|
Wie vormen het nageslacht van Abraham, aan wie het land
werd beloofd als een altijddurende, onvervreemdbare bezitting? Dit is de
basisvraag, die de kwestie van het gehele Midden-Oosten beheerst. Wij zullen ons
bij het beantwoorden van deze vraag alleen bepalen bij de Bijbel. Wij
verdedigen noch veroordelen Israël of de Arabieren, maar willen u alleen wijzen
op wat de Bijbel over deze zaak te zeggen heeft. Daarbij willen wij bedenken,
dat de woorden van dit boek alle andere meningen overtreffen.
Het meest verwarring stichtende probleem voor de volken van
de wereld van vandaag is het vraagstuk van Palestina en het Midden-Oosten. Het
is geladen met al de verschrikkelijke gevaren van een alles vernietigende
atoomoorlog en het vormt heden de voornaamste aangelegenheid voor de diplomaten
van de wereld in hun pogingen om de wereldvrede te handhaven en een nucleaire
vernietiging te voorkomen.
De strijd tussen Israël en de Arabieren is meer dan
vierduizend jaar geleden begonnen als een familieruzie tussen twee broers, zonen
van dezelfde vader, maar van verschillende moeders. De tegenwoordige strijd in
Palestina begon vierduizend jaar geleden in de tent van vader Abraham. Alleen
door het Bijbelverhaal met betrekking tot Isaäk, de stamvader van het volk
Israël en tot Ismaël, de stamvader van de Arabische volken nauwkeurig te
bestuderen, kunnen wij het Bijbelse antwoord op het probleem vinden. In deze
geschiedenis zullen wij de oorzaak ontdekken van de tegenwoordige strijd. Ook de
oplossing ervoor zullen wij erin ontdekken.
De hele toekomst van het volk Israël was nauwkeurig
voorzegd. Wat er vandaag gebeurt, wordt duidelijk in de Bijbel beschreven.
Israël is het volk, maar dan ook het enige volk tussen alle andere volken uit
het verleden en uit het heden, waarvan de gehele geschiedenis nauwkeurig
voorzegd en beschreven werd, tot in de kleinste details, voordat het zelfs als
volk bestond. De Bijbel beschrijft ons Israëls historie van begin tot eind, die
een tijd omvat van naar schatting vierduizend jaar. Vierduizend jaar nadat God
Abraham in het land Kanaän had gebracht, zijn een groot aantal profetieën, die
op Israël betrekking hebben, vervuld. Geen enkele ervan is fout geweest; ze
waren voor de volle honderd procent juist.
Als wij dit feit als basis voor onze beschouwing nemen, dan
kunnen wij er absoluut zeker van zijn dat de vele, nog niet vervulde profetieën
over de toekomst van Israël, met dezelfde honderd procent zekerheid letterlijk
in vervulling zullen gaan. Wij leggen hier de volle nadruk op het feit, dat alle
profetieën betreffende Israël letterlijk zijn uitgekomen. Om er enige te
noemen: Israëls slavernij in Egypte, de bevrijding daaruit, het verblijf in
Kanaän, de daarop volgende ballingschap en verstrooiing onder alle volken der
aarde eeuwen lang en toen de terugkeer naar het eigen land der beloften, na
tweeëneenhalfduizend jaar omzwerving, het is allemaal letterlijk vervuld, hoewel
alles werd uitgesproken lang voordat het allemaal ging gebeuren.
De lange lijst van profetische uitspraken over Israël begon
bijna vierduizend jaar geleden, toen God tot Abraham zei:
“En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u
in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad
na u. En Ik zal u, en uw zaad na u, het land van uw vreemdelingschappen geven,
het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn” (Gen.
17:7, 8)
Dit was Gods EEUWIG verbond met Abraham. Wij moeten hierbij
op het volgende letten:
1.
Het was een genadeverbond, een absoluut onvoorwaardelijke
belofte van God aan Abraham. In dit verbond was de waarde van Abraham als
gelovige, zijn verdienste, werken en gedrag van geen enkele invloed. Het was
de directe, alles omvattende genade van God.
2.
Dit verbond spreekt van Abrahams natuurlijke nageslacht. Abraham
was nog steeds kinderloos, maar God zei: “Ik geef deze belofte aan Uw ZAAD”.
