De Bijbel is WAAR
 Stichting de Bijbel is waar
 
Het beoefenen van onderscheid

Ik weet het is niet goed, maar soms raak ik geïrriteerd en daardoor geagiteerd wanneer mensen de boodschap, “wij moeten lief zijn voor elkaar”, prediken. Zalvend of confronterend hoort men dan vaak de stelling:  “Men moet voorzichtig zijn met kritiek” en “Men zou een dienaar Gods kunnen beschuldigen”.  Met andere woorden: Het is niet goed om kritiek te hebben op de boodschap en de personen die de “boodschap van God” doorgeven. Mensen die deze stelling huldigen hebben blijkbaar niet in de gaten, dat een dergelijke stelling kan conflicteren met de waarheid. Deze stelling is namelijk absoluut on-Schriftuurlijk en ik vraag mij in oprechtheid af, waar zij deze weg hebben. Het is juist belangrijk om te letten op de handel en wandel van de “boodschappers van God” en de “boodschap” die zij brengen. Daar hebben u en ik een verantwoordelijkheid.

Het is onze Here Jezus Christus die ons heeft opgedragen waakzaam te zijn:

Ø   “En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ziet toe, dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden.” Math.24:4-5

Ø   “Ziet toe, blijft waakzaam. Want gij weet niet, wanneer het de tijd is.” Markus 13:33 

Ook de apostelen gaven hier duidelijke aanwijzingen (opdrachten):

Ø  Blijft waakzaam, staat in het geloof, weest manlijk, weest sterk!” 1 Corinthe 16:13

Ø  “ Volhardt in het gebed, weest daarbij waakzaam en dankt”  Kolossensen 4:2

Ø  “Wordt nuchter en waakzaam. Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.” 1 Petrus 5:8 

Ø  maar toetst alles en behoudt het goede.”  1 Thessalonica 5:21 

Hoe moet ik deze opdracht uitvoeren indien ik niet kritisch mag kijken naar de handel en wandel van de “boodschappers van God” en de boodschap die zij brengen.  Wie moet ik in deze gehoorzamen onze Here Jezus Christus en de apostelen of de ‘verontruste” broeder of zuster?  Voor mij is de keus eenvoudig en duidelijk. Ik doe wat de Here Jezus Christus van mij vraagt. Ik ben niet uit op een eenheid van mensen. Vanuit één geest wil ik, samen met broeders en zuster,  strijden voor het evangelie van de waarheid en streven naar de eenheid zoals de Bijbel die leert.  Paulus schrijft voortdurend (opnieuw en opnieuw) over eenheid, maar hij schrijft niet over een  eenheid van gevoelens maar over een eenheid van woord (dezelfde beoordeling, voorschriften, opinie, kennis), ter wille van het Evangelie.

Ø  Wandel waardig het Evangelie van Christus, opdat ik, of ik nu kom en u zie of dat ik afwezig ben, dan uw zaken mag horen, dat u vast staat in één geest en dat u eensgezind samen strijdt door het geloof van het Evangelie. Filip.1:27

Ø  Maar ik roep u op, broeders, omwille van de Naam van onze Heere Jezus Christus, dat u allen uit één mond spreekt, en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat u hecht aaneengesmeed bent, één van denken en één van gevoelen ”. 1 Korinthiërs 1:10

Ø  Laten wij naar dezelfde regel wandelen, laten wij eensgezind zijn. Filippenzen 3:16 

Mogen wij niet kritisch zijn en oordelen? De Here Jezus Christus wijst ons hiertoe juist de weg, wanneer Hij zegt:

Ø  oordeel niet naar wat voor ogen is, maar vel  een rechtvaardig oordeel. Johannes 7:24

Is het niet zo, dat een persoon die in staat is te oordelen tussen goed en kwaad geestelijke volwassenheid toont?

