Een korte
verklaring
1. God, die in
Zichzelf
Waarheid is en
enkel waarheid
spreekt, heeft
de Heilige
Schrift
geïnspireerd om
Zichzelf
daardoor te
openbaren aan
een verloren
mensheid door
Jezus Christus
als Schepper en
Heer, Verlosser
en Rechter. De
Heilige Schrift
is Gods getuige
van Hemzelf.
2. De Heilige
Schrift, zijnde
Gods eigen
Woord,
geschreven door
mensen, en
toebereid onder
supervisie van
Zijn Geest, is
van onfeilbare
Goddelijke
autoriteit in
alle onderwerpen
dat het
behandelt: Het
moet geloofd
worden, als Gods
instructie, in
alles wat het
bevestigt;
gehoorzaamd, als
Gods bevel, in
alles wat het
vraagt; omhelsd,
als Gods
belofte, in
alles wat het
belooft.
3. De Heilige
Geest, De
Goddelijke
Auteur van de
Schrift, maakt
door Zijn
inwendig
getuigenis de
Schrift
authentiek voor
ons, en tegelijk
opent Hij ons
verstand om de
betekenis ervan
te verstaan.
4. Zijnde geheel
en woordelijk
door God gegeven
is de Schrift
zonder gebrek of
fout in al zijn
leringen, niet
minder in wat
het verklaart
over Gods
handelingen in
de schepping,
over de
gebeurtenissen
in de
wereldgeschiedenis,
over zijn eigen
literaire
oorsprong vanuit
God, dan in zijn
getuigenis van
Gods reddende
genade in
individuele
levens.
5. De autoriteit
van de Schrift
wordt
onontkoombaar
afgezwakt indien
de totale
Goddelijke
inerrantie op
enige manier
wordt beperkt of
genegeerd, of
relatief gemaakt
wordt aan een
visie op
waarheid die
tegengesteld is
aan die van de
Bijbel; en zulk
een afvalligheid
brengt een
belangrijk
verlies teweeg
bij zowel het
individu als de
Kerk.
Artikelen van
bevestiging en
ontkenning
Artikel I
Wij bevestigen
dat de Heilige
Schrift moet
ontvangen worden
als het
gezaghebbend
Woord van God.
Wij ontkennen
dat de Schrift
zijn gezag
ontleent aan de
Kerk, de
traditie, of een
andere
menselijke bron.
Artikel II
Wij bevestigen
dat de Schrift
de hoogste
geschreven norm
is waardoor God
het geweten
bindt, en dat
het gezag van de
Kerk
ondergeschikt is
aan dat van de
Schrift.
Wij ontkennen
dat kerkelijke
geloofsbelijdenissen,
concilies,
synodes of
verklaringen,
een gezag hebben
groter dan of
gelijk aan de
Heilige Schrift.
Artikel III
Wij bevestigen
dat het
geschreven
Woord, in zijn
geheel, door God
gegeven
openbaring is.
Wij ontkennen
dat de Bijbel
slechts een
getuigenis is
van openbaring,
of slechts
openbaring wordt
door
persoonlijke
ervaring.
Artikel IV
Wij bevestigen
dat God, die de
mens gemaakt
heeft naar Zijn
beeld, taal
heeft gebruikt
als een middel
van openbaring.
Wij ontkennen
dat menselijke
taal zo beperkt
is, vanwege onze
staat als
schepselen, dat
deze
ontoereikend is
als
drager voor
Goddelijke
openbaring. Wij
ontkennen verder
dat de
aantasting van
de menselijke
cultuur en taal,
vanwege de
zonde, Gods werk
van inspiratie
heeft belemmerd.
Artikel V
Wij bevestigen
dat Gods
openbaring in de
Schrift
progressief was.
Wij ontkennen
dat latere
openbaring
vroegere
openbaring ooit
verbetert of
tegenspreekt.