Op de juiste tijd kwam de vervulling hiervan, toen Isaäk werd geboren, daarna
Jakob, wiens nieuwe naam Israël werd en die de vader van het volk Israël werd.
Dit volk is in letterlijke zin daarom de erfgenaam van Gods belofte. Deze
belofte omvatte ook het letterlijke land Kanaän. Zo letterlijk was dit, dat
God nauwkeurig de grenzen van het beloofde land aangaf. Zie Genesis 15:18. Het
was een uitgestrekt gebied: Vanaf de “rivier van Egypte”, honderden kilometers
verder naar het oosten tot aan de rivier de Eufraat toe (Volgens
sommigen, is “de rivier van Egypte” de Nijl, en dan behoort ook het
schiereiland Sinaï tot het beloofde grondgebied van Israël).
3.
In het westen werd dit gebied begrensd door de Middellandse zee. Het
tegenwoordige land Israël is slechts een zeer klein deel van het totale land,
dat aan het nageslacht van Abraham werd beloofd. Bij Kanaän horen het
schiereiland Sinaï, het Midden-Oosten, Edom, Trans Jordanië, de Negev, Syrië
en in het algemeen de streken, die door Arabieren worden bewoond. Dit hele
gebied gaf God aan Abrahams nageslacht met een oppervlakte van meer dan
750.000 vierkante kilometer.
4.
Let vooral op de tijdsduur, die aan de belofte werd toegevoegd. Behalve
dat het een onvoorwaardelijke belofte was, gegeven aan het letterlijke
nageslacht van Abraham, waarbij het ging over het letterlijke land Kanaän, was
het een ONVERBREKELIJK verbond. De geldigheidsduur van dit verbond was: VOOR
ALTIJD. Eenvoudig gezegd: het is voor Abrahams nageslacht, een ALTIJD DURENDE
BEZITTING.
Omdat Abraham verscheidene zonen had, komt de vraag op: Op
welke zoon ging de verbondsbelofte over? Dat deze vraag en het antwoord erop van
grote betekenis zijn, zal duidelijk worden als wij U eraan herinneren, dat beide
volken, Joden zowel als Arabieren, in letterlijke zin nakomelingen van Abraham
zijn. Daarom moeten wij uitzoeken, welke zoon God bedoelde, toen Hij Zijn
belofte voor wat Kanaän betrof aan Abraham deed. Als wij iets willen begrijpen
van het conflict tussen Israëliërs en Arabieren in onze tijd, dan zullen we
allereerst deze kwestie moeten oplossen.
Ismaël was de oudste zoon in het gezin van Abraham. Volgens
de toen heersende gewoonte was hij daarom Abrahams erfgenaam. Op voorstel van
Sara was Ismaël door Abraham bij een EGYPTISCHE slavin verwekt. Deze Ismaël is
de onmiddellijke voorvader van de tegenwoordige Arabieren. Hij was Abrahams
eerstgeborene. Vanzelfsprekend was hij de erfgenaam. Zo beschouwde Abraham het
zelf ook, want toen de Heer hem vertelde, dat ook Sara een zoon zou krijgen,
maakte hij ernstig bezwaar en riep uit: “Och, dat Ismaël mocht leven voor Uw
aangezicht!” (Gen. 17:18).
Op Ismaël, de stamvader van de Arabische volken, viel de
keuze van Abraham. Hij bleek echter niet Gods keuze te zijn en daarom zei de
Heer tot Abraham:“En God zeide: Voorwaar, Sara, uw vrouw, zal u een zoon
baren, en gij zult zijn naam noemen Izak; en Ik zal Mijn verbond met hem
oprichten, tot een eeuwig verbond voor zijn zaad na hem. En aangaande Ismaël heb
Ik u verhoord; zie, Ik heb hem gezegend, en zal hem vruchtbaar maken, en hem
gans zeer vermenigvuldigen; twaalf vorsten zal hij gewinnen, en Ik zal hem tot
een groot volk stellen; MAAR MIJN VERBOND ZAL IK MET IZAK OPRICHTEN, die u Sara
op dezen gezetten tijd in het andere jaar baren zal” (Gen. 17:19-21).
