|
Artikel I
Wij bevestigen
dat het
normatieve gezag
van de Heilige
Schrift het
gezag is van God
Zelf, en
bevestigd werd
door Jezus
Christus, de
Heer van de
Kerk.
Wij ontkennen
de
rechtmatigheid
van het scheiden
van Christus
gezag van het
Schriftgezag, of
het tegenover
elkaar stellen
van de twee.
Artikel II
Wij bevestigen
dat gezien
Christus God en
Mens is in één
Persoon, zo ook
de Schrift
ondeelbaar Gods
Woord is in
menselijke taal.
Wij ontkennen
dat de
eenvoudige,
menselijke vorm
van de Schrift
fouten met zich
meebrengt,
evenmin als de
mensheid van
Christus, zelfs
in Zijn
vernedering,
zonde met zich
meebrengt.
Artikel III
Wij bevestigen
dat de persoon
en het werk van
Jezus Christus
het brandpunt is
van de hele
Bijbel.
Wij ontkennen
dat enige
methode van
interpretatie
correct is die
het
Christocentrisme
van de Schrift
afwijst of
verduistert.
Artikel IV
Wij bevestigen
dat de Heilige
Geest, die de
Schrift
inspireerde,
vandaag hierdoor
werkzaam is om
geloof te wekken
voor haar
boodschap.
Wij ontkennen
dat de Heilige
Geest aan iemand
ooit iets
onderwijst wat
in tegenspraak
is met de leer
van de Schrift.
Artikel V
Wij bevestigen
dat de Heilige
Geest de
gelovigen in
staat stelt om
de Schrift
persoonlijk aan
te wenden en toe
te passen in hun
levens.
Wij ontkennen
dat de
natuurlijke mens
in staat is de
Bijbelse
boodschap
geestelijk te
onderscheiden,
los van de
Heilige Geest.
Artikel VI
Wij bevestigen
dat de Bijbel
Gods waarheid
uitdrukt in
propositionele
stellingen, en
wij verklaren
dat de Bijbelse
waarheid zowel
objectief is als
absoluut. Wij
bevestigen
verder dat een
bewering wáár is
wanneer ze
overeenkomt met
de werkelijkheid
van het
onderwerp, maar
fout is als het
niet overeenkomt
met de feiten.
Wij ontkennen
dat, gezien de
Schrift bekwaam
is om ons wijs
te maken tot
redding,
bijbelse
waarheid zou
moeten
gedefinieerd
worden in de
termen van deze
functie. Wij
ontkennen verder
dat dwaling zou
moeten
gedefinieerd
worden als
datgene wat
opzettelijk
bedriegt.
Artikel VII
Wij bevestigen
dat de betekenis
die in elke
bijbelse tekst
wordt
uitgedrukt,
enkelvoudig is,
beslist en vast.
Wij ontkennen
dat de erkenning
van deze
enkelvoudige
betekenis de
verscheidenheid
uitsluit van
haar toepassing.
Artikel VIII
Wij bevestigen
dat de Bijbel
leringen en
mandaten bevat
die van
toepassing zijn
op alle
culturele en
situationele
contexten en dat
er andere
mandaten zijn
die in de Bijbel
gelden voor
bijzondere
situaties.
Wij ontkennen
dat het
onderscheid
tussen de
universele en
bijzondere
mandaten van de
Schrift kan
vastgesteld
worden door
culturele en
situationele
factoren. Wij
ontkennen verder
dat universele
mandaten ooit
mogen behandeld
worden als
zijnde cultureel
of situationeel
relatief.
Artikel IX
Wij bevestigen
dat de term
hermeneutiek,
die de
historische
aanduiding is
voor de regels
van de exegese,
terecht in
bredere zin mag
gebruikt worden
voor alles wat
betrokken is bij
het proces van
onderzoek naar
de betekenis van
bijbelse
openbaring en de
betekenis ervan
voor onze
levens.
Wij ontkennen
dat de boodschap
van de Schrift
ontleend wordt
aan, of wordt
bepaald door,
het begrip van
degene die
interpreteert.