Ø  Ieder immers die met melk gevoed wordt, heeft geen ervaring om het woord van de gerechtigheid te verstaan. Want hij is een kind. Maar vast voedsel is er voor de volwassenen, die hun zintuigen door het gebruik ervan geoefend hebben om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad. Hebreeën 5:13-14

Wanneer wij ons niet met deze bekwaamheid  bezig houden en ons daarin oefenen staan wij bloot aan misleiding. Het is een ijdele gedachte, dat  ervaring voldoende is om de proef van de waarheid te kunnen doorstaan. Waarheid moet objectief getoetst en niet subjectief ervaren worden.  Wanneer wij tegenstrijdigheden bemerken in wat geleerd en beoefend wordt, moeten wij met een goed geweten de richtlijnen van de Schrift volgen, want die zullen ons leiden in alle waarheid. Twijfelen aan iets wat verkeerd lijkt te zijn is niet verkeerd en zeker geen gebrek aan geloof. Ter wille van ons geweten en om te voldoen aan het bevel van onze Heer en Heiland om waakzaam te  zijn, moeten wij alles ernstig toetsen aan Gods Woord. Toen de Farizeeën met Jezus redetwistten over Zijn beweringen, wees Hij hen op het Woord. Toen Paulus redeneerde met de Bereërs, betwistten zij aanvankelijk wat hij zei, maar zij richtten zich tot het Woord als hun ultieme kennisbron om te zien of wat hij zei waar was. Hij noemde hen “edeler van gezindheid dan die van Thessalonika” (Hand. 17:11), omdat zij zijn uitleg toetsten.

Eerlijk de waarheid onderzoeken toont in feite iemands integriteit, dat hij of zij God wil geloven en niet de mens. Als wij een fout ontdekken die onze aandacht trekt kan het de Heilige Geest zijn die ons inzicht geeft. Er is niets mis mee ervaringen te betwijfelen, maar wat wij niet kunnen betwijfelen is Gods Woord.

Hierbij moeten wij blijven letten op onszelf want niet alle twijfel komt van de vijand, want God kan ons ook twijfel geven opdat wij zouden toetsen om te zien of er iets anders in het geding is.

Ø  De geestelijke mens beoordeelt wel alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld  (1 Kor. 2:15).

Er zijn meerdere gedeelten in de Bijbel aan te wijzen  die ons bevelen alle dingen te beoordelen.  Hebreeën 5:13-14 leert ons, dat het de geestelijke persoon is die de dingen toetst. Grondig onderzoek is dus de veiligste weg voor een gelovige. Enkel zij die het Christendom niet praktiseren zullen bezwaren hebben tegen een toetsing door het Woord. De duisternis loopt altijd weg van het licht, nooit het licht van de duisternis.

Als we in de Schrift vinden dat iets verkeerd is, dan is het niet u of ik die oordeelt, maar God. Wanneer mensen volharden in het onderwijzen van foutieve en valse leringen (over het Evangelie, de Schrift, Christus, moraliteit) moeten zij met hun naam genoemd en verwijderd worden uit hun leiderschap, om de schapen te beschermen. Paulus waarschuwde ook om uit te kijken voor bepaalde mensen en noemde hun namen omdat zij ingingen tegen de leer van de apostelen.

Ik mag een ieder waarschuwen, dat arrogantie, trots en hoogmoed, ertoe leiden dat men participeert in valse leer. Het is het  zuurdeeg waarvoor de Here Jezus waarschuwt.  Het is een ernstige zaak wanneer van u/jou gezegd kan worden:

Ø  “Gij hebt gemaakt dat dit volk op leugen vertrouwt”. Jer. 28:15

Laat u niet misleiden, de duivel is veel te slim om een christen iets te zeggen buiten de Bijbel om. Hij deed dat met Adam en Eva door de juistheid in vraag te stellen van wat God had gezegd. Zijn tactiek: hij verdraait het Woord Gods en geeft een nieuwe interpretatie.

Zij die zeggen, dat wij de boodschap (leer) en de boodschapper van een bepaalde leer niet mogen oordelen,  overtreden de Schrift.  Zij willen in de regel tegenover niemand anders verantwoording afleggen dan tegenover God! Dat zal later ook zeker gebeuren en het zal hun vast slecht bevallen. Zoals reeds hiervoor geschreven oordelen wij niet naar wat voor ogen is, maar zijn wij geroepen een rechtvaardig oordeel te vellen. Wij zijn niet geroepen een oordeel uit te spreken als vonnis, maar hebben een oordeel met het oog op herstel en bescherming van de kudde.

In Christus Jezus verbonden,

Willem Boonstra 

  Ga naar STARTPAGINA COLUMN/OPINIE

 
 
 
Designed: Elegant Web Templates
Copyright © www.debijbeliswaar.nl. All rights reserved.