Wij ontkennen
verder dat er
ooit enige
normatieve
openbaring werd
gegeven sinds de
voltooiing van
de
Nieuwtestamentische
geschriften.
Artikel VI
Wij bevestigen
dat het geheel
van de Schrift
en al haar
delen, tot op de
echte woorden
van het
origineel,
werden gegeven
door Goddelijke
inspiratie.
Wij ontkennen
dat de
inspiratie van
de Schrift kan
bevestigd worden
met betrekking
tot het geheel
zonder de
delen, of van
sommige delen
maar niet van
het geheel.
Artikel VII
Wij bevestigen
dat inspiratie
het werk was
waarbij God door
Zijn Geest, door
menselijke
schrijvers, ons
Zijn
Woord gaf. De
oorsprong van de
Schrift is
Goddelijk. De
manier van
Goddelijke
inspiratie
blijft
grotendeels een
geheimenis voor
ons.
Wij ontkennen
dat de
inspiratie kan
herleid worden
tot menselijk
inzicht, of tot
verhoogde staten
van bewustzijn
van welke aard
ook.
Artikel VIII
Wij bevestigen
dat God in Zijn
werk van
inspiratie de
kenmerkende
persoonlijkheden
en literaire
stijlen
gebruikte van de
schrijvers die
Hij had
uitgekozen en
toebereid.
Wij ontkennen
dat God, toen
Hij ervoor
zorgde dat deze
schrijvers de
echte woorden
gebruikten die
Hij koos, hun
persoonlijkheden
uitschakelde.
Artikel IX
Wij bevestigen
dat inspiratie
ware en
betrouwbare
uitspraken
garandeerde voor
al de
aangelegenheden
waartoe de
bijbelse auteurs
werden bewogen
te spreken en te
schrijven,
zonder
alwetendheid te
verlenen.
Wij ontkennen
dat de
beperktheid of
onvolkomenheid
bij deze
schrijvers,
bewust of
onbewust
verdraaiingen of
onjuistheden in
Gods Woord
invoerden.
Artikel X
Wij bevestigen
dat inspiratie,
enkel van
toepassing is op
de
oorspronkelijke
autografische
handschriften,
waarvan de tekst
door Gods
voorzienigheid
met grote
precisie kan
vastgesteld
worden in de
voorhanden
zijnde
manuscripten.
Wij bevestigen
verder dat
kopieën en
vertalingen van
de Schrift het
Woord van God
zijn in zoverre
zij het
origineel
betrouwbaar
vertegenwoordigen.
Wij ontkennen
dat enig
essentieel
element van het
Christelijk
geloof wordt
aangetast door
de afwezigheid
van de
autografen. Wij
ontkennen verder
dat deze
afwezigheid de
bewering van
bijbelse
inerrantie
ongeldig of
irrelevant
maakt.
Artikel XI
Wij bevestigen
dat de Schrift,
die gegeven werd
door Goddelijke
inspiratie,
onfeilbaar is,
zodat zij - ver
van ons
te misleiden -
wáár is en
betrouwbaar in
alle onderwerpen
waarover ze
spreekt.
Wij ontkennen
dat het voor de
Bijbel mogelijk
is om tegelijk
onfeilbaar en
errant te zijn
in zijn
beweringen.
Onfeilbaarheid
en inerrantie
mogen
onderscheiden
worden maar niet
gescheiden.
Artikel XII
Wij bevestigen
dat de Schrift
inerrant is in
zijn geheel, en
vrij is van alle
onjuistheid,
fraude of
bedrog.
Wij ontkennen
dat de bijbelse
onfeilbaarheid
en inerrantie
beperkt is tot
geestelijke,
godsdienstige of
verlossingsonderwerpen,
met uitzondering
van beweringen
op het gebied
van geschiedenis
en wetenschap.
