarschuwing werd gegeven, maar zij worden, zoals Noach, gered tijdens de verdrukking oftewel de “tijd van benauwdheid voor Jakob” (Jeremia 30:7).

(2) Vergelijk Lukas 17:31-33 (“Evangelie voor de Heidenen”) met Mattheüs 24:17-18 (“Joodse Evangelie”).

(3)  “Sommigen die geloven dat de Kerk door de Verdrukking zal gaan wijzen dikwijls op het voorbeeld van Noach en zijn familie. Zij bleven op aarde toen God Zijn toorn uitgoot over de aarde maar werden beschermd door de Heer. Maar dit voorbeeld negeert het feit dat Henoch weggenomen werd van de aarde vóór de vloed begon (Genesis 5:24). Henoch is een symbolisch type van de Kerk, en Noach en zijn familie zijn een type van het Joodse overblijfsel dat beschermd zal worden tijdens de Verdrukking totdat de Messias terugkeert op aarde” - Dr. David Reagan. Terwijl Noach een type is van het Joodse overblijfsel, zijn “de dagen van Noach” vóór de vloed, een kenmerk van de laatste dagen van de Gemeente vóór de wederkomst.

  Ga naar EINDTIJD

 
 
 
Designed: Elegant Web Templates
Copyright © www.debijbeliswaar.nl. All rights reserved.