Dus wij
ontkennen dat de
‘horizonten’ van
de bijbelse
schrijver en die
van de
beoordelaar met
recht mogen
samensmelten op
zulk een wijze
dat wat de tekst
aan de
beoordelaar
uitlegt niet
uiteindelijk
gecontroleerd
wordt door de
uitgedrukte
bedoeling van de
Schrift.
Artikel X
Wij bevestigen
dat de Schrift
aan ons Gods
waarheid
vertolkt op
verbale wijze
doorheen een
grote
verscheidenheid
aan literaire
vormen.
Wij ontkennen
dat de
beperkingen van
menselijke taal
de Schrift
ontoereikend
maken voor het
overbrengen van
Gods boodschap.
Artikel XI
Wij bevestigen
dat vertalingen
van de
Schriftuur de
kennis van God
kunnen
overdragen over
alle wereldlijke
en culturele
grenzen heen.
Wij ontkennen
dat de betekenis
van bijbelse
teksten zo
gebonden is aan
de cultuur
waaruit ze
kwamen dat het
onmogelijk is om
ze in andere
culturen in
dezelfde
betekenis te
verstaan.
Artikel XII
Wij bevestigen
dat in de taak
van het vertalen
van de Bijbel,
en dit te
onderrichten in
de context van
elke cultuur,
enkel die
functionele
equivalenten
mogen gebruikt
worden die
betrouwbaar zijn
in het geheel
van de bijbelse
leer.
Wij ontkennen
de
rechtmatigheid
van methoden die
ongevoelig zijn
voor de
vereisten bij
interculturele
communicatie,
evenals methoden
die in hun
werkwijze de
bijbelse
betekenis
vervormen.
Artikel XIII
Wij bevestigen
dat het besef
van literaire
categorieën,
formeel en
stilistisch, in
de verschillende
delen van de
Schrift,
essentieel is
voor juiste
exegese, en dat
wij daarom
genre-kritiek
waarderen als
een van de vele
disciplines van
bijbelstudie.
Wij ontkennen
dat generische
categorieën die
de historiciteit
negeren, terecht
beroep mogen
doen op bijbelse
verhalen die
zichzelf
presenteren als
feitelijk.
Artikel XIV
Wij bevestigen
dat het bijbelse
verslag van
gebeurtenissen,
verhandelingen
en gezegden,
alhoewel
gebracht in een
verscheidenheid
aan geschikte
literaire
vormen,
overeenkomt met
de historische
feiten.
Wij ontkennen
dat enig zulke
gebeurtenis,
verhandeling of
gezegde, dat
vermeld staat in
de Schrift, werd
verzonnen door
de bijbelse
schrijvers of
door de
tradities die
zij
incorporeerden.
Wij bevestigen
de noodzaak om
de Bijbel te
interpreteren
overeenkomstig
zijn
woordelijke, of
normale
betekenis. De
woordelijke
betekenis is de
grammaticaal-historische
betekenis, dat
is de betekenis
die de schrijver
uitdrukte.
Interpretatie
volgens de
woordelijke
betekenis zal
rekening houden
met alle
spraakvormen en
literaire vormen
die in de tekst
gevonden worden.
Wij ontkennen
de
rechtmatigheid
van elke
Schriftbenadering
die bijdraagt
aan een
betekenis die de
woordelijke
betekenis niet
ondersteunt.
Artikel XVI
Wij bevestigen
dat rechtmatige
kritische
technieken
zouden moeten
gebruikt worden
voor het
vaststellen van
de canonieke
tekst en zijn
betekenis.
Wij ontkennen
de
rechtmatigheid
van het toelaten
van enige
methode van
bijbelse kritiek
die de
integriteit of
waarheid in
vraag te stelt
van de betekenis
die de schrijver
heeft
uitgedrukt, of
van elke andere
Schriftleer.
Artikel XVII
Wij bevestigen
de eenheid,
harmonie, en
samenhang van de
Schrift en
verklaren dat
zij haar beste
uitlegger is.
Wij ontkennen
dat de Schrift
zo mag uitgelegd
worden dat de
ene passage de
andere mag
verbeteren of
bestrijden. Wij
ontkennen dat
latere
schrijvers van
de Schrift
oudere passages
van de Schrift
fout
interpreteerden
wanneer ze deze
citeerden of
ernaar
refereerden.