Wij ontkennen
verder dat
wetenschappelijke
hypothesen over
het ontstaan van
de aarde terecht
mogen gebruikt
worden om de
schriftuurlijke
leer van de
schepping en de
vloed omver te
werpen.
Wij bevestigen
dat het
geoorloofd is om
de term
inerrantie te
gebruiken als
een theologische
term met
betrekking tot
de complete
betrouwbaarheid
van de Schrift.
Wij ontkennen
dat het
geoorloofd is om
de Schrift te
beoordelen
volgens normen
van waarheid en
errantie die
vreemd zijn aan
de aard en het
wezen van de
Bijbel. Wij
ontkennen verder
dat inerrantie
weerlegd kan
worden door
bijbelse
fenomenen zoals
een gebrek aan
moderne
technische
precisie,
onregelmatigheden
in grammatica en
spelling,
beschrijvende
waarnemingen van
de natuur, de
verslaggeving
van
onjuistheden,
het gebruik van
overdreven en
afgeronde
getallen, de
schikking in
tientallen als
het onderwerp
dat vraagt,
afwijkende
selecties van
materiaal in
parallelle
verslagen, of
het gebruik van
vrije
vermeldingen.
Artikel XIV
Wij bevestigen
de eenheid en
interne
samenhang van de
Schrift.
Wij ontkennen
dat zogenaamde
fouten en
tegenstellingen,
die nog niet
werden
opgehelderd, de
waarheidsaanspraken
van de Bijbel
tegengaan.
Artikel XV
Wij bevestigen
dat de leer van
de inerrantie
gegrond is op de
Bijbelse leer
van de
inspiratie.
Wij ontkennen
dat Jezus’ leer
over de Schrift
mag opzij gezet
worden door
beroepingen op
aanpassing aan
of enige
natuurlijke
beperking van
Zijn
menselijkheid.
Artikel
XVI
Wij bevestigen
dat de leer van
de inerrantie
integraal deel
uitmaakte van
het geloof van
de Kerk door
zijn hele
geschiedenis
heen.
Wij ontkennen
dat inerrantie
een leer is die
uitgevonden werd
door het
scholastische
protestantisme,
of een
reactionaire
stelling is die
werd aangenomen
als gevolg van
de negatieve
hogere
bijbelkritiek.
Artikel XVII
Wij bevestigen
dat de Heilige
Geest in de
Schrift getuigt
en de gelovigen
verzekert van de
waarheidsgetrouwheid
van Gods
geschreven
Woord.
Wij ontkennen
dat dit
getuigenis van
de Heilige Geest
gescheiden
opereert van of
tegen de
Schrift.
Artikel XVIII
Wij bevestigen
dat de tekst van
de Schrift moet
geïnterpreteerd
worden door
grammaticaal-historische
exegese,
rekening houdend
met zijn
literaire vormen
en onderdelen,
en dat de
Schrift de
Schrift uitlegt.
Wij ontkennen
de wettigheid
van enige
behandeling van
de tekst, of de
vraag naar
achterliggende
bronnen, die
ertoe leiden dat
haar leer wordt
gerelativeerd,
gedehistoriseerd
of niet serieus
genomen, of die
haar aanspraken
op auteurschap
afwijzen.
Artikel XIX
Wij bevestigen
dat een
belijdenis van
de volle
autoriteit,
onfeilbaarheid
en inerrantie
van de Schrift
vitaal is voor
het gezond
begrijpen van
het volledige
Christelijke
geloof. Wij
bevestigen
verder dat zulk
een confessie
zal leiden tot
een toenemende
gelijkvormigheid
aan het beeld
van Christus.
Wij ontkennen
dat zulk een
confessie
noodzakelijk is
voor redding.
Echter, wij
ontkennen verder
dat de
inerrantie kan
afgewezen worden
zonder ernstige
consequenties,
zowel bij de
individuele
gelovige als de
Kerk.
Vertaald
en
onderschreven
door
Marc
Verhoeven
|