Deze uitspraak is duidelijk en kan niet worden misverstaan.
God zegt duidelijk, dat Ismaël geen recht heeft op het land der belofte. Het
behoort toe aan Isaäk, de zoon van het verbond. Dertien jaar lang was Ismaël
Abrahams enige zoon. Gedurende al die tijd, toen Ismaël het enige kind was in
Abrahams tent, waren er geen moeilijkheden, maar nadat Isaäk was geboren begon
de “oorlog”. Toen Isaäk groter werd kwam de strijd tot een hoogtepunt. Wij lezen
in Genesis 21: “En Sara zag de zoon van Hagar, de Egyptische [d.w.z. Ismaël]
, die zij Abraham gebaard had, spottende [met Isaäk]. En zij zeide tot Abraham:
Drijf deze dienstmaagd en haar zoon uit; want de zoon van deze dienstmaagd zal
met mijn zoon, met Izak, NIET ERVEN” (Genesis 21:9, 10).
De zaak was tot een hoogtepunt gekomen. Sara vroeg de
wegzending van Ismaël uit Abrahams tent. Wij mogen Sara’s eis erg vinden en op
haar strengheid kritiek uitoefenen, maar zij hield zich aan Gods verbondsbelofte
en eiste de verbanning van Ismaël. Nog eens weer aarzelt Abraham en hij zoekt
naar een compromis, waarbij de twee jongens, Ismaël en Isaäk beiden in zijn tent
kunnen blijven. De reactie van Abraham lezen wij in Genesis 21:11: “En dit
woord was zeer kwaad in Abrahams ogen, ter oorzake van zijn zoon [Ismaël]”.
Wanhopig zocht Abraham naar een oplossing van zijn
probleem. Welke oplossing hij in gedachten had, wordt ons niet verteld. Mogelijk
hoopte hij op een “vredig samenwonen”. Misschien overwoog hij om de tent tussen
Isaäk en Ismaël te verdelen om openlijke ruzies te voorkomen. Maar de verdeling
van de beloofde erfenis was geen oplossing. Dat zou alleen tot resultaat
hebben, dat er voortdurend “grensconflicten” zouden zijn, die op de duur zouden
leiden tot een oorlog op grote schaal: Daarom gaf God Abraham de opdracht om
naar Sara te luisteren.
“Maar God zeide tot Abraham: Laat het niet kwaad zijn in
uw ogen, over de jongen, en over uw dienstmaagd; al wat Sara tot u zal zeggen,
hoor naar haar stem; want in Izak zal uw zaad genoemd worden” (Gen. 21:12).
Met tegenzin gehoorzaamde Abraham de Heer. Pas nadat Isaäk in het volledig
bezit van de bezitting was gesteld, keerde de vrede in de tent terug.
Ismaël werd weggezonden en door God in de woestijn
gevonden, terwijl hij van dorst dreigde te sterven. Maar God wees zijn moeder
Hagar een waterbron. Daarna volgt een profetische uitspraak over Ismaël en zijn
nakomelingen: “En God was met de jongen; en hij werd groot, en hij woonde in
de woestijn, en werd een boogschutter. En hij woonde in de woestijn Paran; en
zijn moeder nam hem een vrouw uit Egypteland” (Gen. 21:20, 21).
Ismaël werd een woestijnbewoner. De nakomelingen van Ismaël,
de Arabieren, zijn sedertdien altijd woestijnbewoners geweest, nomaden, die na
duizenden jaren nog in dezelfde wildernis leven, waarheen Ismaël en zijn moeder
vluchtten, sinds zij uit Abrahams tent werden verbannen. Dit alles was
geprofeteerd in Genesis 16: “En hij zal een woudezel [van een] mens zijn;
zijn hand zal tegen allen zijn, en de hand van allen tegen hem; en hij zal wonen
voor het aangezicht van al zijn broeders” (Gen. 16:12).
Dit alles is het begin van de strijd tussen Israël en de
Arabische volken. Isaäk had later twee zonen, Ezau en Jakob en weer trok de
vader de oudste voor. Dat was Ezau, de stamvader van de Edomieten. Opnieuw kwam
God tussenbeide en verkoos Jakob aan wie het beloofde land tot een eeuwige
bezitting zou worden gegeven. Later werd de naam Jakob veranderd in Israël. Zijn
nakomelingen zijn het zaad van Abraham, de Israëlieten, zoals wij hen nu en uit
de geschiedenis kennen. De Arabieren zijn de nakomelingen van Ismaël.
