|
Ik heb
geen kinderen, laat staan een dochter, maar in mijn werk als leraar werk ik wel
dagelijks met kinderen in de puberleeftijd. Ik kan mij voorstellen dat de
gemiddelde vader zal schrikken als dochterlief naar hem toekomt en vraagt of ze
een navelpiercing mag laten zetten. Vader wil net starten met heftig protesteren
als moeder vanuit de keukenraam vader bij zich roept en vader duidelijk probeert
te maken dat dit niet meer is dan een fase in het leven van hun dochter, iets
waar hun dochter door heen moet gaan. Vader moet wennen aan het idee dat
dochterlief niet meer de kleine meid van vroeger is. Hij weet ook, dat al stemt
hij niet in met de piercing zijn dochter, zij in haar hart de wens blijft houden
en misschien wel stiekem een piercing laat plaatsen. Uiteindelijk zal de dochter
de pubertijd ontgroeien en zal de piercing vanzelf uit de navel verdwijnen….een
fase is voorbij.
Hoe
anders ging dat met de ‘pubertijd’ waarin de wetenschap verkeerde begin 1800. De
wetenschap heeft een lange kinderperiode gekend, vanaf het moment dat de Grieken
en Romeinen hun eerste stappen zetten, leek het erop dat de wetenschap tijdens
de middeleeuwen een schijndood was gestorven. Na de middeleeuwen werd wetenschap
weer tot leven gewekt. Tot 1800 gingen ontwikkelingen in de wetenschap en de
kerk vaak hand in hand. Na 1800 veranderde alles, de wetenschap kwam in haar
‘pubertijd. Overal ontstonden revoluties (Frankrijk, Duitsland, VS, afscheiding
België van Nederland) en overal werd de kerk los gelaten, of zelfs de rug
toegekeerd.
Toen
James Hutton het idee ontwikkelde dat de aarde miljoenen jaren oud zou zijn (dus
twijfel zaaide over de leeftijd van de aarde) en één van zijn ‘leerlingen’ (Charles
Lyell) het actualiteitsprincipe introduceerde, waarmee werd ‘aangetoond’ dat de
aarde geen duizenden maar miljoenen jaren oud was, verlieten velen het idee dat
God de almachtige schepper van de hemel en aarde was. Toen ook, onder invloed
van Thomas Chalmers, het verhaal uit Genesis vermengd werd met wat later
evolutietheorie zou gaan heten, was er een compromis gesloten met niet
christelijke wetenschap. Tot dat moment hadden wetenschappers geen vervanging
voor de Bijbel. Deze kwam in de theorie van Charles Darwin gedurende de tweede
helft van de 19e eeuw. In 1859 verscheen ‘Origin of Spiecies’ van
Darwin en daarmee had de wetenschap haar nieuwe bijbel.
Men zou
zeggen dat na ruim 200 jaar de ‘pubertijd’ van de wetenschap voorbij is. Iedere
ouder, leraar en jongerenwerker weet dat pubers tegen wil en dank vasthouden aan
ideeën die niet kloppen of waanbeelden hebben van de werkelijkheid. Zo ook in de
‘pubertijd’ waarin de wetenschap verkeerd. De wetenschap zou inmiddels toch
allang kunnen weten, dat evolutie berust op verkeerde theorieën, verkeerd
onderzoek, verkeerde hypothesen en waanideeën en dit alleen omdat men de God van
dit helaal niet wil (er)kennen. De vraag is: wordt de wetenschap nog volwassen
of blijft de wetenschap in de ‘pubertijd’?
Auteur:
A.J.W. Boonstra
PS. het
doel van dit artikel is niet een discussie te starten over het dragen van
piercings o.i.d. dit is alleen maar een voorbeeld ter illustratie. |