De Bijbel is WAAR
 Stichting de Bijbel is waar
 
Chicago verklaring over Bijbelse Hermeneutiek
Vijf en twintig stellingen over Bijbelse Hermeneutiek, vastgesteld tijdens het Tweede Internationale Congres over Bijbelse Inerrantie, gehouden te Chicago in nov. 1982


Artikel I

Wij bevestigen dat het normatieve gezag van de Heilige Schrift het gezag is van God Zelf, en bevestigd werd door Jezus Christus, de Heer van de Kerk.

Wij ontkennen de rechtmatigheid van het scheiden van Christus gezag van het Schriftgezag, of het tegenover elkaar stellen van de twee.

Artikel II

Wij bevestigen dat gezien Christus God en Mens is in één Persoon, zo ook de Schrift ondeelbaar Gods Woord is in  menselijke taal.

Wij ontkennen dat de eenvoudige, menselijke vorm van de Schrift fouten met zich meebrengt, evenmin als de mensheid van Christus, zelfs in Zijn vernedering, zonde met zich meebrengt.

Artikel III

Wij bevestigen dat de persoon en het werk van Jezus Christus het brandpunt is van de hele Bijbel.

Wij ontkennen dat enige methode van interpretatie correct is die het Christocentrisme van de Schrift afwijst of verduistert.

Artikel IV

Wij bevestigen dat de Heilige Geest, die de Schrift inspireerde, vandaag hierdoor werkzaam is om geloof te wekken voor haar boodschap.

Wij ontkennen dat de Heilige Geest aan iemand ooit iets onderwijst wat in tegenspraak is met de leer van de Schrift.

Artikel V

Wij bevestigen dat de Heilige Geest de gelovigen in staat stelt om de Schrift persoonlijk aan te wenden en toe te passen in hun levens.

Wij ontkennen dat de natuurlijke mens in staat is de Bijbelse boodschap geestelijk te onderscheiden, los van de Heilige Geest.

Artikel VI

Wij bevestigen dat de Bijbel Gods waarheid uitdrukt in propositionele stellingen, en wij verklaren dat de Bijbelse waarheid zowel objectief is als absoluut. Wij bevestigen verder dat een bewering wáár is wanneer ze overeenkomt met de werkelijkheid van het onderwerp, maar fout is als het niet overeenkomt met de feiten.

Wij ontkennen dat, gezien de Schrift bekwaam is om ons wijs te maken tot redding, bijbelse waarheid zou moeten gedefinieerd worden in de termen van deze functie. Wij ontkennen verder dat dwaling zou moeten gedefinieerd worden als datgene wat opzettelijk bedriegt.

Artikel VII

Wij bevestigen dat de betekenis die in elke bijbelse tekst wordt uitgedrukt, enkelvoudig is, beslist en vast.

Wij ontkennen dat de erkenning van deze enkelvoudige betekenis de verscheidenheid uitsluit van haar toepassing.

Artikel VIII

Wij bevestigen dat de Bijbel leringen en mandaten bevat die van toepassing zijn op alle culturele en situationele contexten en dat er andere mandaten zijn die in de Bijbel gelden voor bijzondere situaties.

Wij ontkennen dat het onderscheid tussen de universele  en bijzondere mandaten van de Schrift kan vastgesteld worden door culturele en situationele factoren. Wij ontkennen verder dat universele mandaten ooit mogen behandeld worden als zijnde cultureel of situationeel relatief.

Artikel IX

Wij bevestigen dat de term hermeneutiek, die de historische aanduiding is voor de regels van de exegese, terecht in bredere zin mag gebruikt worden voor alles wat betrokken is bij het proces van onderzoek naar de betekenis van bijbelse openbaring en de betekenis ervan voor onze levens.

Wij ontkennen dat de boodschap van de Schrift ontleend wordt aan, of wordt bepaald door, het begrip van degene die interpreteert. Dus wij ontkennen dat de ‘horizonten’ van de bijbelse schrijver en die van de beoordelaar met recht mogen samensmelten op zulk een wijze dat wat de tekst aan de beoordelaar uitlegt niet uiteindelijk gecontroleerd wordt door de uitgedrukte bedoeling van de Schrift.

Artikel X

Wij bevestigen dat de Schrift aan ons Gods waarheid vertolkt op verbale wijze doorheen een grote verscheidenheid aan literaire vormen.

Wij ontkennen dat de beperkingen van menselijke taal de Schrift ontoereikend maken voor het overbrengen van Gods boodschap.

Artikel XI

Wij bevestigen dat vertalingen van de Schriftuur de kennis van God kunnen overdragen over alle wereldlijke en culturele grenzen heen.

Wij ontkennen dat de betekenis van bijbelse teksten zo gebonden is aan de cultuur waaruit ze kwamen dat het onmogelijk is om ze in andere culturen in dezelfde betekenis te verstaan.

Artikel XII

Wij bevestigen dat in de taak van het vertalen van de Bijbel, en dit te onderrichten in de context van elke cultuur, enkel die functionele equivalenten mogen gebruikt worden die betrouwbaar zijn in het geheel van de bijbelse leer.

Wij ontkennen de rechtmatigheid van methoden die ongevoelig zijn voor de vereisten bij interculturele communicatie, evenals methoden die in hun werkwijze de bijbelse betekenis vervormen.

Artikel XIII

Wij bevestigen dat het besef van literaire categorieën, formeel en stilistisch, in de verschillende delen van de Schrift, essentieel is voor juiste exegese, en dat wij daarom genre-kritiek waarderen als een van de vele disciplines van bijbelstudie.