De tent van Abraham is een beeld van het beloofde land
Kanaän. Vader Abraham kan in zekere zin vergeleken worden met de Verenigde
Naties en Sara met de gemeente. Na vierduizend jaar herhaalde zich de
geschiedenis van Abrahams tent voor ons aller oog. Eeuwenlang hebben de
Arabieren, het zaad van Ismaël, het land Kanaän in bezit gehad. Maar in 1948
werd de staat Israël geboren en “Isaäk” trok het land binnen. En de strijd in
Abrahams tent ontbrandde opnieuw. De Verenigde Naties, net als Abraham, stelden
een compromis voor en verdeelden het land tussen de nakomelingen van Isaäk en
die van Ismaël. Ze hoopten op een vreedzaam samen wonen. Het mocht niet zo zijn.
Wij geloven, dat het de taak van de Gemeente, getypeerd door Sara, is erop aan
te dringen dat uitsluitend aan Israël het recht op bezit van het beloofde land
toekomt. Volgens de Schrift is dit de enige oplossing. God zegt: “Drijf deze
dienstmaagd en haar zoon uit; want de zoon van deze dienstmaagd zal met mijn
zoon, met Izak, NIET ERVEN” (Gen. 21:10).
Dit is dan de profetische uitspraak, die voor onze ogen
wordt vervuld. Het grootste internationale wonder uit de hele geschiedenis is de
terugkeer van Israël naar het beloofde land, nadat ze vijfentwintig eeuwen onder
de volken der aarde verstrooid waren. Het is de aanzet tot de vervulling van
Gods woorden, ons opgetekend in Ezechiël 36. “Want Ik zal u uit de heidenen
halen, en zal u uit al de landen vergaderen; en Ik zal u in uw land brengen. Dan
zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden
en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen. En Ik zal u een nieuw hart geven, en
zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit
uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven. En Ik zal Mijn Geest geven in
het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen,
en Mijn rechten zult bewaren en doen. En gij zult wonen in het land, dat Ik uw
vaderen gegeven heb, en gij zult Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God
zijn” (Ezech. 36:24-28).
Deze profetie zien wij in deze tijd naar zijn vervulling
toe gaan. Er moet echter nog één ding gebeuren, voordat alle profetieën
betreffende Israël vervuld kunnen worden. Die ene gebeurtenis is de terugkeer
van de Heer Jezus vanuit de hemel en de opname der Gemeente. Wat schijnt dat
ogenblik, gezien in het licht van alles wat er de laatste jaren is gebeurd en
wat met versneld tempo in de komende tijd zal gebeuren, toch dichtbij. De
spanning tussen de zoon van Isaäk, Israël en de zonen van Ismaël groeit in het
Midden-Oosten met de dag. Spoedig zullen wij de bazuinstoten van de hemel horen
en iedere gelovige zal worden opgenomen, de Heer tegemoet, voordat “de tijd van
Jakobs benauwdheid” aanvangt.
Gezien de hedendaagse gebeurtenissen in het licht der
profetie is dit de meest dringende vraag:
BENT U KLAAR OM DE HEER TE ONTMOETEN? BENT U ECHT KLAAR?
“Zie, Ik kom haastig; zalig is hij, die de woorden van de profetie van
dit boek bewaart” (Openb.22:7).
Auteur: Dr. M.R. De Haan
Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling 1971
Met toestemming overgenomen van Marc Verhoeven. Deze tekst valt onder copyright
van Marc Verhoeven en derhalve zijn
de copyright regels van stichting DBIW niet van toepassing.
Bewerkingen door Willem Boonstra
Van deze
studie is
gratis een
uitgebreide
emailversie
aan te
vragen,
Stuur aan
mail met de
titel van de
studie (te
weten: Wie
heeft recht
op Israël),
en wij
zullen per
ommegaande
een email
retour
zenden met
de
betreffende
studie.
Stuur een
email naar:
info@debijbeliswaar.nl
|