Artikel XVIII
Wij bevestigen
dat de
verklaring die
de Bijbel van
zichzelf geeft
altijd correct
is, nooit
afwijkend van,
doch eerder
verhelderend is
voor de
enkelvoudige
betekenis van de
geïnspireerde
tekst. De
enkelvoudige
betekenis van de
woorden van een
profeet sluit
het begrip in
die de profeet
van die woorden
had, maar is er
niet toe
beperkt, en het
omvat
noodzakelijkerwijs
de bedoeling van
God, zoals die
blijkt uit de
vervulling van
deze woorden.
Wij ontkennen
dat de
schrijvers
altijd de volle
implicaties
verstonden van
hun eigen
woorden.
Artikel XIX
Wij bevestigen
dat elke
vooronderstelling
die de
verklaarder
meebrengt naar
de Schrift, in
harmonie moet
zijn met de
schriftuurlijke
leer en eraan
moet overgegeven
zijn voor
correctie.
Wij ontkennen
dat de Schrift
moet
overeenstemmen
met vreemde
vooronderstellingen,
die niet
samenhangend
zijn met de
Schriftleer,
zoals
naturalisme,
evolutionisme,
scientisme,
seculier
humanisme, en
relativisme.
Artikel XX
Wij bevestigen
dat aangezien
God de auteur is
van alle
waarheid, alle
waarheden -
bijbelse en
buitenbijbelse -
samenhangend en
coherent zijn en
dat de Bijbel
waarheid spreekt
wanneer het
materies raakt
die betrekking
hebben op
natuur,
geschiedenis of
iets anders. Wij
bevestigen
verder dat in
sommige gevallen
extrabijbelse
gegevens
waardevol zijn
om te
verhelderen wat
de Schrift
leert, en om
foutieve
interpretaties
te corrigeren.
Wij ontkennen
dat
buitenbijbelse
zienswijzen ooit
de leer van de
Schrift
weerleggen of er
voorrang op
krijgen.
Artikel XXI
Wij bevestigen
de harmonie
tussen
bijzondere en
algemene
openbaring en
daarom ook
tussen bijbelse
leer en de
feiten van de
natuur.
Wij ontkennen
dat enige echte
wetenschappelijke
feiten
onsamenhangend
zijn met de ware
betekenis van
enige
Schriftpassage.
Artikel XXII
Wij bevestigen
dat Genesis 1-11
even feitelijk
is als de rest
van het boek.
Wij ontkennen
dat de leringen
van Genesis 1-11
mythisch zijn en
dat de
wetenschappelijke
hypothesen
omtrent de
aardse
geschiedenis of
het ontstaan van
de mensheid
mogen ingeroepen
worden om neer
te halen wat de
Schrift leert
over schepping.
Artikel XXIII
Wij bevestigen
de helderheid
van de Schrift
en in het
bijzonder haar
boodschap over
de redding van
zonde.
Wij ontkennen
dat alle
passages van de
Schrift even
helder zijn of
een gelijke
invloed hebben
op de boodschap
van verlossing.
Artikel XXIV
Wij bevestigen
dat een persoon
voor het
verstaan van de
Schrift niet
afhankelijk is
van de
deskundigheid
van
bijbelgeleerden.
Wij ontkennen
dat een persoon
de vruchten van
de technische
Schriftstudie
door
bijbelgeleerden
moet negeren.
Artikel XXV
Wij bevestigen
dat het enige
type van
prediking, die
voldoende de
Goddelijke
openbaring
uitdrukt en zijn
juiste
toepassing op
het leven, deze
is die getrouw
de tekst van de
Schrift
verklaart als
het Woord van
God.
Wij ontkennen
dat een prediker
enige boodschap
van God heeft
die los staat
van de tekst van
de Schrift.
Vertaald
en
onderschreven
door
Marc
Verhoeven
>
Hermeneutiek
staat
voor de
regels
van de
exegese
< >
Exegese:
staat
voor
bijbelverklaring
<
|