Wij ontkennen dat generische categorieën die de historiciteit negeren, terecht beroep mogen doen op bijbelse verhalen die zichzelf presenteren als feitelijk.

Artikel XIV

Wij bevestigen dat het bijbelse verslag van gebeurtenissen, verhandelingen en gezegden, alhoewel gebracht in een verscheidenheid aan geschikte literaire vormen, overeenkomt met de historische feiten.

Wij ontkennen dat enig zulke gebeurtenis, verhandeling of gezegde, dat vermeld staat in de Schrift, werd verzonnen door de bijbelse schrijvers of door de tradities die zij incorporeerden.

Artikel XV

Wij bevestigen de noodzaak om de Bijbel te interpreteren overeenkomstig zijn woordelijke, of normale betekenis. De woordelijke betekenis is de grammaticaal-historische betekenis, dat is de betekenis die de schrijver uitdrukte. Interpretatie volgens de woordelijke betekenis zal rekening houden met alle spraakvormen en literaire vormen die in de tekst gevonden worden.

Wij ontkennen de rechtmatigheid van elke Schriftbenadering die bijdraagt aan een betekenis die de woordelijke betekenis niet ondersteunt.

Artikel XVI

Wij bevestigen dat rechtmatige kritische technieken zouden moeten gebruikt worden voor het vaststellen van de canonieke tekst en zijn betekenis.

Wij ontkennen de rechtmatigheid van het toelaten van enige methode van bijbelse kritiek die de integriteit of waarheid in vraag te stelt van de betekenis die de schrijver heeft uitgedrukt, of van elke andere Schriftleer.

Artikel XVII

Wij bevestigen de eenheid, harmonie, en samenhang van de Schrift en verklaren dat zij haar beste uitlegger is.

Wij ontkennen dat de Schrift zo mag uitgelegd worden dat de ene passage de andere mag verbeteren of bestrijden. Wij ontkennen dat latere schrijvers van de Schrift oudere passages van de Schrift fout interpreteerden wanneer ze deze citeerden of ernaar refereerden.

Artikel XVIII

Wij bevestigen dat de verklaring die de Bijbel van zichzelf geeft altijd correct is, nooit afwijkend van, doch eerder verhelderend is voor de enkelvoudige betekenis van de geïnspireerde tekst. De enkelvoudige betekenis van de woorden van een profeet sluit het begrip in die de profeet van die woorden had, maar is er niet toe beperkt, en het omvat noodzakelijkerwijs de bedoeling van God, zoals die blijkt uit de vervulling van deze woorden.

Wij ontkennen dat de schrijvers altijd de volle implicaties verstonden van hun eigen woorden.

Artikel XIX

Wij bevestigen dat elke vooronderstelling die de verklaarder meebrengt naar de Schrift, in harmonie moet zijn met de schriftuurlijke leer en eraan moet overgegeven zijn voor correctie.

Wij ontkennen dat de Schrift moet overeenstemmen met vreemde vooronderstellingen, die niet samenhangend zijn met de Schriftleer, zoals naturalisme, evolutionisme, scientisme, seculier humanisme, en relativisme.

Artikel XX

Wij bevestigen dat aangezien God de auteur is van alle waarheid, alle waarheden - bijbelse en buitenbijbelse - samenhangend en coherent zijn en dat de Bijbel waarheid spreekt wanneer het materies raakt die betrekking hebben op natuur, geschiedenis of iets anders. Wij bevestigen verder dat in sommige gevallen extrabijbelse gegevens waardevol zijn om te verhelderen wat de Schrift leert, en om foutieve interpretaties te corrigeren.

Wij ontkennen dat buitenbijbelse zienswijzen ooit de leer van de Schrift weerleggen of er voorrang op krijgen.

Artikel XXI

Wij bevestigen de harmonie tussen bijzondere en algemene openbaring en daarom ook tussen bijbelse leer en de feiten van de natuur.

Wij ontkennen dat enige echte wetenschappelijke feiten onsamenhangend zijn met de ware betekenis van enige Schriftpassage.

Artikel XXII

Wij bevestigen dat Genesis 1-11 even feitelijk is als de rest van het boek.

Wij ontkennen dat de leringen van Genesis 1-11 mythisch zijn en dat de wetenschappelijke hypothesen omtrent de aardse geschiedenis of het ontstaan van de mensheid mogen ingeroepen worden om neer te halen wat de Schrift leert over schepping.

Artikel XXIII

Wij bevestigen de helderheid van de Schrift en in het bijzonder haar boodschap over de redding van zonde.

Wij ontkennen dat alle passages van de Schrift even helder zijn of een gelijke invloed hebben op de boodschap van verlossing.

Artikel XXIV

Wij bevestigen dat een persoon voor het verstaan van de Schrift niet afhankelijk is van de deskundigheid van bijbelgeleerden.

Wij ontkennen dat een persoon de vruchten van de technische Schriftstudie door bijbelgeleerden moet negeren.

Artikel XXV

Wij bevestigen dat het enige type van prediking, die voldoende de Goddelijke openbaring uitdrukt en zijn juiste toepassing op het leven, deze is die getrouw de tekst van de Schrift verklaart als het Woord van God.

Wij ontkennen dat een prediker enige boodschap van God heeft die los staat van de tekst van de Schrift.


Vertaald en onderschreven door Marc Verhoeven

> Hermeneutiek staat voor de regels van de exegese <    > Exegese: staat voor  bijbelverklaring <

> Propositie: staat voor bewering die al of niet waar kan zijn <

 

  Ga naar OVER ONS  

 
 
 
Designed: Elegant Web Templates
Copyright © www.debijbeliswaar.nl. All rights reserved.